Wel vrijheid van onderwijs

In zijn betoog ‘Desovjetiseer het onderwijs’ haalt Matthias Storme uit naar het Belgisch onderwijs. Storme bezondigt zich echter aan enkele hardnekkige misvattingen. De grootste is wel dat in ons land geen vrijheid van onderwijs zou zijn. Die is er namelijk in die mate dat in België, in tegenstelling tot het progressieve Nederland, geen schoolplicht is, maar enkel leerplicht. Iedere ouder die dat wenst, kan zijn kind zelf lesgeven (of laten geven) waar hij dat wil en door wie hij dat wil. Veel vrijer kan ik het me moeilijk voorstellen. Storme stelt het echter voor alsof ouders een ‘onderwijs door de strot wordt geduwd’.

Ouders zien zich verplicht om aan schoolpoorten te kamperen?

Er is bij mijn weten geen enkele instantie die ouders verplicht om hun tent op te zetten voor een school. De meeste ouders kiezen zelf om dit te doen. De reden is in de meeste gevallen dezelfde: men wil zijn kind onderbrengen in een school  die in de eigen regio hoog staat aangeschreven. Het gaat bijna uitsluitend om scholen van het katholieke net, omdat daarvan gezegd wordt dat die een uitstekende voorbereiding zijn op een universitaire studie. Wanneer we de curricula van bekende Belgische academici bekijken, blijkt daar wel enig waarheid in te zitten. Laat ons echter niet vergeten dat katholieke scholen strengere selectiecriteria hanteren dan het gemeenschapsonderwijs. In tal van katholieke scholen ligt het percentage om over te gaan naar een volgend jaar op zestig, en soms op zeventig procent, terwijl in het gemeenschapsonderwijs vijftig procent voldoende is. Leerlingen die in het katholiek in de onderwijswaterval terechtkomen, bijvoorbeeld leerlingen die in ASO maar vijfenvijftig procent halen en daarom naar TSO moeten verhuizen, kunnen in het gemeenschapsonderwijs hun ASO-cyclus wel voortzetten. Aan het einde van de rit zal het klasgemiddelde in een katholieke school uiteraard hoger liggen. Men heeft de ‘beste’ leerlingen behouden, terwijl de ‘mindere’ zijn gedegradeerd. Aan schoolpoorten ziet men dan ook kamperende ouders die wat de (school)loopbaan van hun kinderen betreft hoge verwachtingen hebben en die niet tevreden zijn met een school die in de volksmond iets minder staat aangeschreven. Met overheidsbemoeienis heeft dit niets te maken. Het zijn precies de scholen van het vrije net waar ellenlange wachttijden schering en inslag zijn. Ik zet vrije net bewust cursief, omdat precies deze  scholen bestaansrecht kregen doordat ze zich expliciet konden beroepen op de vrijheid van onderwijs zoals voorzien in de Grondwet.

Ouders verplicht om een bepaald onderwijs te slikken?

Storme stelt dat ‘het toch niet moeilijk is vast te stellen dat het onderwijsaanbod niet overeenstemt met de vraag. En dan kan de oplossing niet aan de vraagzijde liggen: dat houdt in dat men ofwel de kinderen deporteert ofwel de ouders een onderwijs door de strot duwt dat ze niet willen. Elk redelijk beleid zou dus zorgen dat het aanbod kan beantwoorden aan de vraag, en dat is heus niet zo moeilijk. Maar neen, onze politici en onderwijskundigen willen natuurlijk de ouders verplichten om het onderwijs te slikken dat zij vanuit hun ivoren toren het beste achten voor de “maatschappij”, vanuit hun sovjetideaal van maatschappij, vanuit hun dirigistisch-multiculturalistische “gelijkekansen”-ideologie.

