9. Ah, sociaal?

De steinerschool beroept zich graag op haar sociale opgave. Dat heeft te maken met het feit dat ze is ontstaan uit een politieke vernieuwingsimpuls. Rudolf Steiner wilde met zijn ideeën over driegeleding (economisch, rechts- en geestesleven) de bestaande maatschappelijke verhoudingen op een hoger sociaal plan tillen. Steiners plan werd door de goegemeente verworpen. Zelfs zijn eigen antroposofische achterban toonde weinig tot geen interesse voor zijn politieke ambities. Men begreep niet dat de vereerde meester, een ingewijde in hoger weten, zich met ‘smerige politiek’ bezighield. De sociale vernieuwing zoals Steiner die graag had gezien, bleef dus uit. De maatschappij nam hem en zijn ideeën niet op. Toch had hij nog een stok achter de deur: onderwijs.

Zijn goede vriend, de industrieel Emil Molt, liep al lang met het plan rond om een school voor de kinderen van zijn fabrieksarbeiders op te richten. Enkele weken nadat duidelijk was geworden dat Steiner geen invloed op het politieke leven kon laten gelden, stemde hij in om de leiding van de nog op te richten school op zich te nemen. Er diende zich hierdoor een mogelijkheid aan om de school een voorbeeld te laten zijn van wat hij voor ogen had met sociale driegeleding. Steiner zei daarover:

‘…We zouden deze school graag een voorbeeld willen laten zijn; een school waar veel mensen eigenlijk naar verlangen, maar men heeft niet de moed dit verlangen onder ogen te zien. Men zal moeten geloven en begrijpen, dat datgene wat we het sociale vraagstuk noemen, ten nauwste samenhangt met het onderwijsvraagstuk. En bovendien, dat datgene wat we sociale omwenteling noemen, zich in de eerste plaats moet voltrekken zoals we dat in de Vrije School proberen…’[125]

Doordat Steiners geesteskind van bij de conceptie een sociale opgave meekreeg, zouden de antroposofische uitgangspunten via de school een plaats op maatschappelijk gebied kunnen verwerven.

9.1. Sekte: hoe kom je erbij?

De steinerschool heeft tot op heden niet aan de verwachting van haar grondlegger kunnen voldoen. Integendeel. Haar hele geschiedenis laat een spoor van asociaal gedrag na, waarin intriges met daarbovenop intimidatie en bedreigingen niet ontbreken. Dat klinkt misschien ongeloofwaardig, maar de feiten zijn er wel.

In een Amsterdamse school kwam het in 2009 zover dat tussenkomst van de politie gerechtvaardigd was. Een aantal ouders wilde de leraren uit de klas duwen en had ook het schoolbestuur bedreigd. De crisis was ontstaan toen de groep ouders zich verzette tegen de kwaliteitsverbetering van het onderwijs op de basisschool. Een insider had het in de krant over orthodoxe ouders die het plan van de school om beter taal- en rekenonderwijs te bieden om zeep hadden geholpen. ‘Het recht op slecht onderwijs is succesvol bevochten. Dit is de Taliban’[126]

Dat kan gebeuren wanneer, zoals de steinerschool het graag breed uitsmeert, ouders en leraren samen school maken. We hebben hier te maken met antroposofische fundi’s, mensen die zich richten op (te) hoge idealen en klaarblijkelijk compleet doorslaan wanneer hun dromen uit het zicht verdwijnen. Uitzonderlijk is wat in die Amsterdamse school is gebeurd niet. Opvallend is wel dat het bekend raakt. In andere gevallen waarbij dreiging en intimidatie meespelen, blijft dat binnenskamers (net vanwege die dreiging). De insider die de pers te woord staat, heeft het over Taliban. In figuurlijke zin, vanzelfsprekend. Bedoeld wordt waarschijnlijk iets in de strekking van gevaarlijke extremisten of fundamentalisten. Een vreemde associatie is het wel, want ik zie de mensen die zich in de antroposofische beweging ophouden niet dadelijk overgaan tot georganiseerde daden van fysieke terreur. Volgens mij zijn ze vooral verbaal sterk en zullen eerder via die weg hun onvrede uiten. En ja, vaak hoor je dan de zogenaamde fundamentalisten, bekend om hun tirades tegen al wat hen niet zint.

Geregeld zijn critici het mikpunt van spot en laster. Deze houding brengt met zich mee dat zowel de steinerschool als de antroposofische beweging door de jaren heen in de hoek van de sekten zijn gezet. Men heeft zich vanuit antroposofische zijde steeds met hand en tand tegen dit imago van sekte verzet. Terwijl gaan intern wel stemmen op dat de beweging zou moeten ‘ontsekten’. De wetenschap dat een ingewijde aan het publiek komt vertellen dat er acties worden ondernomen die doen denken aan een terreurorganisatie zoals de Taliban, lijkt een lange weg van ontsekten te voorspellen. Er is nog heel veel werk te verrichten.

