by Ramon De Jonghe • 

In Kijkwijzer kindbespreking schreef ik dat uit een een document van een Belgische steinerschool duidelijk blijkt dat de rol van de steinerleraar zich niet beperkt tot onderwijzen en opvoeden, dat de steinerleraar zijn leerlingen ook vanuit medische invalshoek benadert. Op 13 januari j.l. werd in ‘De leraar als heiland’ al aangegeven dat op de meest recente lerarendag voor steinerschoolleraren – met als thema Opvoeden als sacraal proces – Arnout De Meyere, de pedagogisch gevolmachtigde (PG) van Middelbare Steinerscholen Vlaanderen Gent stelde dat ‘het een buitengewoon goede houding is om zich met het bewustzijn te doordringen, dat elke leraar in zekere zin de arts van zijn kinderen is’. [1]

Hoe ver dit gaat, werd bevestigd door een leerkracht die nogal aangegrepen was door een kindbespreking. Ik ontving daarover een mail die ik mocht plaatsen, op voorwaarde dat ik gegevens over de leerlinge die besproken werd, zou weglaten. De tekst is daardoor flink ingekort, maar geeft desondanks nog goed weer op welke manier men in de steinerschool in de huid van leerlingen wil kruipen.

Dit moet even van mijn hart.

Deze avond was er dus weer een leerkrachtenvergadering. Het eerste deel bestond uit een leerlingenbespreking. Wellicht ken je dit wel, maar ik wil het gewoon voor mijzelf op papier zetten. Dit is heel erg.

Er werd een meisje uit klas 10 uitgenodigd. Zij trad het lerarenlokaal binnen en moest spontaan spreken voor het hele college van meer dan 20 leerkrachten. De schoolarts was er ook. Na de kinderbespreking, verliet hij ook direct de vergadering.

XXX, zo heette het meisje, deed dat heel flink en begon wat over zichzelf te vertellen: hobby, toneel, weggaan met vriendinnen. Dan wordt ze door verschillende leerkrachten uitgevraagd over (dit is op basis van mijn notities):

a) thuissituatie: xxx ….

b) klassenraad: xxx ….

c) relatie met stiefbroer wordt nogmaals gepeild door andere leerkracht: xxx …

d) vragen naar interesse in kunsten: xxx …

e) geschiedenis met steinerschool: xxx …

g) jeugdbeweging: xxx …

h) vriendinnen buiten school? Nog anderen dan via toneel?: xxx …

i) uiterlijk, hoe sta je hier tegenover?:  xxx …

j) conflicten met medeleerlingen?:  xxx …

k) mogelijke seksuele spanning binnen de klasgroep. Gaat dat met die minder volwassen jongens?: xxx …

Er wordt nog gevraagd haar naam op het bord te schrijven en haar oren te tonen.

Dan mocht ze vertrekken. Ze had heel duidelijk gesproken, zonder hakkelen, stotteren, met duidelijke informatieve antwoorden en praatte zich zelfs uit een paar netelige vragen waar die perverselingen eigenlijk ook helemaal geen zaken mee hebben. Mijn reactie varieerde van uiterste verbazing, over een net vermeden slappe lach, naar een volledig gevoel van walging en plaatsvervangende schaamte.

Na dit geneus in het privéleven van de leerling neemt de schoolarts het woord en vraagt iedereen haar uiterlijk te beschrijven: symmetrie van benen en gezicht, mond, vorm van oren en gezicht, vorm van de wenkbrauwen. Er wordt gevraag of iemand haar voeten bekeken heeft? Niemand heeft info maar iedereen krijgt de taak om daar in de volgende week, bij turnen of zwemmen, extra op te letten. Schriften van het meisje worden doorgegeven en bekeken, vooral op geschrift.

Het hele college krijgt de opdracht op zich het meisje in gedachten voor te stellen “zonder een oordeel te vormen”. Gewoon te concentreren op haar beeld en dit de hele week te herhalen, elke dag en rustig te kijken welk beeld er verschijnt, wat er vanzelf tevoorschijn komt.

Blijkbaar wordt er volgende week weer over haar vergaderd. Dan wordt er naar haar bewegingen en handschrift gekeken. Er werden (nog?) geen oordelen of conclusies geformuleerd…

Tot zover dit relaas, dat ook op mij – en ik heb ondertussen al heel wat gehoord vanuit de antroposofische beweging – weeral een diepe indruk heeft gemaakt.

Alleen al het collectieve geneuzel in het persoonlijke leven van een meisje van rond de zestien is op zich al vrij bizar. Maar dat een tiener voor een twintigkoppig college de oren moet tonen en dan ook de rest van het lichaam in beeld wordt gebracht, doet onwillekeurig denken aan frenologie, een achterhaalde leer die door antroposofen omarmd wordt. Volgens de frenologie zou iemands karakter kunnen worden bepaald op basis van de vorm van de schedel. Volgens antroposofische inzichten spelen de oren daarbij een grote rol.

Waar de antroposofische school deze inzichten heeft gehaald, zal wel geen verrassing meer zijn. Zoals steeds wanneer wij in de praktijk van de steinerschool een abnormaliteit tegenkomen, is het vaak voldoende om even terug in de geschiedenis te gaan om te kijken wat ongeveer een eeuw geleden Rudolf Steiner zoal heeft verteld. Over de schedelvorm zegt Steiner in Menschengeist und Tiergeist:

‘Wat ons tegemoet treedt in de menselijke schedelvorm, is iets individueels, dat van mens tot mens verschillend is. De manier waarop wij een mens volgens zijn schedelkenmerken willen beoordelen, moet even zeer individueel zijn, net zoals de relatie van een mens tot een kunstwerk. Ook daar gelden geen algemeen vastgestelde voorschriften, men moet tot ieder kunstwerk afzonderlijk een toegang vinden indien het werkelijk een kunstwerk is.’[2]

En in Eine Okkulte Physiologie zegt Steiner:

‘Het is merkwaardig dat dan toch de vorming van de schedel en de aangezichtsbeenderen gevormd schijnen volgens het Ik, volgens de persoonlijkheid, terwijl de andere beenderen meer typisch voor gans de soort gevormd zijn. Wie de schedelbouw beschouwt, die weet : zo waar de mens zelf individueel is, zo waar is ook zijn schedelvorm individueel. (…) Hoe het Ik in de voorgaande incarnatie was, dat bepaalt de schedelvorm in de huidige incarnatie, zodat wij in de vorm van onze schedel een uiterlijke plastische afdruk hebben voor de manier hoe we, ieder afzonderlijk, als individualiteit in de voorgaande incarnatie geleefd en gehandeld hebben. Terwijl alle andere beenderen bij ons iets algemeen menselijks uitdrukken, drukt de schedel in zijn uiterlijke vorm datgene uit wat wij waren en gedaan hebben in de vorige incarnatie.’ [3]

Dat ook aan grafologie wordt gedaan, als zogenaamde bladspiegel van de ziel, is misschien minder schokkend dan het gebruik van de frenologie of het zich collectief inmengen in het intieme leven van jongeren, maar toont nog maar eens aan waarop men zich in de antroposofische school zoal beroept.

Voetnoten

[1] Arnout De Meyere, Opvoeding als sacraal proces, Thema lerarendag 12/10/2011
[2] R. Steiner, Menschengeist und Tiergeist, GA 60, blz. 105 (vertaling F. De Wit, De Brug 56)
[3] R. Steiner, Eine okkulte Physiologie, GA 128, p.125-126 (vertaling F. De Wit, De Brug 56)

 

26 Comments (naar externe site)

Delen