Nu zou men kunnen stellen dat het de schuld is van de overheid dat scholen die bij ouders meer geliefd zijn dan andere hun aanbod niet kunnen (of willen) uitbreiden, doordat bijvoorbeeld de overheid de scholen niet van genoeg middelen voorziet (wat zeer discutabel is). Maar het is toch niet zo dat wanneer de overheid weigert om een nieuw op te richten school te financieren, dit ook mag worden gezien als een weigering van diezelfde overheid om eens school te laten inrichten zoals de ouders dat wensen, zoals Storme beweert. In België is eenieder die dat wenst vrij om een school op te richten. Volgens Storme echter moet dat mogelijk zijn zonder dat de overheid hierin discrimineert, ook niet financieel. Concreet wil dit zeggen dat een pas opstartende school verhoudingsgewijs dezelfde middelen ter beschikking zou moeten krijgen als een reeds bestaande school. In feite is dit ook zo. Alleen moet een nieuw op te richten school die financiële steun van de overheid wil aan bepaalde voorwaarden (minimum aantal leerlingen, ligging t.o.v. andere scholen, …) voldoen die niet altijd even gemakkelijk haalbaar zijn. Zo moet een startende middelbare school minstens 200 leerlingen registreren voor ze in aanmerking komt voor overheidssteun. Maar aan deze voorwaarde kan een school zich onttrekken door een fusie aan te gaan met een reeds bestaande school. Binnen de koepel van kleine onderwijsverstrekkers past men deze tactiek al geruime jaren succesvol toe. Dat dit een weerslag heeft op de autonomie van de afzonderlijke scholen kan men zien als een tijdelijke toegeving. Indien uiteindelijk het onderwijs kwalitatief goed genoeg is en het gevraagde aantal leerlingen is bereikt, kan de school alsnog totaal onafhankelijk worden.

Ik heb echter in de praktijk gezien dat een school de omgekeerde beweging maakte en haar vrijheid van onderwijs opofferde om overheidssubsidies binnen te halen. Het volledig autonoom door ouders gefinancierde schooltje fusioneerde met een grote school. De gevolgen waren dat de moederschool vastbenoemde leraren die ze liever kwijt dan rijk was naar haar kleine dochterschooltje kon laten verhuizen. De vrijheid van onderwijs was verkocht! Men kan toch verwachten dat wanneer men een geldschieter binnenhaalt, deze mee bepaalt wat met het door hem opgehoeste geld gebeurt?

Recht op ‘carte blanche’?

Daar wringt hem nu precies het schoentje bij diegenen die hard schreeuwen dat vrijheid van onderwijs een recht is dat de burger ontzegd wordt. Want niet het recht op vrijheid van onderwijs wordt de Belgische burger ontzegd, maar wel de financiering om ten volle en autonoom van dat recht te kunnen genieten. Bepleiters van de vrijheid van onderwijs lijken de stelling te huldigen dat wanneer iemand het in zijn hoofd haalt om een school op te richten de staat de geldbeugel maar moet opentrekken. Hoe dit valt te rijmen met het vrije-markt-mechanisme van vraag-en-aanbod waarnaar Storme verwijst, is mij een raadsel? Het voordeel van dit mechanisme is net dat bij voldoende vraag er altijd aanbieders op die vraag inspelen. Het hangt er alleen vanaf of de vragende partij bereid is om de prijs te betalen. Zo niet, dan wordt er ook niets ‘geproduceerd’. Men hoeft dan ook niet de overheid gaan verwijten dat ze het recht op vrijheid van onderwijs in de kiem smoort. Men kan beter de vraag stellen of er wel genoeg reële vraag is naar onderwijs dat naar de wens van ouders is ingericht. En met die wens doel ik dan niet op de natte droom van moslims om een islamschool, joden om een talmoedschool en antroposofen om een steinerschool op te richten (want die wensen zijn ingegeven door ideologische drijfveren), maar wel op de wens van ouders om het onderwijs ‘anders’ in te richten, te veranderen. Ouders die dat echt willen, hebben daar echter geen nieuwe school voor nodig. Ze kunnen zich namelijk engageren in een reeds bestaande school. Iedere school is verplicht om ouders actief te betrekken in haar beleidsvorming. Wat kunnen ouders nog meer wensen? Dat in de school die zij naar hun wens hebben ingericht leraren ‘hun ding’ mogen doen zonder dat de samenleving zich daarbij betrokken mag tonen? Zodat onder het mom van vrijheid van onderwijs kinderen mogen worden blootgesteld aan absurde lijfstraffen zoals dat bijvoorbeeld in de V.S. in 21 staten is toegelaten (Human Rights Watch en American Civil Liberties, A Violent Education: Corporal Punishment of Children in US Public Schools)? We hoeven echter niet zo ver van huis te gaan om gelijkaardige scenario’s te zien. Wie op Google ‘lijfstraffen’ intikt, krijgt een lijst van linken, waarbij opvalt dat de meeste verwijzen naar lijfstraffen in scholen met een sterke ideologische inslag. Dit zijn vaak scholen die zich beroepen op vrijheid van onderwijs.