Of de steinerschool in aanmerking komt voor de betiteling ‘sekte’ kan worden nagegaan aan de hand van kenmerken van een sekte: inpalming of de mate waarin men een meer of minder belangrijk deel van zijn leven, denken en handelen door de wereldbeschouwing laat bepalen; groepsvorming en de mate van wederzijdse controle die de groepsleden op elkaar kunnen uitoefenen; hiërarchie en de mate van macht die de leidende figuren op de volgelingen kunnen uitoefenen, inclusief de mogelijkheid tot straffen en het verwekken van angst; het hebben van een charismatische leider; afzondering van de wereld en de omgeving; afzondering van familie en vroegere vrienden, werkkring, enzovoort; de leden van de groep kunnen ervan overtuigd zijn dat ze een apart statuut van ‘uitverkorenen’ hebben; ze menen bepaalde informatie te hebben, of bepaalde dingen te kunnen, waarvan ze menen dat andere mensen die niet hebben of kunnen; geslotenheid voor informatie en de mate waarin het contact met de media en met kritische of alternatieve informatie wordt verbroken; irrationalisme van geloofsovertuigingen en het hebben van overtuigingen die in strijd zijn met algemeen aanvaarde of wetenschappelijk onderbouwde opvattingen; de mate waarin de leden van de groep intense pogingen aanwenden om nieuwe leden te werven. Zijn die kenmerken niet herkenbaar wanneer we naar de steinerschool kijken?

Hoe graag steineradepten het anders zouden willen zien, de steinerschool blijft allesbehalve een voorbeeld van hoe een samenleving kan worden ingericht opdat ze waarlijk sociaal kan worden genoemd. In de jaren dat ik erbij betrokken ben geweest en ik regelmatig de vraag heb gesteld hoe het kan dat een beweging die zo veel mensen herbergt die menen de waarheid in pacht te hebben, er een zodanig zootje van kan maken, oriënteerde het antwoord zich voornamelijk richting het sociale. In de meeste gevallen klonk het alsof er tal van excuses werden bovengehaald om het asociale karakter van de steinerschool te rechtvaardigen: ‘Het is een sociaal experiment; vergelijk het met een sociaal laboratorium; een sociale impuls brengt altijd conflicten met zich mee; uiteindelijk zijn de leerlingen toch heel wat socialer dan die van reguliere scholen; echt samenwerken in vrijheid is moeilijk; mensen die in een vorig leven vijanden waren komen elkaar in hun huidige reïncarnatie tegen in de steinerschool en moeten hun problemen uitklaren; …’

Overtuigend is het allemaal niet, maar wanneer het overtuigend genoeg verteld wordt, zou men geneigd kunnen zijn om het als antwoord te accepteren. Aan de problemen verandert het weinig: het asociale verdwijnt niet door het te vergoelijken. En het is overvloedig aanwezig. Om het in de stijl van Wim Veltmante verwoorden: ‘Als het antisociale zich ergens heeft genesteld, is dat wel in de Vrije School’.[127] In hetzelfde boekje waaruit deze uitlating komt, steekt Veltman, die er een loopbaan als steinerschoolleraar heeft opzitten van ruim vier decennia en die vanwege zijn talrijke publicaties over de steinerschool binnen die schoolgemeenschap grote bekendheid geniet, zijn menig niet onder stoelen of banken. Hij betrekt niet alleen de Nederlandse steinerscholen in zijn kritiek, maar ook die elders in de wereld.

‘…De sociale inrichting van een Vrije School is in de loop van de tachtig jaren Vrije Schoolbeweging in Nederland en overal elders in de wereld een aanhoudend probleem geweest. Als de ‘antisociale drift’ zich ergens in de afgelopen eeuw heeft kunnen uitleven, was het wel in de Vrije Waldorfscholen (een enkele uitzondering niet te na gekomen). En dat terwijl de Waldorfschool in zekere zin is voortgekomen uit een sociale vernieuwingsimpuls!

Zijn die Vrije schoolleraren over heel de wereld dan zulke oelewappers en oelewapsters dat ze geen goede samenlevingsvormen kunnen vinden?

Een heel belangrijk ding wordt hierbij dikwijls over het hoofd gezien. De Vrije School als spiritueel-christelijke cultuurimpuls is een ongelofelijke uitdaging aan de materialistische wereld. De mensen die in deze scholen gaan werken beseffen meestal niet dat ze gepatenteerde provocateurs zijn. Al wat zich vanuit de zogenaamd normale wereld verzet tegen de geest, tegen de werkelijke vooruitgang en vrijmaking van de individuele mens, komt in opstand tegen de Vrije School. Dit ‘verzet tegen de geest’ zit natuurlijk ook onderbewust in de idealisten die Vrije schoolleraar willen worden…’

Buiten dat Veltman hier aangeeft hoe de steinerschool er wereldwijd op sociaal vlak voorstaat, is het interessant om te zien dat hier een belangrijk onderwerp waarmee menig antroposoof zich bezighoudt om de hoek komt kijken: de tegenmacht. Dit keer in de vorm van het verzet van de materialistische wereld tegen de spiritueel-christelijke impuls. Of: wie zijn de goeden en wie de slechten? Het laat zich meestal gemakkelijk raden, al verrast Veltman dit keer waarschijnlijk vriend en vijand.

