3. Persoonlijke ervaring

Waarom schrijft een vader van drie kinderen die naar de steinerschool zijn geweest en die daar een kater aan heeft overgehouden een schotschrift over de eigenaardigheden van een schoolbeweging waarover bij het publiek weinig tot niets is geweten? En dan nog een vader die actief was binnen deze beweging. Is die school, met haar van het reguliere afwijkende ideeën en soms karikaturale uitvoeringen daarvan, het waard dat een mens er zijn tijd aan besteedt? Misschien niet, maar toch gebeurt het. Daar is een heel eenvoudige verklaring voor.

3.1. De kaken strak op elkaar

Toen zich op pedagogisch vlak rond mijn kinderen allerlei problemen voordeden en ik die probeerde aan te kaarten, bleken alle steinerschoolse deuren toe te gaan. Fysiek en verbaal geweld door leraren mocht niet besproken worden. Dat een van mijn kinderen tijdens de lesuren op straat rondhing zonder dat iemand van de school het opmerkte evenmin. De jaren leerachterstand die mijn kinderen hadden opgelopen, moest ik er ook maar stilzwijgend bijnemen. Gezien de gegeven problemen was de kinderen zo maar eventjes van school veranderen geen optie, zodat ik contact opnam met Onderwijsinspectie en het Centrum voor Leerlingen Begeleiding. Maar vrij vlug wist ik dat ik in het systeem ‘zandbak’ was terechtgekomen.

Dat systeem is te vergelijken met wat een hardloper overkomt wanneer hij na een poosje op verharde weg te hebben gelopen, plotseling in mul zand belandt. Ik kan uit eigen ervaring als amateursporter zeggen dat je dan nog heel moeizaam vooruitkomt, wat bij hardlopen bij het spel hoort, maar in het dagelijkse leven vrij demotiverend kan werken. Want terwijl de administratieve molen in alle rust draait, worden kinderen vanzelfsprekend ouder en dragen ze de nasleep van ongelukkige gebeurtenissen langer op de schouders dan wanneer problemen onmiddellijk worden aangepakt. Om een beetje vaart in de administratie te zetten ondernam ik met behulp van een raadsman de nodige stappen om een gerechtelijke procedure op te starten. Langs die weg zou de school misschien op haar verantwoordelijkheid te wijzen zijn. Weer kwam de zandbak roet in het eten gooien. Op juridisch vlak speelde Vadertje Tijd volgens mijn raadsman helemaal in het nadeel van de kinderen, want een rechtszaak zou jaren in beslag kunnen nemen. Tegen die tijd zou de oudste misschien al zijn afgestudeerd. Een slepende rechtszaak beginnen leek ook mij een beetje onzinnig.

Wat wel zinnig bleek, was dat een andere raadsman me erop wees dat het belangrijk is om de eigen ervaringen te delen met andere mensen. ‘Waarom zet je geen informatieve website op?’ is misschien wel het beste advies dat ik in die periode heb gekregen.

Tientallen ouders hebben me sindsdien laten weten hoe ongepast ze zijn behandeld nadat zich in de steinerschool rond hun kinderen problemen voordeden. Soms ging het zover dat wanneer ouders die hun ongenoegen over de gang van zaken op de school uitten, het zelfs tot intimidatie kwam of door de school de juridische kaart werd getrokken door de ‘onverlaten’ aan te klagen. Bij een eenvoudige brief van mijn kant schreeuwde de school moord en brand. Een fragment van die brief aan het schoolbestuur:

‘…Ongetwijfeld hebben ook andere gebeurtenissen dan die wij hieronder aan­ha­len, bijgedragen tot de beslissing om onze kinderen thuis te houden van school. Omdat deze echter nog niet concreet zijn aan te tonen en ze ook niet in direct verband staan met onze kinderen, hebben wij besloten om ons te beperken tot feiten die rechtstreeks van invloed waren/zijn op onze kinderen en die hebben geleid tot een breuk in ons vertrouwen in de organisatie van de school. Wij hebben enkele vaststellingen die mee de oorzaak van deze breuk zijn op een rijtje gezet:

  1. het (algemeen aanvaarde?) fysieke en verbale geweld om kinderen tot de orde te roepen
  2. het ongemerkt verdwijnen van kinderen tijdens de lesuren
  3. het feit dat er geen of gebrekkig toezicht tijdens de speeltijden is
  4. de willekeur waarmee regels worden toegepast