Antroposofisch onderwijs

Een bijzonder geval is de steinerschool, die zich als geen andere school beroept op onderwijsvrijheid. Vooral de inmenging van de staat wordt gezien als een beperking van die onderwijsvrijheid. Volgens de antroposoof  dr. Jos Verhulst, zelf gewezen steinerschoolleraar,  ‘verdedigde Steiner de opvatting dat het geestesleven volledig los diende te staan van de staat. De staat dient op het domein van het geestesleven inhoudelijk niets te regelen en niets op te dringen’ (uit Condorcet en Steiner over onderwijs). Verhulst merkt in zijn essay op dat in boekjes over steinepedagogie Steiners meest principiële ideeën vaak ontbreken. Wat onder vrijheid van onderwijs wordt verstaan bijvoorbeeld. Steiner was daar heel duidelijk in: ‘Niet door onderwijsautoriteiten, door directeuren, schoolinspecties, maar door zijn eigen rechtstreekse verbinding met het geestesleven is de leraar zijn eigen heer en meester’ (R. Steiner & M. Boeke, Vrijheid van onderwijs en sociale driegeleding, Nearchus 1990).

Steineronderwijs doet zowel voor de oprichting als voor de instandhouding van zijn scholen veel beroep op de inbreng van ouders. De redenering is dat ouders die een steinerschool willen daar ook het initiatief voor nemen en de nodige middelen voorzien. De meeste steinerscholen hebben gebruik gemaakt van de vrijheid van onderwijs en zijn van start gegaan zonder overheidssteun of -erkenning en hebben dat jaren kunnen volhouden. Er werd dus succesvol gebruikgemaakt van het recht op …. Desondanks hebben die scholen zich stuk voor stuk tot de overheid gewend met de vraag om geld. Het vreemde is dat steinerscholen wanneer ze uiteindelijk subsidies ontvangen gewoon doorgaan met ouders te laten betalen. Men eet van twee walletjes. Terwijl krijgen ouders wel minder inspraak, net vanwege de subsidies. Want die maken nu het grootste deel uit van het budget, zodat men minder afhankelijk is van ouders. Het aanbod van de school begint op die manier meer en meer te verschuiven naar wat het schoolbeleid nodig acht om aan de subsidievoorwaarden te blijven voldoen i.p.v. dat de vraag van de ouders wordt beantwoord. Gaandeweg ziet men dan ook dat de ouders die de oorspronkelijke initiatiefnemers, inrichters,  waren naar het achterplan verdwijnen of de school zelfs verlaten. Men heeft hun vrijwillige inbreng niet meer nodig en hun plaats wordt ingenomen, vaak door betaalde krachten. En zelfs wanneer die ook schijnbaar de vrijheid van onderwijs nastreven, hebben ze al wel eens een heel andere kijk op het principe dat er een specifiek onderwijsaanbod moet zijn voor ouders die dat wensen. De voorzitster van de Federatie van Steinerscholen in Vlaanderen huldigt bijvoorbeeld de stelling dat ‘ouders die niet tevreden zijn op een ander kunnen gaan’. Ouders die beter onderwijs vragen, moeten elders gaan? Begrijpelijk dat in zo’n gevallen de vrijheid van onderwijs waarbij geen onderwijsinspectie te pas komt, wel voordelen heeft.

