by Ramon De Jonghe •  • 54 Comments

Naar aanleiding van geweldpleging in een steinerschool werd mij gevraagd om voor  instanties die zich om jongeren bekommeren een rapport op te stellen waarin het geweld dat had plaatsgevonden in de context van de steiner- pedagogie wordt geplaatst.

De volgende teksten zijn licht aangepaste uittreksels uit dat rapport. (De links zijn alleen op deze website toegevoegd).

‘Onder geweld verstaan we elke macht die de integriteit en de humane ontplooiing van de mens aantast, vermindert of verstoort. Zijn netwerk van goede, humane relaties – met zichzelf zijn vrienden, collega’s, de natuur, het totale bestaan… – wordt beschadigd of zelfs vernietigd.’ 1

Het zal misschien vreemd lijken te stellen dat geweld in de steinerschool vaker voorkomt dan algemeen aangenomen. Dit heeft te maken met het feit dat de steinerschool zich profileert als ‘zacht’ onderwijs  dat het kind op eigen ritme helpt ontwikkelen, zodat het kind vervolgens, wanneer het moment daar is en het sterk genoeg is, de stap in de ‘harde’ wereld kan zetten. Dit is echter een ideaal. De praktijk in de steinerschool wijst in een andere richting. Geweld is er wel degelijk stringent aanwezig. Het is er alleen minder goed zichtbaar dan in een gewone school, omdat geweld in de steinerschool zelden bespreekbaar is; het zal zelden aan de oppervlakte komen. Komt daar nog bij dat geweld – zowel fysiek, als verbaal en psychisch geweld – uitermate sociologisch bepaald zijn en bijgevolg door veel kinderen die eraan blootstaan als normbepalend gelden.

In de manier waarop zich door de steinerschool ‘gelegimiteerd’ geweld systematisch manifesteert, zijn drie gebieden te onderscheiden: ideologisch geweldpedagogisch-didactisch geweld en ad hoc geweld. Hierbij dient de kanttekening te worden gemaakt dat vanzelfsprekend niet iedere steinerschoolleraar zich op elk van de drie gebieden begeeft, maar daartoe wel de ruimte heeft doordat hij per definitie (volgens de uitgangspunten van het antroposofisch onderwijs) kan genieten van vrijheid van onderwijs.De steinerschool werpt vaak op dat deze vrijheid uitsluitend betrekking heeft op het bestuurlijk-organisatorische, maar in werkelijkheid belangt deze vrijheid vooral de leraar aan.

Ideologisch geweld

In de steinerdoctrine, die het antroposofisch onderwijs schraagt en volledig doordringt, zitten verscheidene elementen die het jongeren moeilijk maakt om de goede relaties met hun omgeving te onderhouden. Een voorbeeld daarvan is de in het antroposofisch onderwijs gebruikte ‘menskunde’.

Deze door Rudolf Steiner aangereikte manier om naar mensen te kijken, heeft erin Duitsland voor gezorgd dat Steiners ‘Geisteswissenschaftliche Menschenkunde’door de Bundesprüfstelle für jugendgefährdende Medien(Bondscommissie beoordeling gevaarlijke media voor jongeren) van het Bundesfamilienministerium is bestempeld als ‘aanzettend tot rassenhaat en discriminatie’.4 Het boek mag enkel nog worden uitgegeven op voorwaarde dat het geannoteerd wordt. Steiners menskunde waarop het antroposofisch onderwijs zich baseert, bevat niet alleen discriminerende en racistische elementen, maar wijkt ook dermate af van de wetenschappelijke consensus inzake evolutie van de mens als individu en de mensheid in het algemeen, dat het aannemelijk is dat kinderen die vanuit de antroposofische menskundige inzichten opgevoed en gevormd worden, gedesoriënteerd raken.

In die zin wordt hen geweld aangedaan doordat wanneer deze jongeren de school verlaten en zich moeten beroepen op hun zelfstandig denken, zij worden geconfronteerd met een samenleving waarin het heersende wereldbeeld op een pluralistische en wetenschappelijke manier is opgebouwd en waar hun ‘meegekregen’ wereldbeeld haaks op staat. Ze vinden weinig of geen aansluiting met de ‘gewone’ maatschappij.

