Ramon De Jonghe • 

‘Hoe het ook zij: het gaat om de teneur: wij (vrijeschool) staan voor dit; de anderen (overheid!) kunnen ons( in het onderhavige geval) wat: onze rug op; naar de maan, de pomp lopen enz. enz. ‘[1]

Om die teneur gaat het inderdaad. Uit de talrijke getuigenissen van onder anderen ouders, leerlingen en leraren weten we ondertussen al dat antroposofen geen hoge pet op hebben van de overheid en dat misleiden in het antroposofisch milieu schering en inslag is. Desondanks wenden diezelfde antroposofen zich  te pas en te onpas tot de overheid. Meestal om geld te vragen, maar evenzeer om problemen op te lossen.

Vorige maand nog schreef ik over de Driebergense vrijeschool De Vuurvogel, waar men een wel heel aparte manier heeft om problemen op te lossen. Ouders die zich zorgen maken over het schoolklimaat worden er niet alleen misleid en geïntimideerd, maar worden ook in een slecht daglicht geplaatst. Terwijl de school ouders met de glimlach benadert om met hen in dialoog te gaan, onderneemt diezelfde school bijvoorbeeld actie door bij de politie vage meldingen te doen. Het hele verhaal is hier na te lezen.

Het voorval in Driebergen is geen alleenstaand geval. Meer nog: het is eerder exemplarisch voor de antroposofische school. We hoeven zelfs het hele gamma aan getuigenissen niet door te nemen om te weten dat in de interactie tussen antroposofische beweging en de samenleving iets niet klopt. Alleen al het curriculum van de antroposofische pedagogie doet een mens de wenkbrauwen fronsen. Wat te denken van adviezen zoals dit:

‘Verzeker je ervan dat ouders, vooral de meest mondige, je als hun vriend beschouwen.’

Handbook for Waldorf Teachers, K. Avison, Steiner Waldorf Fellowship Publications 2007[2]

Dit is volledig in lijn van wat de grondlegger van de antroposofische pedagogie (steiner/vrijeschool)  zijn leraren adviseerde. Rudolf Steiner nam het naar buitenstaanders toe ook niet zo nauw met oprechtheid.

‘We moeten ons erdoor worstelen…Om te doen wat we willen doen is het nodig om op zijn minst met de mensen te praten. Niet omdat we willen, maar omdat we moeten, en innerlijk houden we ze voor de gek.’

Rudolf Steiner, Conferences with Teachers of the Waldorf School vol.1, SWFS Publications 1986 [3]

Antroposofen zien in dit soort asociale uitwassen geen graten. Rudolf Steiner maakte immers een onderscheid tussen niet-antroposofen en antroposofen[4], die de uitverkoren redders van de mensheid[5] zouden zijn. Tenminste, volgens Steiner. Voor de volgelingen[6] gaat wat van Steiner komt erin als zoete koek, maar toch zien zelfs antroposofen dat binnen de antroposofische beweging een en ander niet klopt.  Wim Veltman, icoon van de steinerpedagogie in Nederland en België en jarenlang voorzitter van het tijdschrift Vrije Opvoedkunst, windt erin een publicatie voor intern gebruik geen doekjes om.

‘De sociale inrichting van een Vrije School is in de loop van de tachtig jaren Vrije Schoolbeweging in Nederland en overal elders in de wereld een aanhoudend probleem geweest. Als de ‘antisociale drift’ zich ergens in de afgelopen eeuw heeft kunnen uitleven, was het wel in de Vrije Waldorfscholen (een enkele uitzondering niet te na gekomen). En dat terwijl de Waldorfschool in zekere zin is voortgekomen uit een sociale vernieuwingsimpuls!’

W. Veltman, De Vrije School – Ondergang en nieuwe geboorte?’, Den Haag 2000

Veltman weet waarover hij het heeft. Een paar jaar geleden vertrouwde hij me toe dat in de Vrije School Den Haag zelfs doodsbedreigingen intern hun weg vonden tot in de leraren hun postvakjes.