‘…Overal waar mensen proberen in een groep reëel-spirituele doeleinden na te streven, zijn de tegenkrachten extra actief. Zo’n groep werkt als een kaarsvlam die motten aantrekt, in dit geval demonische wezens die je ‘tweedrachtzaaiers’ zou kunnen noemen. Deze tweedrachtzaaiers werken overal in de moderne samenleving, maar in het bijzonder daar waar hun gezaaide tweedracht spirituele impulsen lam legt. Hoewel Rudolf Steiner indringend spreekt over dergelijke krachten die als concrete geestelijke wezens van demonische aard moeten worden beschouwd, lijkt het wel of juist ‘anthroposofen’, of ‘anthroposofisch’ werkende mensen het minst attent zijn op dit soort psychische parasieten, waar zij vol mee zitten, meer dan wie dan ook. Het zijn werkelijke parasieten die zich volvreten met de emoties van de mensen die van hen bezeten zijn…’

Krasse taal van een kranige tachtiger. Antroposofen zitten volgens hem vol met psychische parasieten, meer dan wie ook. Zou een onderzoek naar het verband tussen psychologische problemen en de mate van betrokkenheid bij de antroposofische beweging Veltmans boude uitspraak kunnen ondersteunen? Zelf ben ik nooit zo veel labiele persoonlijkheden tegen het lijf gelopen als in de periode dat ik me ophield in de antroposofische beweging. Wat Veltmans uitspraken betreft: het is wel zo dat het cahier waarin hij die doet niet door een uitgeverij is uitgegeven, hoewel de man jarenlang kind aan huis was in het antroposofisch uitgeversmilieu. Was zijn laatste pennenvrucht te kritisch? Of te radicaal? Want er komen in dat werkje, zoals dat bij Veltman wel meer het geval is, enkele typisch antroposofische stokpaardjes voor die er al vaker voor hebben gezorgd dat de antroposofie en de steinerschool in een kwaad daglicht kwamen te staan.

Een zich van de samenleving distantiërende mentaliteit zoals men die kan waarnemen in de antroposofische beweging komt het sterkst naar voor in het werk van haar vurigste bepleiters. Door het gedeeltelijk prijsgeven van hun gedachten laten antroposofen zien hoe groot de kloof is tussen antroposofische en normale of gangbare denkbeelden. Onder andere deze distantiëring is een van de oorzaken dat de steinerschool vaak als sekte wordt gekenmerkt. In principe is daar niets mis mee. Het woord sekte heeft strikt genomen een neutrale betekenis: een geestelijke stroming die afwijkt van een grotere waaruit zij is voortgekomen. De antroposofie is een van de theosofie afgescheiden geestelijke stroming. Vanwaar dan de gevoeligheid wanneer het woord sekte valt?

Toen in 1997 zowel de antroposofie als de steinerschool in België op de agenda stonden van het parlementair onderzoek met het oog op de beleidsvorming ter bestrijding van de onwettige praktijken van de sekten, reageerde men binnen de steinerbeweging met algemene verontwaardiging. Die commissie gaf nochtans zelf aan dat de sekte in strikte zin op zich respectabel en verder zonder meer een normale toepassing vergt van de godsdienstvrijheid en de vrijheid van vereniging, zoals die door de grondrechten gewaarborgd worden. Schadelijk is een sekte pas wanneer ze de wet overtreedt en de fundamentele rechten en vrijheden van de mens aantast. Zolang een beweging zoals de antroposofische zich voor deze feiten niet veroordeeld ziet, kan ze zondermeer sekte worden genoemd. Bovendien: is het bij nazicht van de twee voorgaande citaten van Veltman ver gezocht om effectief te concluderen dat de steinerschool een sekte is? Veltman lijkt de juistheid van Vermeersch’ lijst van sektekenmerken op zijn eentje te willen bevestigen. Als een gevestigde waarde binnen de steinerbeweging erin slaagt om op slechts één pagina de termen ‘antisociale drift; geen goede samenlevingsvormen; spiritueel-christelijke cultuurimpuls; uitdaging aan de materialistische wereld; verzet vanuit de zogenaamd normale wereld; tegenkrachten; tweedrachtzaaiers; demonische wezens’ te verzamelen, moet men toch niet vreemd opkijken wanneer iemand concludeert: ‘Dat is potverdorie een sekte!’ Professor Betz, een fervent bestrijder van alles wat met kwakzalverij en pseudowetenschap te maken heeft, doet dat dan ook zonder omhaal.

