Woord vooraf

Dit schotschrift is een aanvulling op wat ik in tientallen kritische artikels schreef. Uit de reacties op en naar aanleiding van die artikels bleek niet alleen dat er mensen zijn die, zacht uitgedrukt, nare ervaringen hebben gehad met de steinerschool, maar vooral dat men blij was dat er eindelijk eens iemand in het Nederlands taalgebied de problemen in het steineronderwijs publiek bij naam begon te noemen. Het leverde vooral veel herkenning op. De donkere kant van de steinerschool belichten, waardoor een mogelijkheid wordt gecreëerd om in te zien dat die er wel degelijk is, werd voor mij een niet te verwaarlozen drijfveer om dit schotschrift te schrijven. Vanzelfsprekend denkt niet iedereen er zo over. Er komen ook wel eens andere gedachten langs.

‘Is het nodig een schotschrift over de steinerschool te publiceren? Per slot van rekening is de steinerschoolbeweging in de maatschappij een vrij onbekend verschijnsel en op onderwijsvlak een marginaal gegeven. Wie maalt erom dat het goede of slechte scholen zijn? Ze betekenen te weinig om er aandacht aan te besteden.’ Ook de houding die achter deze gedachten schuilgaat en die er een is van problemen wegcijferen, heeft me gemotiveerd om aandacht aan steineronderwijs te besteden. Het klopt dat wanneer naar de steinerschool wordt gekeken als een van de vele schoolbewegingen binnen het onderwijs, het weinig verschil maakt of ze het goed of niet goed doet: haar impact op de kwaliteit van onderwijs is verwaarloosbaar. In geval ze van het onderwijstoneel zou verdwijnen, heeft dat geen consequenties voor het ‘gewone’ onderwijs, noch zal de samenleving zichtbaar veranderen.

Het wordt een ander verhaal wanneer we haar impact op het kind bekijken. Dan kijken we niet langer naar hoe de steinerschool functioneert binnen het onderwijslandschap en de onbeduidende rol die ze daar speelt, maar wel hoe haar functioneren van invloed is op het welbevinden van kinderen. Hoe gaat men er met kinderen om en hoe (door welke bril) kijkt men ernaar? Natuurlijk: op elke school van welk net dan ook komen situaties voor waarin een kind zich niet goed voelt doordat voor hem geen geschikte pedagogische of didactische aanpak is gevonden. In de steinerschool komen die situaties echter met de regelmaat van een Zwitserse klok voor. En terwijl ‘vandaag de dag alom de overtuiging heerst dat functioneren op school een wisselwerking impliceert tussen cognitieve en sociaal-emotionele factoren’ [1] en men in die context nieuwe wegen om te onderwijzen exploreert zodat de school een plaats kan worden waar ieder kind zich goed kan voelen, blijkt die wetenschap in de steinerschool niet te zijn doorgedrongen.

Meer nog: vaak huldigt men wanneer een kind individuele problemen heeft de ontegensprekelijke, maar niets aan de oplossing van het probleem toevoegende waarheid dat steineronderwijs niet voor ieder kind geschikt is. Maar mag men zich er, wanneer de aanpak voor een bepaald kind niet werkt als school vanaf maken door te stellen dat een kind niet in de school past? Of zoals de voorzitster van een steinerschool, die dezelfde functie vervult voor de Federatie van Rudolf Steinerscholen in Vlaanderen, in 2007 inde media kwam vertellen dat ‘als men niet tevreden is over onze school, het iedereen vrij staat om op een ander te gaan’.[2] Ontevredenen over de steinerschool zijn er trouwens in overvloed (we horen ze alleen maar heel zelden). Dat de voorzitster in haar redenering net die specifieke kinderen over het hoofd ziet die extra aandacht nodig hebben omdat de school voor hen geen oplossing vindt, zal waarschijnlijk een consequentie zijn van haar politiek van ‘niet tevreden, ga dan op een ander’. Een betere redenering zou kunnen zijn: ‘Wij gaan nog meer ons best doen voor die kinderen zodat de ontevredenheid omslaat in tevredenheid’. Een dergelijke instelling vereist natuurlijk een zekere fijngevoeligheid om een probleem te zien en een beetje intelligentie om het dan ook effectief aan te pakken en op te lossen. Moeilijkheden negeren of aan de kant schuiven horen daar niet bij.

Opvallend is dat wanneer ontevreden ouders het over hun ervaringen en die van hun kinderen op school hebben, ze vaak een gelijkaardig verhaal vertellen waarin dezelfde thematiek steeds weer opduikt: dogmatisme, gebrekkige aanpak van problemen, slechte evaluatie, niet evenwaardig worden behandeld door leraren en andere ouders, leerlingen middelbare school die door leraren niet als jongvolwassenen worden behandeld, leerkrachten die persoonlijke vrijheid boven schoolafspraken plaatsen, enz. Het zijn trouwens niet alleen ouders die deze woorden in de mond nemen. Ook leraren laten zich al wel eens in dezelfde strekking uit over hun school. Redenen genoeg om een schotschrift toe te wijden aan de steinerschool…en haar knelpunten.

 

 

Ramon De Jonghe



[1] H. Brutsaert, School, gezin en welbevinden – zesdeklassers en hun sociale omgeving, Garant 1993

[2] P. Verbruggen, Twee jaar leerachterstand na vijf jaar Steinerschool, HLN 30/04/2007

Leave a Reply