De steinerscholen wisten maar al te goed dat het aanvaarden van overheidssubsidies bepaalde voorwaarden met zich mee zou brengen. Men heeft die aanvaard. Iedere school heeft de keuze om zich te schikken naar de voorwaarden van de overheid als geldschieter of zelf de nodige middelen bijeen te sprokkelen om ‘te doen wat ze wil’. In het laatste geval is de consequentie dat men als privéschool zelden een spectaculaire groei zal doormaken. Een voorbeeld daarvan is de Sudburryschool in Schaarbeek waar al jaren zonder overheidsteun wordt gewerkt. De school telt slechts een handvol leerlingen. Er zijn nu eenmaal niet zo veel ouders die hun kinderen in een niet-erkende of niet-gesubsidieerde school willen onderbrengen. In Nederland en België samen bestaan slechts twee ‘staatsvrije’ steinerschooltjes (Anfortas en de Werfklas) die principieel vasthouden aan de vrijheid van onderwijs en geen overheidssubsidies aanvaarden. Succesvoller is in Nederland het Iederwijsonderwijs, dat in minder dan tien jaar tijd zonder bekostiging door de overheid twaalf scholen uit de grond stampte. Dit ondersteunt de idee dat voor ouders die een specifiek onderwijs voor hun kinderen wensen wel degelijk een aanbod kan worden gecreëerd. Het project Iederwijs ondergraaft wel de stelling dat de staat ouders een bepaald onderwijs opdringt. Ter informatie: de Nederlandse overheid stelt strengere voorwaarden aan scholen dan de Belgische.

In België is het zelfs mogelijk om als school afwijkende ontwikkelingsdoelen, eindtermen en leerplannen te gebruiken (joodse en steinerscholen). Hoeveel vrijheid wenst men eigenlijk? En waarom zou de gemeenschap die vrijheid moeten financieren?

De schoolvoucher of leercheque

M. Storme ziet voor de problemen in het onderwijs de perfecte oplossing in de ‘schoolvoucher’. Dat is een soort opleidingscheque of leerbon die ouders van de overheid ontvangen en die ze vervolgens kunnen spenderen aan het door hen gekozen onderwijs. Het principe is zo gek nog niet en is als ik het goed heb in België gepromoot door Jos Verhulst. Met de schoolvoucher zou men scholen kunnen inrichten, geschoeid op de leest van de ons bekende kunstacademies. Dit wil zeggen dat ouders zelf een onderwijspakket voor hun kinderen kunnen samenstellen en dat pakket dan betalen met de schoolvoucher. Een school (of leraar) die kwalitatief sterk onderwijs aanbiedt, ontvangt veel cheques en kan eventueel uitbreiden, wie slecht onderwijs aanbiedt … De kern van de zaak is dat de schoolvoucher de vrije concurrentie in het geestesleven zou bevorderen. Nu wordt een school die slecht onderwijs aanbiedt gewoon doorbetaald. Met het systeem voucher zou die school (onderwijzer) uiteindelijk zonder leerlingen vallen, omdat ouders gemakkelijker van school (onderwijzer) zouden kunnen veranderen.

Of het een verbetering van de vrijheid van onderwijs en de vrije schoolkeuze voor ouders zou betekenen, valt te betwijfelen. De voorstanders van de schoolvoucher putten hun hoop volgens mij uit het gezegde ‘een goed product verkoopt zichzelf’, waarbij ze vergeten dat we in een tijd leven waarin producten vooral ‘vermarkt’ worden. En dat is niet alleen zo op commercieel vlak. Ook scholen gebruiken marketing. Vooral de methodescholen onderscheiden zich hierin en werven leerlingen door gebruik te maken van wat hen van regulier onderwijs onderscheidt. Er zijn nu al scholen die zich gewoon laten labelen als methodeschool om ouders die voor alternatief onderwijs kiezen over de streep te trekken (bron). Als die ouders dan in de toekomst ook nog eens een cheque meebrengen, verwacht ik nog meer marketing, zelfs misleidende reclame.

Het principe van de schoolvoucher is het overwegen waard, maar in de huidige onderwijsstructuur zie ik meer in een systeem van schoolevaluatie door ouders. Meneer Storme sprak toch over de macht afstaan aan de burger?

Print Friendly
facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *