7. Rassenleer

Lang leve de Ariërs

Het heeft er heel veel van weg dat de steinerschool het gedachtegoed van haar geestelijke vader niet alleen als achtergrondgedachte gebruikt, maar ook rechtstreeks in het onderwijs implementeert. Als het de lezer al zou verbazen dat Steiners fantastische voorstellingen of imaginaties voor de kinderen worden uitgebeeld als waarheid door het vertellen van mythologische verhalen tijdens de lessen geschiedenis, wat dan te denken van de gehanteerde ontwikkelingspsychologie. Op zich lijkt dat een ontwikkelingspsychologie die vrij schematisch is opgebouwd en waarin, vergelijkbaar met wat we bij Steiners aarde- en mensheidsontwikkeling gezien hebben, perioden van telkens zeven jaar de verschillende ontwikkelingsfasen uitmaken. We kunnen hier gerust van een consistent systeem spreken, wat niet verwonderlijk is, want in Steiners holistische optiek heeft alles met alles te maken. Het zogenaamde principe van zo boven zo beneden of de relatie tussen micro- en macrokosmos. Elke fase in de ontwikkeling van een mens is volgens dit principe te vergelijken met de ontwikkeling die de hele mensheid, maar ook de aarde, sinds ‘den beginne’ heeft doorlopen. Opvallendste gegeven in Steiners visie op mensheidsontwikkeling is dat de mens pas waarlijk mens genoemd kan worden van ongeveer het twintigste tot het veertigste levensjaar (vgl. worden wie je bent rond het 21ste levensjaar).

De mensheidsontwikkeling wordt volgens Steiner verdeeld in drie periodes, bekend vanuit de antroposofische ontwikkelingspsychologie. De periode voorafgaand aan het mens-zijn associeert Steiner met de gele en bruine rassen; de periode erna met de Indianen; en de periode waarin de mens waarlijk mens is, in Steiners terminologie rijp, wordt voorbehouden voor de Europeanen. Over deze rijpe periode heersen normale geesten, terwijl op de andere periodes de abnormale geesten of abnormen hun stempel drukken. De inwerking van die abnormale geesten is verantwoordelijk voor de raskenmerken. Zouden de normale geesten op de mens inwerken vanaf de geboorte, zouden alle mensen er hetzelfde uitzien. Steiner stelde ‘dat er in dat geval maar één mensheid zou zijn’.

Dit impliceert dat hij van meerdere mensheden uitging, namelijk een mensheid onder invloed van normale geesten en een andere die te maken heeft met abnormale geesten. Strikt genomen: een mensheid bestaande uit degenen die mens zijn en een mensheid bestaande uit degenen die nog mens aan het worden zijn en degenen die mens geweest zijn (etnocentrische benadering van de mensheidsontwikkeling, eigen aan de tijdsgeest van het Duitse Rijk ten tijde van Steiner). De rijpe of volwassen mens wordt opgewaardeerd. Steiner zei bijvoorbeeld dat ‘Europeanen een voorsprong op het zwarte en gele ras hebben, maar geen eigenlijk nadeel’. Tot de degenererende rassen, aldus Steiner, behoren de Indianen. Die zouden westwaarts richting Amerika zijn getrokken om daar onder invloed van de stervenskrachten te kunnen komen. Het was een noodzakelijkheid dat zij zich die eigen maakten. Steiner beweerde dat het ‘niet was omdat het de Europeanen goed uitkwam dat de Indianen zijn uitgestorven, maar wel omdat ze stervenskrachten moesten verwerven’.

7.1. Het rassenvraagstuk

De laatste 20 jaar is de stroom van kritiek op Steiners denigrerende uitspraken over Afrikanen, Indianen en Joden (maar ook Fransen) zienderogen toegenomen. In Nederland bereikte het debat in 1996 een hoogtepunt doordat twee ouders openlijk vragen begonnen te stellen rond racistische inhouden die hun kinderen in de steinerschool kregen voorgeschoteld. Toen de ouders in de school op een muur van onwil botsten en geen antwoord op hun vragen kregen, besloot een van hen, Toos Jeurissen, een schotschrift te publiceren over racisme in de steinerschool. De kritische brochure met als titel ‘Uit de Vrije school geklapt’[99]deed heel wat stof opwaaien, zowel binnen als buiten de steinerschoolbeweging. Temeer omdat ene Jaap de Boer, voorzitter van de Bond van Vrije Scholen, het voorwoord had geschreven.