‘…Een fundamenteel kenmerk van sekten is dat ze er steeds op uit zijn om hun leden zo volledig mogelijk in te palmen. De leden worden geïndoctrineerd, verliezen hun persoonlijkheid en worden afhankelijk gemaakt van de hiërarchie en het gezag van de sekte. Om dat doel te bereiken is een isolement van de rest van de maatschappij noodzakelijk. Dat wil zeggen dat de banden met de familie en vrienden zo veel mogelijk verbroken moeten worden. Maar ook banden met reguliere zorgverstrekkers en opvoeders worden tegengewerkt. Sekten hebben daarom ook vaak hun eigen scholen of ze stimuleren thuisonderricht voor de kinderen. Ook eigen therapeuten en eigen artsen zijn cruciaal in die isolatiedrang.

Een prachtig voorbeeld van hoe sekten beslag leggen op alle facetten van het leven van hun leden, is de antroposofie … De antroposofen hebben ook hun eigen scholen, de Steinerscholen, die gebruik maken van de pedagogische ideeën van Steiner. De uiteindelijke doelstelling van zo’n school zou zijn dat het kind zich kan ontplooien tot een ‘vrij individu’. Daar kan je natuurlijk weinig op tegen hebben. Maar de middelen om tot dat doel te komen, doen ons de wenkbrauwen fronsen … Typisch voor sekten, en bij antroposofen in het bijzonder, is dat de zieke daarbij een schuldgevoel aangepraat wordt. Eigenlijk is het mensen hun eigen fout dat ze ziek worden. De primaire oorzaak van een ziekte ligt volgens antroposofen immers in het zielenleven. Hun ‘behandelingen’ worden dan ook gekenmerkt door biologische, spirituele en psychologische aspecten…’[128]

Ook Betz heeft het karmische principe van ‘eigen schuld, dikke bult’ opgemerkt. Hij wijst trouwens op iets anders dat wordt aangehaald wanneer er kritiek op de antroposofische beweging of de steinerschool komt: dat het een netwerk is waarin de vertegenwoordigers op verschillende gebieden werkzaam zijn: onderwijs, ziekenzorg, farmacie, enzovoort.

Dat was ook een van de conclusies van de ‘sektecommissie’ toen die in 1996 de antroposofie en de steinerschool behandelde. De commissie constateerde ‘vermenging van levensbeschouwelijke, pedagogische, medische en commerciële doelstellingen’. De voorzitter van de Belgische antroposofische vereniging gaf toe ‘dat het bij sommigen inderdaad zo kan overkomen, maar dat het helemaal niet verboden is om degelijke producten te commercialiseren’. De commissie kaartte ook aan dat de antroposofische beweging ‘over een volledig netwerk beschikt. Eerst is er een wijsgerige benadering van de psyche, dan de voorschrijver en ten slotte een onderneming die een product commercialiseert dat zowel psychische als fysieke moeilijkheden oplost. Het is een echt circuit’. De secretaris van de vereniging bracht hierop niet meer uit dan ‘dat dit inderdaad als een totaalproces kan worden beschouwd’. [129] Totaalproces? Natuurlijk! In Rudolf Steiners antroposofie heeft alles met alles te maken. Opvallend is dat de twee kopstukken van de vereniging niet weerlegden dat het om een circuit gaat.

In deze context is een circuit volgens Van Dale een kring van toonaangevende personen. De commissie sprak echter van een netwerk. Wat zegt het woordenboek daarover? Op een net lijkend geheel: een netwerk van draden; (fig.) een netwerk van intriges; iemands sociale netwerk, alle mensen die hij kent en die hem ook kennen. We hebben, als ik de commissie goed interpreteer, te doen met een kring van toonaangevende personen die over een netwerk beschikt. En in netwerken ben je verstrikt voor je het weet. Vanuit Nederland ontving ik een getuigenis van iemand die jarenlang te maken had met zowat alles wat de ‘sektecommissie’ aanhaalde.

‘…Door mijn partnerkeuze destijds heb ik geruime tijd naast de antroposofische instelling Daidalos gewoond. Patiënten werden er behandeld voor diverse lichamelijke en geestelijke klachten.

Omdat een van de antroposofische artsen die er toen werkte mijn moeder met het antroposofische geneesmiddel Iscador tegen kanker had behandeld, werd mijn achterdocht gewekt. Naar mijn mening had deze arts mijn moeder nooit mogen behandelen met dit zeer omstreden en nooit op werkzaamheid bewezen middel en is ze niet tijdig naar de reguliere geneeskunde doorverwezen. Toen ik op zestienjarige leeftijd hiertegen in opstand kwam, werd ik op advies van deze arts door mijn stiefvader en een van zijn vrienden, ver weg van mijn zieke moeder, in België in een heilpedagogisch instituut voor verstandelijk gehandicapten geplaatst.

