by Ramon De Jonghe •  •  32 Comments

Antroposofisch creationisme: ontstaan van de mens op Saturnus

Antroposofisch creationisme: ontstaan van de mens op Saturnus. Daarna ontstaan volgens de antroposofische doctrine de dieren op de Zon, de planten op de Maan en de mineralen op de Aarde (afbeelding Pinterest Mateika – Goethe and Rudolf Steiner)

Woordvoerders van de antroposofische school beweren bij hoog en bij laag dat antroposofie geen deel uitmaakt van de leerstof in hun scholen. De praktijk toont echter het tegendeel.

Het curriculum van de antroposofische school is o.a. opgebouwd aan de hand van Steiners uitbreiding van de recapitulatietheorie van de Duitse bioloog Ernst Haeckel (1834-1919). Waar Haeckel stelde dat de evolutie van een groep organismen zich versneld herhaalt in de ontwikkeling van een individueel organisme van dezelfde groep, stelde Steiner dat dit ook zo is op geestelijk gebied. Kort gezegd: de individuele mens doorloopt doorheen zijn ontwikkeling versneld de wereldgeschiedenis. Met zijn culturele fylogenie ‘verklaarde’ Steiner het ontstaan van het heelal alsook dat van de mensheid. In zijn Geheimwissenschaft im Umriss postuleert hij dat op de Oude Saturnus engelen de kiem voor het fysieke lichaam leggen, op de Oude Zon het etherlichaam wordt aangelegd, op de Oude Maan het astraallichaam en op de Aarde nog het Ik-lichaam wordt toegevoegd [R. Steiner, Geheimwissenschaft im Umriss, GA13, p. 137 e.v].

Uit documentatie die de Federatie van Rudolf Steinerscholen voor haar leraren beschikbaar stelt, blijkt dat pseudowetenschappelijke ideeën zoals hierboven weergegeven wel degelijk aan de leerlingen worden aangeboden. Zelfs als natuurwetenschappen. Onderstaande tekst bevat enkele extracten uit zo’n document van de Federatie van Steinerscholen.

Biologie in de 8ste klas (bron: website Federatie van Rudolf Steinerscholen in Vlaanderen)

Om zich niet te verliezen in alleen de biologische kant van de zaak, is het m.i. goed om de zaak eerst psychologisch in te leiden. Daarmee wil ik zeggen dat je eerst de zielen- en geesteskwaliteiten van het mannelijke en vrouwelijke moet bestuderen. Daarna kun je overgaan naar meer lichamelijke aspecten, zodat deze in hun juiste perspectief kunnen worden gezien, namelijk als uitdrukking van ziel en geest en niet omgekeerd!(…)

In de vrouwelijke eicel en mannelijke zaadcellen vinden we dezelfde kosmische principes terug (…)

We sloten de week af met het volgende in de schriften te schrijven: “Toch blijft de bevruchting een groot geheim. Men weet wel wat er allemaal nodig is en toch is er nog een onbekende factor. Want als alle materiële voorwaarden vervuld zijn, komt het niet steeds tot een bevruchting. Er is dus nog iets anders dat aanwezig moet zijn. Dit andere is niets anders dan de geest. Wanneer een geest zich met het lichaam wil verbinden, zal hij een gunstig moment  aangrijpen om een gunstig moment bevruchting te laten plaatsvinden. Als dit gebeurt, ontstaat er geleidelijk een lichaam waarin deze geest wil gaan wonen. Dit deel van de geest dat zich met het lichaam laat doordringen, noemen we de ziel. Zo krijgen we het volgende:

GEEST                   LIEFDE

ZIEL                       VERLIEFDHEID

LICHAAM            SEKSUALITEIT”

Tweede week: het skelet

De tweede week stond het menselijk skelet op het programma, dat ook vanuit de twee oerkrachten, het mannelijke en het vrouwelijke is opgebouwd. De eerste dag gaf ik een korte inleiding: uit hoeveel botten (zo’n 208) ons skelet is opgebouwd en hoe wonderlijk het toch is dat in het weke embryo zich geleidelijk aan verhardingen voordoen waardoor dit achitectonisch wonderwerk, dat ons skelet toch is, langzaam zichtbaar wordt.