Met een wakker bewustzijn konden wij het hier opgesomde niet (zo ver) dra­gen. De gedachte dat in de school de zorg voor onze kinderen te wensen over liet, maakte ons bezorgd … en wij hielden de kinderen thuis (daarvoor waren ze wegens ziekte al veel thuis gebleven) De woordenwisselingen over deze knel­punten hadden niet het karakter van een gesprek, maar wel van een monoloog … Wij vragen daarom ook met aandrang welk standpunt het pedagogisch col­lege, het beleid, de ouderkerngroep en de directie van de school in­nemen t.a.v. de punten a, b, c en d. Ook wat betreft het concrete voorval (e) met ons kind aan de schoolpoort zijn wij benieuwd naar uw mening…’

 

Het hier aangehaalde concrete voorval (e) was het zoveelste in de rij waarbij mijn oudste zoon fysiek werd aangepakt door zijn juf. De impact hiervan op de jongen werd pas goed duidelijk toen hij op een avond bleek en sprakeloos voor zich uit zat te staren en ik en mijn echtgenote op zijn armen duimgrote blauwe plekken ontdekten. Na een frustrerend telefoongesprek met de lerares, die de toestand van mijn zoon als verzinsel afdeed, viel het besluit om de jongen van school te halen. Met een open brief (waaruit bovenstaand fragment) werd nog geprobeerd om de kwestie op schoolniveau bespreekbaar te maken.

Niet alleen werd er verontwaardigd gereageerd omdat iemand het had gewaagd iets dergelijks op papier te zetten, er werd zelfs een steunactie opgezet voor de betreffende lerares. Op een voor die gelegenheid georganiseerd oudercontact werden ouders verzocht om de juf via een handtekeningactie te steunen. Altijd handig om aan onderwijsinspecteurs te tonen. ‘Kijk eens hoe tevreden de ouders zijn.’ (Het vervelende was dat het aantal handtekeningen blijkbaar niet aan de verwachtingen voldeed). Schokkend was het om te zien dat de lerares als slachtoffer werd gezien, terwijl geen woord werd gerept over wat mijn zoon meer dan een jaar lang had meegemaakt. Een dergelijke manier van handelen, met gebruikmaking van steunacties voor gecompromitteerde leraren, is geen uitzondering.

Dezelfde school ging in 2009 nog eens die toer op toen de media berichtte dat een leerlinge een absurde straf had ondergaan in het kader van een sociaal project waarbij lijfstraffen op het programma stonden.[19] De lerares die samen met de kinderen dit project vorm had gegeven, was zich volgens eigen zeggen van geen kwaad bewust. Ook in dit geval betuigden ouders en kinderen hun steun aan de lerares. Verwijten werden onder andere via de media geadresseerd aan de gestrafte leerlinge en haar moeder. Het bekende schieten op de boodschapper.

Ik begon me destijds wel ernstig af te vragen of de geruchten dat de steinerschool een sekte is niet meer zijn dan uitsluitend ongenuanceerde uitspraken. Mensen worden daadwerkelijk geëxcommuniceerd. Het schoolbestuur liet me bijvoorbeeld schriftelijk weten dat ik een uiterst vijandige houding had aangenomen tegenover de school en tegelijkertijd geen gepaste afstand in acht wist te nemen, wat noopte tot bewarende maatregelen ter bescherming van hun belangen betreffende voldoende vrije ruimte’. Het schoolbestuur zag zich dan ook genoodzaakt mij hierbij formeel zijn breed overlegd besluit mee te delen ‘dat ik niet langer toegang had tot de schoolactiviteiten (ook op plaatsen buiten de school), de schoolgebouwen en bijhorende terreinen’. Ik heb nog altijd geen enkel idee wat het schoolbestuur bedoelde met dat ik een uiterst vijandige houding had aangenomen. Toch niet die brief? We zien in dit korte stukje tekst van het schoolbestuur echter de woorden: vijandig, bescherming en geen toegang. Is dit niet typisch voor bewegingen die zich van de buitenwereld afsluiten? En was de steinerschool in 1996 geen onderwerp van discussie in een parlementaire commissie die onderzoek deed naar schadelijke sekten?[20]

De meeste ouders waarmee ik contact had, droegen het idee met zich mee dat wat hun kind(eren) was overkomen een uitzonderlijk incident was. Wie de suggestie krijgt dat hij of zij bij problemen alleen staat, zal zich al vlug geïsoleerd voelen. In sommige gevallen een subtiele manier om iemand buiten de gemeenschap te laten belanden.