Met deze aanslag op mijn karakter en de uiteindelijk onnodig pijnlijke dood van mijn moeder in mijn achterhoofd, begon ik enkele jaren geleden de bewegingen in en rond Daidalos met veel interesse te volgen. Wat bleek: er werden patiënten misbruikt, gemanipuleerd en financieel uitgekleed. Het werd voor mij een lange en niet eenvoudige klus de buitenwereld bewust te maken van de wantoestanden die er plaatsvonden.

Op het moment dat twee slachtoffers in het televisieprogramma Twee Vandaag[130]  hun verhaal naar buiten brachten, kwam er schot in de zaak. Meerdere slachtoffers gingen zich na de televisie-uitzending melden bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Voor veel slachtoffers werd dit het begin van een langdurige, niet ongevaarlijke strijd, waarin de verantwoordelijken van Daidalos stellig alle bezwarende feiten bleven ontkennen. Tevens werden de al beschadigde slachtoffers flink dwars gezeten door deze lieden, die er alles voor over hadden niet door de mand te vallen.

De verschillende inspecties en rechtbanken hebben ondanks de geslotenheid en de afdekcultuur binnen de antroposofische beweging veel van de feiten boven tafel gekregen. De rechtbank sprak strenge veroordelingen uit, gevolgd door zware straffen en de instelling werd gesloten…’

Als we het over een netwerk hebben, dan is dit een sprekend voorbeeld van draden die de landsgrenzen overschrijden. De antroposofische beweging is dan ook met recht internationaal te noemen, in al haar facetten. Het in het getuigenis aangehaalde financieel uitkleden kwam erop neer dat gezondheidswerkers royale schenkingen van patiënten aannamen, wat uiteraard onethisch is.[131]

Er zijn namelijk deontologische regels die bepalen hoe artsen en therapeuten met hun patiënten dienen om te gaan. In de eerste plaats professioneel. Behandelaars die extraatjes bovenop hun honorarium krijgen aangeboden, hebben de morele plicht om die te weigeren, omdat dat de professionele relatie kan vertroebelen. Die speelt zich af in de behandelruimte en daarvoor zijn vastgestelde honoraria bepaald. Normaal gesproken zou dit moeten voorkomen dat aan de patiënt, die zich als hulpvragende in een zwakke positie bevindt, absurd hoge bedragen worden aangerekend. Als arts allerlei schenkingen aannemen van een extreem dankbare patiënt, kan ervoor zorgen dat een relatie wordt opgebouwd die te vergelijken is met die tussen sektelid en sekteleider. De eerste wil zijn dankbaarheid voor bewezen diensten, maar voornamelijk om in de gunst te komen, ook uiten door giften aan de laatste.

Het sleutelwoord in al die obscure transacties van middelen is ontegensprekelijk: schenking: een woord dat ook in de steinerschool goed in de markt ligt.

9.2. Oudertje strek je…

In de meest recente brochure van de Federatie van R. Steinerscholen in Vlaanderen wordt reclame gemaakt voor een financiële instelling, opgericht door antroposofen: Triodos Bank. De brochure bevat een uitneembare reclamefolder van de bank. Hoewel ik reguliere scholen zoiets nog niet heb zien doen, kan het misschien nog als onschuldig worden afgedaan, omdat de kosten voor het vervaardigen van brochures misschien door de genoemde bank worden gedragen. Een vermelding van de sponsor is in een dergelijk geval niet uitzonderlijk.

Anders wordt het wanneer gekeken wordt naar de rol die geld in de steinerschool speelt. Schooltijdschriften waarin artikels staan met titels als ‘Alles draait om geld’ laten weinig aan de verbeelding over. Wie het dan nog niet heeft begrepen.

‘…Kiezen voor steineronderwijs heeft zo zijn consequenties. Eén ervan heeft te maken met financiën. Alle ouders aan de Gentse Rudolf Steinerschool betalen/schenken een financiële ouderbijdrage…’ [132]

Het artikel wordt in het voorwoord op veelzeggende wijze aangekondigd met de leuze ‘Vrijheid heeft zijn prijs’. Tekenend in bovenstaand citaat is de schuine streep tussen betalen en schenken. In plaats van een duidelijk onderscheid te maken tussen die twee begrippen, kiest men voor beide. Men kan zich de vraag stellen waarom? Betalen ouders nu een ouderbijdrage of schenken ze die? Want betalen doet men wanneer men iets verschuldigd is en houdt een verplichting in, terwijl schenken wordt gedaan uit genegenheid en een vrijwillige daad is. In bovenstaande combinatie ‘betalen/schenken’ is de ouderbijdrage een combinatie van beide. Hoe komt dit over op ouders?