De ‘vernieuwingsimpuls’ die antroposofen als onderdeel van hun missie zien, is er niet uitgekomen. Wel is de antroposofische school alom present om haar vele – schijnbaar verheven – ideeën tentoon te spreiden. Ze blijkt deze echter niet op een vruchtbare manier te kunnen verwezenlijken.

In De Vuurvogel in Driebergen heeft men dit misschien ook begrepen. Om alsnog een en ander recht te trekken, wil schoolleider Helling mij als bemiddelaar tussen een van de ouders en de school betrekken.

Voetnoten

[1] Pieter HA Witvliet, gepensioneerd antroposofisch leraar en schoolleider, Overheid kan van steinerschool naar de pomp lopen, Steinerscholen.com 09/05/2012. In een reactielegt Witvliet uit hoe zijn school de overheid misleidde met behulp van een onderwijsinspecteur.

[2] Avisons boek is in 2007 herdrukt en wat het bijzonder maakt, is dat Avison hulp heeft gekregen vanuit de Nederlandse steiner/vrijeschoolbeweging. De auteur vermeldt dat in het voorwoord: ‘De steun van de leden van de SWFS Stuurgroep is cruciaal geweest, omdat dialoog en occasionele begeleiding van het Nederlandse adviesinstituut onschatbaar waren…’ K. Avison, Stourbridge, januari 2004

[3] In de originele Duitse versie (GA 300a) zegt Steiner tot zijn leraren:

‘Das würde uns schon viel helfen, wenn wir sagen würden, wir machen es genauso wie die anderen öffentlichen Schulen’ (p.71)

‘Schweigen wir über alles das, was wir handhaben in der Schule. Halten wir uns an eine Art Schulgeheimnis.’(p.73)

‘Man muss sich bewusst sein, nicht von innen her, von aussen her, dass man nötig hat, um wenigstens das zu machen, was wir durchbringen wollen, mit den Leuten zu reden, und ihnen innerlich eine Nase zu drehen.’ (p.218-219)

[4] R. Steiner, GA237, RSNV 1966, p.139 e.v. (vertaling)

Rudolf Steiner sprak over de tweespalt tussen niet-antroposofen en antroposofen. De eersten zouden volgens Steiner ten onder gaan als ze de hulp van antroposofen niet willen aanvaarden. Er moet op niet-antroposofen worden ‘ingewerkt’. Als dit niet lukt, moeten niet-antroposofen weg worden gehouden.

‘Nemen we aan dat een antroposoof een nauwe band heeft met een niet-antroposoof. Dan kan het dus zijn dat de antroposoof oude karmische banden met de niet-antroposoof moet vereffenen, of het andere kan zich voordoen dat de niet-antroposoof karmische banden voor de toekomst moet smeden met de antroposoof. Tenminste, deze twee situaties zijn de enige -allemaal een beetje verschillend natuurlijk- die ik kon waarnemen. Daarbuiten is er niets, behalve deze twee gevallen is er niets.

Daaruit volgt echter dat het nu werkelijk om een tijd van grote beslissingen gaat: dat ofwel ingewerkt wordt op de niet-antroposofen in de zin dat ze tot de Michaël-gemeenschap komen, ofwel dat er gewerkt wordt om diegenen die niet tot de Michaël-gemeenschap behoren er verre vandaan te houden. Dat is de tijd van de grote tweespalt, de grote crisis, waarvan eigenlijk de heilige boeken van alle tijden spreken en die in de grond bedoeld is voor onze tijd.’

[5] R. Steiner, GA237, RSNV 1966, p.139 e.v. (vertaling)

‘Ik heb laten verstaan dat de mensen die nu met volle intensiteit actief zijn in de antroposofische beweging, op het einde van de eeuw zullen terugkomen, dat zich dan anderen met hen zullen verenigen, omdat daardoor definitief zal moeten beslist worden over de redding van de aarde, over het redden van de aardebeschaving voor de ondergang. Dat is de missie van de antroposofische beweging…’

[6] M. Schaap & J. Blick, Antroposofen, VPRO 2013 (video)

 

7 Comments (naar externe site)

Delen