Me dunkt dat wanneer uitzonderlijke incidenten zich met de regelmaat van een Zwitserse klok voordoen er van een structureel probleem kan worden gesproken. De gedeelde ervaring dat bij problemen het naar ouders zo wordt voorgesteld alsof het om een zelden of nooit voorkomend incident gaat, waardoor sommige ouders de schuld op zich nemen, mag terecht worden gezien als een belangrijk motief voor het schrijven van dit schotschrift.

Verwonderlijk is dat in Nederland het antroposofisch tijdschriftDriegonaalnog maar recent tamelijk veel aandacht besteedde aan problemen in steinerscholen. Een van de redacteurs motiveert zijn openheid om over die problemen te spreken als volgt:

‘…Bovendien, en daarin ligt mede ons motief om dit gesprek zo uitvoerig te voeren, de manier waarop in Vrije Schoolkringen naar de eigen situatie wordt gekeken en, voor zover dat het geval is, deze wordt besproken – is ons inziens zelf deel van het probleem geworden. Het mag duidelijk zijn dat we hiermee doelen op het ‘openbare gesprek’, waarvan we allemaal getuige kunnen zijn (en dus niet de gesprekken op schoolpleinen, in lerarenkamers e.d.). Het ‘openbare gesprek’ is datgene wat ieder van ons terug kan vinden in schoolkranten, tijdschriften, websites en dergelijke.

Wie van ons heeft in dit openbare gesprek rondom de Vrije School kennis kunnen nemen van dat deel van de werkelijkheid van het onderwijs dat we maar even aanduiden met (anno 2008 ‘alledaagse’) problemen als pesten, laag – of hoogbegaafde kinderen die in meerdere opzichten uit de boot vallen, kinderen die geweld gebruiken tegen leerkrachten (of andersom!), kinderen die zwaar depressief en zelfs suïcidaal gedrag vertonen, grensoverschrijdend seksueel gedrag, misstappen in de omgang tussen ouders en leerkrachten, incapabele leerkrachten of schoolleiders, financieel wanbeleid?

De argeloze ouder die zich afvraagt wat de Vrije School haar/zijn kind te bieden heeft en afgaat op de inhoud van dit openbare gesprek, krijgt een beeld dat bestaat uit warme kleuren, natuurlijke materialen, zingen, spelen, schilderen en jaarfeesten vieren.

Er is langzamerhand een bibliotheek te vullen met alles dat de vele facetten van het Vrije Schoolonderwijs in Nederland behandelt, ruim 80 jaar geleden werd de eerste Vrije School in Nederland geopend, inmiddels tellen we ruim 80 Vrije Scholen – en anno 2008 wordt nog altijd de indruk gewekt dat de hierboven genoemde problemen op Vrije Scholen niet voorkomen. Deze indruk verdwijnt als sneeuw voor de zon in het licht van iedere serieuze gedachte die er aan gewijd zou worden. Vrije Scholen zijn geen arcadische oases in de woestenij van deze tijd…’ [21]

Ouders verlaten niet zelden de steinerschool met schuldgevoelens, doordat de steinerpedagogie weinig tot geen ruimte laat om fouten toe te geven. Dit heeft alles te maken met de niet of weinig voor kritiek vatbare ideeën of waarheden van grondlegger Rudolf Steiner.

3.2. Geen incidenten

Ondanks de waarheden van Steiner zijn die structurele problemen in de steinerschool er wel. En die kunnen bijvoorbeeld worden aangetoond door te kijken naar het aantal leerlingen dat al tijdens de basisschool van school verandert. Het is uitzonderlijk wanneer in een reguliere basisschool kinderen vroegtijdig de school verlaten. In de meeste gevallen gebeurt dat vanwege een verhuis en de kinderen dan naar school gaan in de nieuwe woonplaats. In de steinerschool komt het echter voor dat een halve klas (zelfs halve school) plotseling ‘verdwijnt’ en dat daar formeel met geen woord over wordt gerept. Sterker nog: erover spreken wordt ervaren als ‘ongepast’. Er is niets gebeurd? Met verhuizing heeft dit weinig te maken (gezien het aantal kinderen zou het dan al bijna migratie zijn). Wel heeft het met ‘incidenten’ te maken.