De ouder die zich vooral op het begrip ‘schenken’ baseert, zal zich niet verplicht voelen en misschien geen behoefte hebben om te schenken. En wel met de gedachte in het hoofd dat de school toch al overheidsgelden ontvangt. Wie zich echter oriënteert op het begrip ‘betalen’, zal de ouderbijdrage waarschijnlijk als verplichting aanvoelen en daadwerkelijk overgaan tot betaling. Door beide begrippen te gebruiken, heeft de vraag om geld een groter bereik: niet alleen de vrijwillige schenker die vanzelfsprekend bijdraagt, maar ook de ouder die zich verplicht voelt, behoren tot de aangesproken doelgroep.

Ouders mogen hun genegenheid voor de school van hun kinderen tonen door financieel te ondersteunen door giften. Wat niet mag is dat scholen een systeem hanteren waarbij van ouders wordt verwacht dat ze schenkingen doen. Het al dan niet vrijwillig zijn van financiële bijdragen werd in maart 2009 onderwerp van gesprek toen een journalist op de proppen kwam met een van de Brusselse steinerschool afkomstig document, een soort contract, dat diende om tussen ouders en school een overeenkomst te sluiten over de hoogte van het bedrag dat de ouders iedere maand op de rekening van de school mochten overschrijven.[133]. Bovenop een forfaitair bedrag werd aan de ouders een maandelijkse bijdrage gelijk aan 3% van het gezinsinkomen gevraagd. De bijdrageregeling liep door tijdens de zomervakantie. Tweeverdieners met een voltijdse baan betalen met dit systeem al vlug tussen de honderd en de tweehonderd euro per maand om hun kind les te laten volgen.

In sommige scholen wordt laattijdig of niet betalen bovendien weinig discreet aangepakt. Het kan voorkomen dat in de nieuwsbrief van de school een boodschap verschijnt die, op zijn zachtst gezegd, inspeelt op het geweten van de wanbetalers. Dit kan zondermeer morele druk worden genoemd. Er wordt in een dergelijke nieuwsbrief bijvoorbeeld gesteld dat een aantal ouders hun documenten om de ouderbijdrage te regelen nog niet hebben binnengebracht. Concreet wordt gevraagd, met aandrang, om de financiële ouderbijdrage voor het lopende schooljaar helemaal in orde te brengen. Een herinnering dat het financieel schooljaar tot 31 augustus doorloopt en dat de participatie dus ook voor juli en augustus geldt, wordt dan ook nog fijntjes toegevoegd. Maar het kan nog directer, zelfs in een welkomstbrochure: ‘Naast de klassieke rol van consument of klant, wordt van elke ouder dus een gevend gebaar verwacht naar een gemeenschap die verder reikt dan het eigen kind’. De ouder als klant of consument. Waar halen ze het toch?

Het verwijzen naar de gemeenschapszin komt trouwens voor in Rudolf Steiners sociale hoofdwet.

‘…Het welzijn van een geheel aan samenwerkende mensen is des te groter, naarmate de enkeling minder aanspraak maakt op de opbrengsten van zijn prestaties, dat wil zeggen, naarmate hij meer van deze opbrengsten aan zijn medewerkers afstaat en naarmate meer van zijn eigen behoeften niet door zijn eigen prestaties, maar door de prestaties van de anderen worden bevredigd…’[134]

Hoe meer je geeft, hoe minder je neemt, en hoe blijer je wordt wanneer je ziet dat de anderen hetzelfde doen, hoe groter het welzijn?

Concreet komt het er, bij nazicht van een aantal schoolbrochures en websites van steinerscholen, op neer dat verwacht wordt dat ouders iedere maand extra schoolgeld betalen; de klassen poetsen; taxichauffeur spelen bij schooluitstapjes; taarten bakken voor schoolfeesten en ouderavonden; de gebouwen helpen onderhouden (of mee betalen); blij mogen zijn dat die eer hen te beurt valt en het beste kritiek voor zichzelf kunnen houden. De schoolorganisatie kan er maar wel mee varen. Maar of het sociaal is in de meest gangbare betekenis van het woord? En die betekenis is: betrekking hebbend op de maatschappij en het welzijn daarvan.

9.3. Zijn wel vaart wel

Welke houding de steinerschool ten opzichte van de maatschappij inneemt, hoeft geen groot betoog. Zelfs het weinige dat hier aan bod is gekomen, geeft genoeg aanwijzingen dat haar maatschappelijke positie niet alleen marginaal is, maar ze ook een sterke tendens tot isolatie vertoont. Over steinerpedagogie zegt de steinerschool bijvoorbeeld dat die in eerste instantie een mens- en ontwikkelingsgeoriënteerde, geen (kennis)maatschappijgeoriënteerde pedagogie is. Maatschappij betekent zoveel als: samenleving, gemeenschap, wereld. In engere zin verstaat men er geordende samenleving onder. Daarop is de steinerschool niet gericht? Vandaar dat de betiteling ‘wereldvreemd’ hier en daar opduikt. Wat is volgens de steinerschool uiteindelijk het doel van onderwijs? Het pedagogisch project van de steinerbasisschool vermeldt het volgende:

‘…De vraag is niet, wat de mens moet kunnen en weten teneinde zich in de bestaande sociale orde te kunnen inpassen; maar wel, wat is in aanleg in de mens aanwezig en wat kan in hem ontwikkeld worden. Dan wordt het mogelijk dat de opgroeiende generatie aan de maatschappij steeds nieuwe krachten aanreikt. Dan zal in de samenleving steeds datgene tot ontwikkeling kunnen komen, wat de er binnentredende generatie van mensen in zich draagt. Maar van de opgroeiende generatie mag niet datgene gemaakt worden, wat de bestaande maatschappij van deze generatie maken wil. Op deze wijze formuleerde Rudolf Steiner zelf het doel van onderwijs…’

De nieuwe generatie moet de maatschappij vanuit wat ze in zichzelf draagt, kunnen vormgeven en zich niet conformeren of aanpassen aan wat de bestaande orde in petto heeft voor de toekomstige maatschappij. Waarom het niet eenvoudig houden en gewoon zeggen dat het de bedoeling is dat iedereen zijn eigen hart en geweten moet volgen? Daar is toch geen alinea vol holle frasen voor nodig? En wie durft vandaag nog over een bestaande sociale orde spreken? Waar is die dan? Onze hedendaagse samenleving kenmerkt zich in hoge mate door de drang om tradities, waarden en normen overboord te gooien om op zoek te gaan naar individuele invulling van de daardoor ontstane ruimte. Waarom dan de nadruk leggen op niet conformeren? Ach ja, het doel dat de steinerschool nastreeft met onderwijs, werd een eeuw geleden geformuleerd. Van een sterk geïndividualiseerde samenleving zoals dat nu het geval is, was toen geen sprake.

Dat de steinerschool zich anno 2009 blijkbaar wil onderscheiden door op maatschappijgerichte onderwijsdoelen uit Steiners tijd te wijzen, lijkt een indicatie dat ze ervan uitgaan dat de zaken er nu nog hetzelfde voorstaan als honderd jaar geleden. Wie zei ook alweer dat in de geschiedenis van de steinerschool in feite weinig is gebeurd?

Inpassen in de bestaande sociale orde staat bij de steinerschool niet bovenaan de agenda, als het er al opstaat. Wat wel tot de orde van de dag behoort? Heel veel ideeën van Steiner, of die nu met onderwijs te maken hebben of niet maakt weinig uit. Associëren kan altijd. Recent nog (2008) verscheen een publicatie over onderwijs waaraan deskundigen uit verschillende onderwijsstromingen meewerkten. Voor de steinerschool viel Hans Annoot de eer te beurt. Persoonwording van het kind mag dan het onderwerp van de publicatie zijn, dat weerhield hem er niet van Steiners politieke ideeën, meer bepaald zijn visie op staatshervorming, bij zijn ‘pleidooi’ voor de steinerschool te betrekken. Daarbij maakte hij van de gelegenheid gebruik om Steiner royaal te citeren. Annoot haalt onder andere aan dat ‘Steiner met de idee van de driegeleding van het sociale organisme een maatschappelijk concept ontwikkelde’. [135] Steiner gebruikte wel eens de term ‘sociale omwenteling’. Welke plaats heeft onderwijs in dit concept? Dat Steiner daarover geen twijfel liet bestaan, zal dadelijk blijken.

Omdat bepleiters van steineronderwijs graag de stem van haar grondlegger horen en hem uitentreuren citeert, lijkt het me bij wijze van afsluiter niet onredelijk om hetzelfde te doen en nog een keer uitgebreid uit een van Steiners wellen te putten. Ik heb het nu over een voordracht die Steiner voor de ouders van kandidaat-leerlingen hield op 31 augustus 1919, een week voordat de eerste steinerschool haar deuren officieel opende. Daarin bracht hij het gemeenschappelijk belang van het onderwijs en de sociale driegeleding ter sprake en wordt duidelijk wat Steiner voor ogen had met de school. Een greep uit die voordracht:

‘…Het is noodzakelijk dat de mens door middel van opvoeding, vorming en onderwijs op een andere manier een plaats in de samenleving krijgt dan tot nu toe het geval was … En in het opgroeiende kind willen we niets anders zien dan de zich ontwikkelende mens … Een nieuw inzicht in het wezen van de mens is noodzakelijk … En dat inzicht kan alleen maar voorkomen uit een nieuwe wetenschap … Daarom werken we in de cursus, waarin de leraren worden voorbereid op het lesgeven aan de Vrije School, vanuit werkelijke menskunde … Wij bestuderen het ware wezen van het menselijke denken, zodat het juiste denken in het kind kan worden ontwikkeld … Werkelijke wetenschap is niet een dood weten, zoals de wetenschap dat tegenwoordig vaak is … En hier botst datgene wat de mensen vanuit de oude verhoudingen nog met zich meebrengen met datgene wat noodzakelijk is voor een werkelijk sociaal gevormde toekomst voor de mensheid … Tegenwoordig neemt de staat immers het opgroeiende kind op een bepaalde leeftijd van de ouders over … Natuurlijk laat de staat datgene bij het kind inpompen, wat de staat nodig vindt om het staatsapparaat draaiende te houden en wat nodig is om mensen te laten doen wat de staat met hen wil … Daarom willen we er alles aan doen om onderwijs en opvoeding vorm te geven, zoals ik beschreef … Men zal moeten geloven en begrijpen, dat datgene wat we sociale omwenteling noemen, zich in de eerste plaats moet voltrekken zoals we dat in de Vrije School proberen. Het zou heel schadelijk zijn wanneer de sociale impuls die aan de oprichting van de Vrije School ten grondslag ligt zou worden miskend … Want het is vanzelfsprekend, dat de Vrije School alleen kan voortbrengen wat zij wil voortbrengen, wanneer zo snel mogelijk, op zo veel mogelijk plaatsen initiatieven worden genomen die uit een zelfde geest voortkomen. Dan zullen er spoedig velen volgen. Dan zal die geest vrij heersen en zal een vrij, sociaal onderwijs- en opvoedingswezen zich over de hele wereld verspreiden. Dan zal deze geest en deze gezindheid zich druppelsgewijs over de beschaafde wereld verspreiden…’[136]

Steiners ‘geest’ zal de beschaafde wereld doordringen en vrij heersen, als maar heel vlug gelijkaardige initiatieven worden genomen die uit diezelfde geest voortkomen. Wat een expansiedrang. Maar waarover gaat steineronderwijs nu eigenlijk? Over het verspreiden van Rudolf Steiners antroposofische ideeën of over kinderen de best mogelijke ontwikkelingskansen bieden? Enkele van die ideeën zijn in dit schotschrift aan bod gekomen. Ideeën die niet alleen vragen oproepen, maar waarbij ook ernstige bedenkingen mogen worden gemaakt.

Het voorgaande is in ieder geval een sterke indicatie dat het ‘verkondigen’ van Steiners boodschap een grote rol speelt in de steinerschoolbeweging. Wat de meerwaarde daarvan voor kinderen is? Ik heb geen idee: kinderen zijn een meerwaarde op zich, gewoon om wie ze zijn. Of Steiner en zijn school dat ook zo begrepen hebben, daarover heb ik, gezien het belang dat binnen de beweging wordt gehecht aan de verspreiding van de geest waaruit het steineronderwijs is ontstaan, ernstige twijfels. Voeg daarbij Steiners stelling dat ‘het nu niet onze taak is om ons af te vragen hoe lang het zal duren voordat de mensen rijp zijn voor onze ideeën. Het is onze taak om eraan te werken dat de mensen daar rijp voor worden’[137] en het wordt mijns inziens heel moeilijk om te geloven dat de steinerschool geen pogingen onderneemt om de ideeën van haar grondlegger aan de man te brengen. En welke plaats blijft in dit geval nog over voor het kind?

In plaats van opmaat voor de toekomst wordt het op maat van de verwachtingen…

 


[125] R. Steiner & M. Boeke, Vrijheid van onderwijs en sociale driegeleding, Nearchus C.V. 1990

[126] H. Van der Beek, Boze ouders nemen Vrije School over, Het Parool 11/03/2009

[127] W. F. Veltman, De Vrije School – Ondergang en nieuwe geboorte?, Den Haag 2000

[128] W. Betz, Alternatieve geneeswijze en sektarisme: een stilzwijgend verbond, Skepp-colloquium over sekten, 05/03/2005

[129] Parlementair onderzoek met het oog op de beleidsvorming ter bestrijding van de onwettige praktijken van de sekten en van de gevaren ervan voor de samenleving en voor het individu, inzonderheid voor de minderjarigen. Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, gewone zitting 28 april 1997

[130] Programma heet tegenwoordig Eén Vandaag

[131] Reportage Twee Vandaag, Inspectie onderzoekt Daidalos-kliniek, 13/10/2005

[132] Alles draait om geld, De Mare, schooltijdschrift Vrije Rudolf Steinerschool Gent, Oudervereniging VRSG 2003

[133] F. Poosen, Schoolgeld: 3% inkomen ouders, Het Nieuwsblad 03/03/2009

[134] R. Steiner, Anthroposophie en het sociale vraagstuk, Vrij Geestesleven 1982

[135] L. Braekmans e.a., De basisschool in dienst van de persoonwording van het kind, Academia Press 2008

[136] R. Steiner & M. Boeke, Vrijheid van onderwijs en sociale driegeleding, Nearchus C.V. 1990

[137] R. Steiner, Die Erkenntnisaufgabe der Jugend, Rudolf Steiner Verlag 1981

 

 

 

Comments are closed.