Welke zijn nu de krachten die dit tot stand brengen? Dit zijn de krachten van Saturnus, die deze verharding tot stand brengen opdat de mens op aarde kan incarneren. Maar zoals Saturnus aan het begin staat van de incarnatie, dus sterk verwant is met de doodskrachten – want incarneren is niets anders dan zich op het gebied van de dood begeven – draagt de planeet Saturnus ook de opstandingskrachten in zich. Dit is de andere pool: doorheen de dood het leven vinden. Deze pool wordt zichtbaar in het binnenste van het bot, in het het beendermerg, waar rode rode bloedcellen worden geproduceerd die in zich het leven bevatten. Zo zien we dat in het skelet zowel de doods- als de opstandingskrachten van Saturnus, de planeet van het oerbegin en het wereldeinde, zichtbaar worden. Deze manier kan men aan de kinderen brengen als ze in vorige periodes, zoals de sterrenkunde en volkerenkunde, reeds grondig vertrouwd zijn geraakt met de planetenkrachten die zich o.a. uiten in de 7 graansoorten, de 7 metalen, enz.

De rest van de les werd nu gevuld met de opgave dat de kinderen zo goed als mogelijk vanuit hun voorstelling het skelet moesten tekenen zoals ze dachten dat het er uitzag. (…)

De tweede dag gingen we dieper in op de schedel. Dit is toch waarlijk een wonder! (…) Ik vertelde dan dat er in de 19de eeuw door wetenschappers een schedelkunde werd bedreven, die trachtte uit de bouw van de schedel bepaalde karaktereigenschappen af te leiden. Zo ontdekte men dat vele misdadigers een bepaalde aanleg in de schedel hadden. (…)

Daarna hebben we de schedel zorgvuldig bekeken en zijn we kort ingegaan op hoe de zintuigschedel zich bij de mens meer terughoudt dan bij de dieren. Een korte, heftige discussie volgde toen de leraar op de opmerking dat de mens van de aap afstamt, beweerde dat hij dit toch anders zag. Even wees hij op enkele retardatieverschijnselen. Hielp niet. De tegenstand van enkele kinderen bleef heftig. Heerlijk! Dit afwijzen werd met enthousiasme begroet en de leraar zei: “Blijf zo denken tot in de negende klas, want daar zul je dieper ingaan op de evolutiegedachte.” Als leerkracht moet je steeds andere meningen waarderen, want pas door confrontatie kan er iets groeien. (…)

De derde week

De derde week gingen we wat dieper in op de verschillende soorten gewrichten waarna we overgingen tot de spieren. Maar ook hier eerst samenhangen. Wat is vooral de functie van de spieren? Beweging tot stand brengen. Waar vinden we die voor het eerst echt in beeld gebracht? Wie beeldhouwde voor het eerst echt de spiermens? De mens in beweging? Dat weren de Grieken. Griekse beelden werden nu bekeken. Maar welke kracht werkte door de Grieken? Wie was hun oppergod? Dat was Zeus, of Jupiter. Hoe heel anders was de Egyptische beeldhouwkunst! Deze was geheel saturnaal: onbeweeglijk, representant van een oeroud verleden. Bij de Grieken werd de Jupitermens ontdekt. Lichamelijk, door de spiermens – op zielengebied, door het denken. (Het denken is de Jupiterfunctie in de ziel – het her-inneren is meer de Saturnusfunctie.) Het skelet was de Saturnusmens. Denk nu de spieren er omheen, dan heb je ook de Jupitermens.

Nadat dit gezegd was, gingen we concreter in op de spieren. Dat we er zo’n 600 hebben en dat er twee soorten zijn: bewuste en onbewust (maag, darm, enz.). (…)

Uit Demetrius, jaargang 1, nr.3, 7 september 1997, Natuurwetenschappen bovenbouw 4 G.c.10

 

32 Comments (naar externe site)

Delen