by Ramon De Jonghe • 

In welke mate en hoe loodst de steinerschool antroposofisch gedachtegoed de samenleving in? Het is een vraag die niet op een twee drie  te beantwoorden is. Maar dát de steinerschool dienst doetals medium om het controversiële en pseudowetenschappelijk mens- en wereldbeeld van Rudolf Steiner te bestendigen, staat buiten kijf.

In Duitsland durft men het nog scherper te stellen. Eergisteren postte de Duitse steinerschoolcriticus Andreas Lichte onder ‘De steinerschool informeert’ een weinig aan de verbeelding overlatende tekst waarin wordt gesteld dat de steinerpedagogiek een bedrieglijke verpakking is voor heerschappij. Nu kan men van een criticus wel verwachten dat die niet altijd de nuance zoekt en daardoor al wel eens fel uit de hoek komt. Opmerkelijk is echter dat de door Lichte geciteerde tekst niet van hemzelf komt, maar van Klaus Prange, iemand waarvan men mag verwachten dat die vanuit zijn beroep gewend is nuances te zoeken en aan te brengen.

Klaus Prange is professor Algemene Pedagogiek aan de Universiteit van Tubingen. Prange noemt de steinerschool een ‘Mogelpackung’, wat zoveel wil zeggen als bedrieglijke verpakking of bedotterij. Hij onderbouwt zijn kritische uitlating aan de hand van drie stellingen die ik hier weergeef in vrije vertaling.

  1. De antroposofie is een evangelie voor verlatenen en teleurgestelden, voor zinzoekers en thuislozen.
  2. De steinerpedagogiek en de steinerschool zijn een poging om dit evangelie te bestendigen.
  3. De antroposofische pedagogiek is een bedrieglijke verpakking voor heerschappij. Ze buit de veelvoorkomende begeleidingsbehoefte uit om de heerschappij van een zelfgekozen elite te rechtvaardigen.

Klaus Prange onderbouwt deze drie stellingen vervolgens uitgebreid. Uit zijn lange betoog wordt onder meer duidelijk wat hij van Steiners evangelie vindt.

Steiners grondgedachte is tegelijk simpel en hoogst abstract. Hij heeft een oeroud archaïsch beeld uit het begin van de mensheid opgenomen en modern weergegeven. De individuele mens is een kosmos in het klein. De kosmos een mens in het groot. Dat is niet als beeld bedoeld dat ook anders zou kunnen zijn, maar het is werkelijk zo. Er is een fundamentele relatie tussen het vergankelijke hier en het eeuwige en de kosmos daar. Men kan over en weer gaan. Zoals we ons als mensen herkennen met hoofd, romp en ledematen, zo is de hele wereld. En kijken we naar zon, maan en aarde en sterren, planten en dieren, dan herkennen we onszelf. In zijn autobiografie met als titel ‘Mein lebensgang’ heeft Steiner beschreven hoe hij tot zijn inzichten is gekomen. Of beter: hoe het wereldgeheim zich aan hem ontsluierde en hem gegeven was.

Over hoe de steinerschool dit evangelie wil bestendigen, zegt Prange:

Ik vat dit punt zo samen: de pedagogiek van de steinerschool beroept zich op de techniek van de indoctrinatie. Ze bestaat daaruit leerinhouden, gedrag en denkrichting stevig te verbinden. Ze wordt ondersteund door onzekerheden. Onzekerheden die enkel en alleen op de aanname berusten dat de ‘Doktor’ als bovenzinnelijk fotograaf iets heeft vastgehouden wat de blinde zintuigen ook eenmaal zullen kunnen zien. Er is geen andere pedagogiek die met zo’n eenzijdigheid op de beweringen van een iemand steunt, waaronder enkele hoogst bedenkelijke, die met de overheersende toon van bovenwereldse wijsheid en inzicht worden verkondigd.

Ter staving en als illustratie slechts dit voorbeeld: Waarom zijn een aantal mensen niet ‘wit’ zoals de meeste Europeanen, maar donker tot zwart? Het wetenschappelijke antwoord wordt gewoonlijk in de fysische antropologie gezocht. Dr. Steiner echter weet het beter en dieper. Dat iemand donker op de wereld komt, ligt daaraan dat dat hij in zijn vorige leven een ‘donker’ verderfelijk leven heeft geleid (1). Meer nog: hij kon nu al bij enkele tijdgenoten voorspellen dat ze in de volgende incarnatie als zwarte op de wereld zouden komen als straf voor hun schanddaden. Dat is de subtiele antroposofische kunst van racisme. Op dezelfde manier worden ziekten, misvormingen, mentale handicaps als gevolg van vroegere morele fouten geduid.

Maar er is voor antroposofen ook goed nieuws.Want volgens Prange is hun patroonheilige, Rudolf Steiner, niet het probleem. Dat is dan ook zowat het enige goede nieuws dat te melden valt na lezing van de argumenten die Prange aanhaalt in het hoofdstuk waar hij duidelijk maakt wat hij bedoelt met dat de steinerpedagogiek wordt gebruikt om de antroposofische elite de heerschappij te geven. Hij besluit als volgt:

Het probleem heet echter niet Rudolf Steiner. Zijn fysiologische, historische en psychologische inzichten worden in de wetenschap niet in ogenschouw genomen. Het probleem is de bereidheid tot volgzaamheid en onderwerping van zij die in de naam van de wetenschap haar opheffing willen en in feite bewerkstelligen. De begunstigden zijn de goeroes en de zielengidsen, de agenten van het occultisme en, om dit heel duidelijk te stellen, ook die pedagogen die geloven de kinderen te helpen op hun levensweg door hen een wereld voor te stellen die alleen in hun fantasie bestaat. De leraar blijft in de steinerwereld, maar de kinderen en de studenten moeten ze verlaten en hebben daar vaak zwaar onder te lijden. Of het moet zijn dat ze als steinerschoolleraar in de zekere haven van de steinerwereld terugkeren.

Het volledige artikel is, voor wie het Duits machtig is,  na te lezen op Ruhrbarone.

Voetnoten

1) Rudolf Steiner,  ‘Konferenzgesprächen’ , GA 300 c , p. 71, Dornach 1975

 

56 Comments (naar externe site)

Delen