‘… de pedagogiek van de steinerschool beroept zich op de techniek van de indoctrinatie. Ze bestaat daaruit leerinhouden, gedrag en denkrichting stevig te verbinden. Ze wordt ondersteund door onzekerheden. Onzekerheden die enkel en alleen op de aanname berusten dat de ‘Doktor’ als bovenzinnelijk fotograaf iets heeft vastgehouden wat de blinde zintuigen ook eenmaal zullen kunnen zien. Er is geen andere pedagogiek die met zo’n eenzijdigheid op de beweringen van een iemand steunt, waaronder enkele hoogst bedenkelijke, die met de overheersende toon van bovenwereldse wijsheid en inzicht worden verkondigd. (…) De leraar blijft in de steinerwereld, maar de kinderen en de studenten moeten ze verlaten en hebben daar vaak zwaar onder te lijden. Of het moet zijn dat ze als steinerschoolleraar in de zekere haven van de steinerwereld terugkeren. ‘

(Professor Algemene Didactiek, Klaus Prange, in ‘ Mission Klassenzimmer. Zum Einfluss von Religion und Esoterik auf Bildung und Erziehung’, Alibri Verlag 2005)

Pedagogisch-didactisch geweld

Een van de belangrijkste elementen uit de steinerpedagogie die in de dagelijkse klaspraktijk wordt ingezet, is de door Rudolf Steiner ontwikkelde temperamentenleer.5 Deze typologieleer deelt kinderen op basis van zowel biologische als persoonlijkheids- kenmerken vrij rigide in vier verschillende types in: sanguinisch, flegmatisch, melancholisch en cholerisch.

Los van het feit dat dit soort indelingen al dan niet kinderen geweld aandoet, is het interessant om door middel van een voorbeeld laten zien wat het gebruik van deze temperamentleer voor de klaspraktijk betekent en hoe daardoor geweld wordt getolereerd, ja, zelfs gecultiveerd. Men huldigt namelijk in de steinerschool het principe dat kinderen in de klas moeten gegroepeerd worden volgens temperament. Voor elk van de vier groepen gelden daarvoor andere argumenten. In dit kader is het argument om cholerische kinderen te groeperen van belang. Cholerische kinderen, die men het kenmerk ‘opvliegend’ toebedeelt, worden namelijk samen gezet opdat ze aan mekaar ervaren hoe vervelend agressief gedrag is. Kinderen die opvliegend, agressief zijn en moeilijk hun handen kunnen thuishouden, moeten mekaar ‘duidelijk maken’ dat dit soort storend gedrag niet kan. Dit geheel volgens de richtlijnen van de grondlegger van de steinerschool.

‘… hoe heilzaam het is voor cholerische kinderen als je ze allemaal in een hoek van de klas bij elkaar zet! Daardoor verlos je de klas van het voortdurend vermanen. Deze ‘wilden’ voeden nu zichzelf op tot enige bezonnenheid, en ze doen dat nog vrij voorzichtig ook, omdat iedere vechtjas weet, dat zijn buurman die hij een stomp verkoopt, hem onmiddellijk een stomp terug zal geven.6

Men hoeft geen pedagoog of socioloog te zijn om te weten dat geweldenaars hun gewelddadig gedrag niet wordt verminderd door hen ergens samen in een hoekje te zetten. Mocht dit wel zo zijn, zou het hooligan-probleem zich al lang vanzelf hebben opgelost. Moderne sociologen zien omgevingsfactoren daarentegen als bepalend voor de mate waarin geweld voorkomt.

‘Centraal in een sociologische benadering staat de context waarin geweld wordt gepleegd. Die sluit aan bij de opvatting dat agressie aangeleerd is en/of gestimuleerd wordt door de omgeving.’7

De temperamentenleer is niet alleen vanuit psychologisch oogpunt achterhaald, maar vanuit sociologisch oogpunt ook quasi onmogelijk te verdedigen.