Een door mij in 2008 gedaan bescheiden onderzoek naar schoolverlaters van een steinerschool wees uit dat de helft van de gestarte leerlingen van de basisschool al binnen vier jaar tijd de school vaarwel had gezegd. De drie meest voorkomende redenen die ouders van ‘uitstromende’ kinderen hiervoor aanhaalden, waren: pedagogische/didactische aanpak; zorg/structuur; en sociaal/emotioneel aspect.

Het was trouwens niet de eerste keer dat dit ‘uitstroomfenomeen’ zich er voordeed. In het schooljaar 1996-1997 doken in en rond de school verhalen op over mensen die aan de hand van hun vermeende helderziende vermogens met de kinderen werkten.[22] Dit leidde uiteindelijk tot een gevoelige daling van het aantal leerlingen, waarop de schoolleiding reageerde met het uitwerken van een procedure voor schoolverlaters. Er werd een inventaris opgemaakt waarin werd opgetekend welke motieven ouders aanhalen om hun kinderen vroegtijdig van school te halen. Het verslag van die inventaris was niet mild en twee gebieden doken herhaaldelijk op:

‘…a) pedagogisch aspect: dogmatisme, gebrekkige aanpak problemen, slechte evaluatie, enz.; b) intermenselijk aspect: ouders voelen zich niet als evenwaardig behandeld door leraars en andere ouders, bovenbouwleerlingen voelen zich niet als jongvolwassenen behandeld door leraren, leerkrachten plaatsen persoonlijke vrijheid boven schoolafspraken, enz…’ [23]

Eerder had ik dit ook al gezien in een andere steinerschool en later is me vanuit nog andere scholen bericht dat ook daar het probleem speelt. Voor mij was reden genoeg om me te gaan afvragen waarom zich steeds weer dezelfde ‘incidenten’ blijven voordoen. Want antroposofen, de mensen die de dienst uitmaken in steinerscholen, zijn in de meeste gevallen allesbehalve dom, zodat men eigenlijk zou mogen verwachten dat ze problemen zouden kunnen oplossen.

Maar misschien zien ze in wat klagende ouders ter sprake brengen geen eigenlijke problemen en horen de redenen tot klagen nu eenmaal bij het onderwijsproject? Dit in de lijn van dat wat een kind doormaakt zijn lot is waaruit het lessen moet trekken. Harde lessen die soms betekenen dat het nooit goed zal leren lezen, omdat de leraar vindt dat lezen wel vanzelf komt. ‘Ja maar, hoor eens! Jantje kan wel mooi tekenen!’ Of omdat het een leraar heeft die het principe handhaaft dat ‘wie niet horen wil, moet maar voelen’, want ‘Je vindt verbaal geen toegang tot Jantje’. Het kind zit dan ook nog eens minstens zes jaar met die leraar opgescheept. Of dat een kind minstens moet wachten tot de tandenwisseling vooraleer het op school mag leren lezen, zelfs al raakt het kind gefrustreerd omdat het wil leren lezen. ‘Zolang Jantje nog geen tanden wisselt, mag zijn geheugen niet worden belast, want dan is Jantjes levenslichaam nog niet vrijgekomen.’

Een andere belangrijke les die het kind in de steinerschool moet leren, is in de omgang met de ander zijn mannetje kunnen staan. Het moet zelf een oplossing zoeken voor eventuele conflicten met zijn medeleerling. Veel gevraagd van kinderen, maar in de steinerschool is men van geen kleintje vervaard. Hoe dat ‘zelf oplossen’ van problemen in zijn werk gaat, is het beste aan de hand van een uit het dagelijkse schoolleven gegrepen voorbeeld te illustreren.

‘Twee kleuters die al een tijdje aan het testen zijn wie de sterkste van de twee is, hebben hun ‘wapenarsenaal’ sinds enkele weken uitgebreid met op het schoolterrein gevonden bakstenen (afkomstig van een stapel die achtergelaten is na een bouwproject). Iedere speeltijd vliegen deze projectielen dan ook over en weer van het ene belegerde kamp naar het andere. Dat gaat natuurlijk per opbod. De een wil harder en hoger gooien dan de ander.