Aanleiding voor Jeurissen om de brochure te schrijven, was dat een andere moeder geschokt was toen ze zag dat haar dochter thuiskwam met een werkschrift ‘Rassenkunde’. Zoals de titel doet vermoeden, bevond zich in het schrift racistische inhoud. Bij nader inzicht bleek dat die rassenleer in het steineronderwijs was geïmplementeerd door een vooraanstaand antroposoof die vertegenwoordiger was van het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Jeurissen kwam met een voorbeeld van het lesmateriaal.

‘…In het rassenkundeschrift van de dochter van mevrouw Oprinsen vond ik een tekening die voor mij heel goed weergeeft dat deze manier van denken en kijken ronduit verkeerd is. Het beeld van die tekening draag ik met me mee. Ik zal hem beschrijven. Het beeld geeft de indeling weer van huidskleur met betrekking tot de delen van een etmaal. Op de voorgrond staan twee blanke kindertjes in de stralende zon. Op de achtergrond in het donker, dus in de verdwijnende nacht, staat wazig afgebeeld een zwart jongetje. De leerkracht die deze tekening heeft laten maken is een integer man. Hij heeft de kinderen ongetwijfeld met de beste bedoelingen dit beeld meegegeven. Maar beseft hij wel waar hij mee bezig is?

Hij heeft het door Max Stibbe (een antroposoof van het eerste uur) samengestelde lesmateriaal gedoceerd. Dus moeten we opnieuw bij de antroposofie zelf zijn, indien we op zoek zijn naar de oorzaak van deze manier van denken, bij de uitspraken en ideeën van Rudolf Steiner, en niet bij deze individuele leraar…’ [100]

Het komt inderdaad regelmatig voor dat de individuele leraar gewoon overneemt wat autoriteiten binnen de schoolbeweging hebben aandragen. Dat maakt de zaak er natuurlijk niet minder ernstig op. Steinerschoolleraren gaan er prat op hun eigen lessen te ontwerpen, dus is overnemen van lesmateriaal geen valabel argument om het verspreiden van een rassenleer te vergoelijken.

Maar het debat over antroposofie en racisme ging niet alleen over het geval Oprinsen/Jeurissen. Er waren in 1996 ook nog de in een radio-uitzending gedane uitspraken van de vicevoorzitter van de Antroposofische Vereniging in Nederland, Christoph Wiechert, die een storm van verontwaardiging hadden veroorzaakt. De man had het nodig gevonden om Nederland via de radio deelgenoot te maken van enkele vooroordelen over Afrikanen. Steiners uitspraak dat ‘het geleidelijk verdwijnen van de Indianen een kosmische noodzaak is’, vond Wiechert niet zwaar beladen. Om zijn bewering kracht bij te zetten, wees hij op het verschil tussen het contact van Europeanen met enerzijds Afrikanen en anderzijds Indianen. De eersten werden sterker, de tweeden gingen ten onder. Dit in ogenschouw nemende vond Wiechert de gedachte achter de kosmische rassenleer van Steiner meer begrijpelijk. Het publiek had dit anders begrepen, namelijk als onverdund racisme.