Een ander achterhaald didactisch middel dat in de steinerschool nog altijd ingang vindt, is het straffen. Zowel uit de vakliteratuur8, uit de media9, als uit talrijke getuigenissen10 blijkt dat de fysieke straf nog altijd opgeld maakt in de steinerschool. In Duitsland, de bakermat van de steinerscholen en het grote voorbeeld voor steinerscholen wereldwijd, wordt het straffen min of meer aanvaardbaar gemaakt in de vorm van een boek met als titel  ‘Die Strafe in der Selbsterziehung und in der Erziehung des Kindes11, dat er tot de standaardwerken op opleidingen tot vrijeschoolleerkracht behoort. In een reeks werken uitgegeven door het Pedagogisch Onderzoekscentrum van de Bond van steinerscholen [Duits:Waldorfschulen] is het zelfs band 1. Het boek moest in 1993 worden aangepast omdat het in strijd was met de wet op de lijfstraffen. Een van de auteurs is nog leerling van Steiner geweest en omdat men zich in de steinerschoolbeweging eng aan de werken van Steiner en zijn leerlingen relateert12, is het dan ook niet verwonderlijk dat fysieke straf niet als ongepast wordt gezien. Als zelfs Steiner vond, in tegenstelling tot andere reformpedagogen uit zijn tijd die zich afzetten tegen het ‘te harde’ klassieke onderwijs, dat een beetje ranselen of een oorvijg af en toe wel kon.

‘Aber unter Umständen kann es auch einmal notwendig sein, dass man sogar ein bisschen prügelt… Man gibt physische und astrale Ohrfeigen. Es ist eigentlich gleich, welche man gibt. Aber Ohrfeigen darf man nicht sentimental geben.’13

(R. Steiner, Konferenzen mit den Lehrern der Freie Waldorfschule, GA300b, p.73, p83)

Ad hoc geweld

Een van de belangrijkste elementen uit de steinerpedagogie is de karma- en reïncarnatieleer: de leerlingen in een klas en hun leraar kennen elkaar vanuit een vorig leven en hebben een rekening uitstaan die moet worden vereffend.

De leer houdt onder andere in dat een mens reeds in een voorgeboortelijk leven heeft gekozen voor het leven dat hij nu leeft, met alle gemakken en ongemakken die bij dit leven horen. Steinerpedagogen kunnen dit gegeven gebruiken om pesterijen en ander geweld te ‘verklaren’ en zodoende te legitimeren. Een van de aspecten van de leer is dat niet mag worden ingegrepen in het karma. Een andere bijzonderheid van deze karmaleer m.b.t. kind en ontwikkeling is bijvoorbeeld dat ‘een kind zich zonder pijn niet kan ontwikkelen richting vervolmaking’14.

‘Denken Sie sich, ein Kind soll sich entwickeln, um sich im Hinblick auf sein späteres Erwachsensein zu vervollkommnen. Da muß es alles erst lernen. Es muß stehen und gehen lernen, es muß lernen, sich selbst im Gleich gewicht zu halten; dabei wird es auch öfters hinfallen. Wenn mit dem Hinfallen kein Schmerz verknüpft wäre, so würde das Hinfallen keine Wirkung in der Richtung der Vervollkommnung der Fähigkeiten haben. Um sich zu vervollkommnen, muß eben Unvollkommenes im Leben vorhanden sein.’  (R. Steiner, GA 88)

In bepaalde gevallen wordt deze leer aangewend als vrijgeleide om pedagogische uitglijders te vergoelijken. Ouders van kinderen die de meest absurde straffen worden opgelegd15, worden dan geconfronteerd met ‘theorieën’ van Steiner die ieder zinvol gesprek onmogelijk maken. Meestal komt het erop neer dat het de schuld van het kind is en dat het er zelf voor heeft gekozen. Ter illustratie een bekend antroposoof en hoogleraardie dit ‘eigen-schuld-principe’ duidt.

‘Wij hebben  bijvoorbeeld in de antroposofie de dakpanoefening. Dat betekent eigenlijk dat alles wat je overkomt, toeschrijft als iets wat je zelf gewild hebt. Als ik in het gefingeerde voorbeeld op straat loop en een dakpan op mijn hoofd krijg, dan moet ik me eigenlijk proberen voor te stellen, dat ik een paar ogenblikken eerder dat dak opgeklauterd ben en die dakpan losgewrikt heb en net op mijn eigen hoofd heb laten komen.’ 16

Dit is direct gerelateerd aan de karma- en reïncarnatieleer van Steiner die in steinerscholen wordt aangewend.  Dat steinerpedagogen zich daadwerkelijk van deze gezichtspunten bedienen om wantoestanden te verklaren, blijkt niet alleen uit eigen ervaringen, maar ook uit antroposofische literatuur. Aan de hand van concrete voorbeelden wordt door het antroposofisch tijdschrift Driegonaal de steinerschool (anno 2007) in beeld gebracht.