Een ouder die dit zowel aan de opvoeder als aan de leraar van dienst meldt, krijgt te horen ‘dat kinderen hun conflicten onderling moeten oplossen’. Er wordt niets ondernomen om de kinderen op andere gedachten te brengen.

Wanneer uiteindelijk op een dag een (andere) vader ziedend komt klagen, omdat zijn zoontje een baksteen op het hoofd heeft gekregen, wordt dezelfde dag nog actie ondernomen. Plotseling blijkt het ‘baksteengooien’ een groot probleem te zijn en worden de bakstenen opgeborgen buiten het bereik van de kinderen.’

Hoe kan het ook anders? Met de adem van een ziedende vader in de nek bevindt de leraar zich nu zelf in een gevaarlijke situatie. Wat de kinderen nog onderling moesten uitvechten, doet echter de leraar niet: hij bergt voortaan de bakstenen op waar de kinderen er niet bij kunnen. Eerst moest daar wel een kind een baksteen voor op het hoofd krijgen. Een tamelijk extreme vorm van ervaringsgericht onderwijs?

Het zijn concrete voorvallen zoals het hier geschetste voorbeeld die ervoor zorgen dat wanneer het over de steinerschool gaat, steeds allerhande clichés kunnen worden bevestigd. Slechte didactiek, onbekwame leraren, ouders die voor de klas staan en daar niet voor zijn opgeleid, kinderen die worden uitgesloten omdat de ouders te kritisch zijn, kinderen die in de hogere klassen van de basisschool zitten die amper of niet kunnen lezen, leraren die zich zonder zich te hoeven verantwoorden bijna alles kunnen veroorloven, willekeur, chaos, geen structuur, enz. Misschien is het maar goed dat de steinerschool in het onderwijsveld maar een marginale beweging is.

België telt slechts vijfentwintig steinerscholen, al zijn die niet altijd de naam ‘school’ waardig.[24] Op die vijfentwintig scholen lopen circa drieduizend kinderen school. In Nederland kent de steinerschool, of vrijeschool, meer ‘afnemers’. In totaal verleent ze aan ongeveer negentienduizend kinderen steineronderwijs. Ze staat al enkele jaren onder verscherpt toezicht van onderwijsinspectie en is vanwege het op sommige punten achterblijven van haar onderwijs sinds 2007 verplicht om de resultaten van haar leerlingen meetbaar te toetsen.[25] De Nederlandse steinerschoolbeweging heeft een vrij grote invloed op de Belgische, omdat de enige voltijdse lerarenopleiding voor steinerschoolleraren waar de voertaal Nederlands is, zich in het Nederlandse Zeist bevindt. Voor de steinerschool genieten daar afgestudeerde leraren vanzelfsprekend de voorkeur. Er is internationaal trouwens heel weinig verschil tussen steinerscholen onderling: ze hanteren wereldwijd quasi hetzelfde curriculum. Alleen al een blik op de website van een steinerschool aan de andere kant van de wereld doet vermoeden dat het daar dezelfde kost is zoals in België, Nederland of Duitsland. Gezien de berichtgeving die me vanuit alle hoeken van de wereld bereikt, blijken ook de problemen en de manier waarop ermee wordt omgegaan vergelijkbaar. In één zin: wanneer er een ernstig probleem is, wordt te vaak gedaan alsof er niets aan de hand is.



[19] B. Maeckelbergh, Lijfstraffen in Steinerschool, Het Nieuwsblad 29/04/2009

[20] Parlementair onderzoek met het oog op de beleidsvorming ter bestrijding van de onwettige praktijken van de sekten en van de gevaren ervan voor de samenleving en voor het individu, inzonderheid voor de minderjarigen. Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, gewone zitting 28 april 1997

[21] J. Hogervorst, Vrije Scholen op de tweesprong – het gesprek gaat verder,Driegonaal nr.3/4 oktober 2008

[22] Schooltijdschrift ‘De Regenboog’, steinerschool Leuven, jaargang 1996-1997

[23] Idem vorige

[24] Inspectieverslag Vrije Rudolf Steinerschool de Teunisbloem, vestiging Brakel, Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 2007, ref.0607/3/021

[25] De kwaliteit van het onderwijs op (zeer zwakke) vrijescholen in het basisonderwijs periode 2003-2007, Inspectierapport 2007-23, Afdeling Communicatie Inspectie van het Onderwijs

Comments are closed.