Om de publieke opinie te temperen besloten de Nederlandse antroposofen een commissie ‘Rudolf Steiner en het vraagstuk van de rassen’ op te richten. De commissie, uitsluitend bestaande uit antroposofen (‘anderen begrijpen niets van Steiner’ zou het hebben geklonken) onderzocht of er sprake is van discriminatie of racisme in Steiners werken. In 2000 was de commissie klaar. Hun conclusie: er staan zestien passages in het werk van Steiner die als discriminerend kunnen worden opgevat. Nu pas besteedde de Belgische pers aandacht aan de zaak. De geschreven media bracht een artikel waarin het bezwaarlijke ‘Jodencitaat’ werd aangehaald. Steiner heeft in zijn jonge jaren (1888) eens geschreven dat ‘het Jodendom als zodanig zichzelf heeft overleefd, geen bestaansrecht meer heeft in het moderne leven der volkeren, en dat het desondanks behouden is gebleven, een wereldhistorische fout is waarvan de gevolgen niet konden uitblijven’.[101] Hoewel alleen al in Steiners ‘Mission Einzelner Volksseelen’ veel sterkere uitspraken over etnische groepen, volkeren en rassen te vinden zijn, heeft dit ene citaat blijkbaar bij meer mensen kwaad bloed gezet dan welk ander citaat ook. Voor de Belgische media bleek het onderwerp antroposofie en racisme uiteindelijk niet meer dan een fait divers, wat begrijpelijk is. Wie ligt in België, uitgezonderd de vijfhonderd leden van de Belgische antroposofische vereniging, wakker van Rudolf Steiners uitspraken over rassen? Per slot van rekening zijn antroposofie en de daarvan afgeleide steinerschool in België zo goed als onbekend.

Werd de racismekwestie opgelost door het uitbrengen van het Rapport Van Baarda? Kon men de zaak als beklonken beschouwen door het uitgeven van een meer dan zevenhonderd pagina’s tellende publicatie, die overigens zelfs de meest verstokte criticus ontmoedigt om ze te lezen? In Nederland voorlopig wel. De discussie in Duitsland valt echter niet stil.

Antroposofen verhinderden in 1999 via een rechtszaak dat het kritische boek ‘Schwarzbuch Anthroposophie’[102] van de bekende journalist Michael Grandt en zijn broer Guido in de winkelrekken kwam te liggen, maar ze konden niet voorkomen dat de auteurs in 2001 ‘Waldorf Connection’[103] uitgaven: een alternatief voor het verboden boek. Buiten sekteonderzoeker Michael Grandt houdt ook Aktion Kinder der Holocaust, een actiegroep tegen antisemitisme, de antroposofen sinds 1996 scherp in het oog en heeft op haar website zelfs een afzonderlijke rubriek ‘antroposofie’ gemaakt. De laatste tien jaar verschenen op de site bijna veertig artikels over antroposofie en racisme. Onder voorzitterschap van Samuel Althof diende AKdH in 2007 klacht in tegen de Rudolf Steiner Verlag, die de werken van Steiner uitgeeft. De organisatie wil een verbod op het verspreiden van Rudolf Steiners ‘Gesamtausgabe32’, dat racistische inhoud zou bevatten. Het Duitse Bondsministerie heeft ondertussen het boek zelfs bestempeld als gevaarlijk voor jeugdige lezers. Jongeren zouden door het te lezen kunnen worden aangezet tot discriminatie. Uiteindelijk heeft de Rudolf Steiner Verlag besloten om het uitgeven van GA32 uit te stellen tot duidelijk is op welke manier ze zonder zich bloot te stellen aan een strafrechtelijke vervolging toch bezwarende passages kunnen behouden, eventueel met annotatie.

Tot voor een paar jaar kregen kinderen in steinerscholen openlijk lesmateriaal waarin stond dat het blanke ras geestelijk superieur was aan het zwarte, dat impulsiever zou denken en reageren.[104]

 


[99] T. Jeurissen, Uit de Vrije School geklapt – over antroposofie en racisme – een stellingname, Baalprodukties 1996

[100] T. Jeurissen, Uit de Vrije School geklapt – over antroposofie en racisme – een stellingname, Baalprodukties 1996

[101] R. Steiner, Gesammelte Aufsätze zur Literatur 1884-1902, Rudolf Steiner Verlag 1971

[102] G. Grandt &  M. Grandt, Schwarzbuch Anthroposophie, Verlag Ueberreuther, Wien 1997

[103] G. Grandt & M. Grandt, waldorf Connection – Rudolf Steiner und die Anthroposophen, Alibri Verlag 2001

[104] Ariosofie, internetencyclopedie Wikipedia, http://nl.wikipedia.org/wiki/Ariosofie

 

Comments are closed.