‘8. Op het schoolplein wordt nauwelijks echt gespeeld. Kinderen maken ruzie, zitten elkaar achterna, er wordt geschopt en geslagen, al dan niet in de vorm van ‘spel’. Introverte kinderen proberen zich van alles en iedereen afzijdig te houden.

9. De ouders van een bepaalde klas beginnen wat bezorgd te worden. Er is veel onrust en gedoe … Een goed gesprek op een ouderavond moet het vertrouwen herstellen. De leerkracht vertelt die avond dat hij er zeer mee geworsteld maar nu weet hoe het zit: de kinderen zijn eigenlijk allemaal ‘oude’ Romeinen.’17

Met deze verwijzing naar de ‘oude’ Romeinen, d.w.z. gereïncarneerde Romeinen, legt de leerkracht de problematiek naar de vorige levens van zijn leerlingen en ontslaat hij zichzelf van de verantwoordelijkheid de klas in de hand te houden. Want de Romeinen waren een strijdlustig, wreed en niet in te tomen volk en dat is volgens de leraar ‘deze gereïncarneerde Romeinen’ nog aan te zien.

Het is deze manier van geweld  proberen goed te praten die maakt dat ad hoc geweld zich zonder meer kan manifesteren in de steinerschool: er wordt een quasi spirituele verklaring uit de antroposofie aan gegeven die iedere ouder die niet bekend is met de antroposofie ongelooflijk vreemd in de oren klinkt.

Het voorgaande (deel 1, 2, 3 en 4) in beschouwing genomen is het niet opportuun de steinerschool een veilige haven te noemen die aan de voorwaarden voldoet om kinderen een voldoende emotionele, sociale en cognitieve basis te laten leggen voor hun verdere leven.

 

Noten

1 R. Boonen, De Geweldige school en maatschappij, Garant 2009, p.163
2 Cf. Rudolf Steiner, de grondlegger van het antroposofisch onderwijs, die stelde ‘dat de leraar heer en meester moet zijn’. R. Steiner en M . Boeke, Vrijheid van onderwijs en sociale driegeleding, Nearchus 1990
3 R. Steiner, Geisterswissenschaftliche Menschenkunde, GA 107, RSV 1988
4 ‘in Teilen als zum Rassenhass anreizend bzw. als Rassen diskriminierend anzusehen’, BPjM, 06/9/2007
5 Meer over de temperamentenleer bij D. Crum, Onderwijs als kunst – Grondbeginselen en methoden van de Vrije Scholen, Wolters-Noordhoff 1983
6 R.Steiner & A.Steffen, Een weg tot volwassenheid, Vrije Geestesleven 1978
7 P.Mahieu (red.R.Boonen), Geweldig: Kracht, macht en een slecht gedacht – een sociologische reflectie over geweld en scholen, Garant 2006
8 F. Beckmannshagen, Rudolf Steiner und die Waldorfschulen. Eine psychologisch-kritische Studie, ed. J. Paul 2008 Zomereditie Vordenker.de, eerste uitgave Paul-Hans Sievers Verlag Wuppertal 1984, p.28
9 V.Droeven, Laatste kans voor school met lijfstraffen, De Standaard 27/07/2010
10 Zie rubriek Getuigenissen
11 E.Gabert & G.Kniebe, Die Strafe in der Selbsterziehung und in der Erziehung des Kindes, Freies Geistesleben 1993
12 H.Zander, Anthroposophie in Deutschland, Vandenhoek  en Ruprecht 2007
13 R.Steiner, GA 300, p.73, p.83, vrij vertaald rdjv: ‘Men geeft fysieke en astrale oorvijgen. Het maakt niet uit welke men geeft. Maar oorvijgen mag men niet sentimenteel geven’ … Onder omstandigheden kan het wel een keer nodig zijn om een beetje te ranselen. ‘
14 R.Steiner, Über die astrale Welt und das Devachan, GA 88, RSV 1999
15 B. Maeckelbergh, Lijfstraffen in steinerschool, Het Nieuwsblad 29/04/2009 (naar artikel)
16 H.Verbrugh, Misverstanden rond een dakpan, Skepter jaargang 10, maart 1997
17 J. Hogervorst, Vrije Scholen op de tweesprong, Driegonaal 2007

 

54 Comments (naar externe site)

Delen