Dichterlijk  Kortverhaald Fragmentarisch Schots & scheef

Stiefpa of de violerende vader

De jongen was net zes geworden, de leeftijd waarop de voorkeur van een kind voor de moeder, die het zorgzaam heeft gekoesterd, omslaat in een mateloze bewondering voor de vader. Het kind gaat nu met vader op pad en verkent de wijde wereld. Maar bij deze jongen ging het toch even anders.

Vader onbekend, moeder aan de drank gewend, dus kindje niet verwend. Er was geen vader om mee op pad te gaan.

Nu ja, er was wel een stiefvader...Maar wat voor één. Stiefpa Roger had nooit tijd. Die moest centjes verdienen en dat deed hij door violen te bouwen. Stiefpa was gek op violen. Hij kon geen viool zien zonder een poging te wagen ze in handen te krijgen. Violen bouwen...dat was nog eens een vak apart, overigens tot in de details beheerst door stiefpa. Nu niet dat hijzelf zo fijnbesnaard was, allesbehalve. Als het niet was dat hij zich in een delirium tremens benaderende toestand van dronkenschap bevond, dan werd dat meer dan ruimschoots gecompenseerd door zijn onaangekondigde en van abnormaal hoge adrenaline-opstoten gepaard gaande driftbuien. De Roger bracht leven in de brouwerij...en ja...de brouwerij leefde grotendeels dankzij figuren zoals hij.

Dat van die dronkenschap en die driftbuien stond overigens niet geheel los van mekaar. ‘De alcohol in zijn bloed maakte hem agressief, maar als hij niet in de mogelijkheid was om te drinken werd het ontbreken van alcohol in de bloedbaan ‘goedgemaakt' door een even grote hoeveelheid adrenaline,' aldus redeneerden de hooggeschoolden van de familie. Dat waren in dit geval twee nonkels en een tante die de ‘volledige' lagere school hadden doorlopen en bij de weinigen, misschien wel enigen in de familie, behoorden die het lezen en schrijven machtig waren. Het spreekt voor zich dat in gevallen van buitengewone complexiteit - zoals het geval stiefpa - zij voor de overige familieleden als toonaangevende autoriteiten inzake adviesverlening optraden...met als specialiteit vooral het vormen van een oordeel met bijbehorend vonnis. In het geval van ‘het drankorgel', zoals ze hem plachten te noemen, was alles al klaar en duidelijk vanaf het eerste jaar dat hij zich in de familie had genesteld, zodat het verdict niet lang uitbleef: ‘De Roger zit in een ‘vieze cirkel' en heeft bovendien een totaal gebrek aan fijnbesnaardheid. Er bestaan instellingen voor zulke mensen.'

Gebrek aan fijnbesnaardheid was echter niet meer te bespeuren als er jonge, knappe vrouwen in de buurt waren. Stiefpa had een zwak voor vrouwen, ongeacht de leeftijd. Alhoewel... hoe lager de leeftijd, hoe zwakker hij werd.
In die momenten van adoratie voor het vrouwelijk schoon twijfelde hij nooit, haalde fier als een pauw zijn instrument boven en spaarde tijd noch moeite om het vrouwvolk naar ongekende hoogten te voeren. Dit tot grote spijt van zijn echtgenote, die voor de resterende tijd - en dat was nogal wat - deelgenote was van de laagten van zijn ellendige bestaan, hetgeen tevens de oorzaak van haar - zoals zijzelf het noemde - ‘klein drankprobleempje' was. In vergelijking met stiefpa was deze kleine karakterzwakte inderdaad te verwaarlozen. Zíj kroop niet op handen en voeten naar huis, zoals stiefpa dat deed na een nachtje boemelen. Daar werd in het begin al wel eens sarcastisch om gelachen in in het genre van: ‘Kijk, hij is zijn contactlenzen aan het zoeken!' Maar na vierenzeventig keer begon dat te vervelen en maakte de spot plaats voor medelijden. Hoogstens af en toe nog eens: ‘Er zit iets voor de deur...Laat iemand het even binnen?' Dan duurde het altijd een tijdje vooraleer iemand zich opofferde om de deur te gaan opendoen. Stiefpa kon namelijk geweldig zagen. Fenomenaal zagen. Als hij een zaag spande was dat niet om één of twee bomen om te doen. Neen, dan sneuvelde een heel bos. Nadien had iedereen een kater ...behalve hij. Stiefpa was het gewend om zichzelf bezig te horen en was voor zijn eigen gezaag immuun geworden. Het was niet altijd rozengeur en maneschijn. Eigenlijk bijna nooit.

Wat niet wil zeggen dat het gezin geen goede momenten kende. Er was bijvoorbeeld die keer dat stiefpa in een periode dat ze al enkele maanden financieel op het tandvlees zaten, plotseling met een voor hem niet gebruikelijk stralend gezicht de woonkamer binnenstapte en met veel vertoon verkondigde dat hij een aardig sommetje had weten te verdienen. Dat was voor iedereen nog leuker dan de komst van Sinterklaas, want die zagen ze zeker ieder jaar wel ergens terug, wat met geld niet het geval was. Binnenkomend geld...daar zat minder regelmaat in. De verrassing was dan ook altijd des te groter. Dan moest er eerst eens goed uit eten worden gegaan, alles erop en eraan. ‘Geld...dat moet rollen,' was de leuze van stiefpa. En omdat er de voorbije maanden niks was om te laten rollen, zorgde hij er wel voor dat dat nu eens zo goed gebeurde. Familie en vrienden werden uitgenodigd om het kleine kapitaaltje - dat zou verdiend zijn aan de verkoop van een half dozijn violen - niet de kans te geven een vaste stek te verwerven in één of andere binnenzak of geldbeugel.

Er werd geschranst en gedanst...geschrokt en geslokt ...maar vooral veel gedronken, of beter...heel veel gezopen. Het was groot feest, de voorbij maanden van onzekerheid en de eindjes aan mekaar knopen, waren in een mum van tijd vergeten. Gisteren, dat bestond niet meer. Vandaag moest je leven. Alleen dat ene zinnetje dat stiefpa die dag keer op keer herhaalde en dat er voor zorgde dat de kinderen - maar vooral de zesjarige - een bang voorgevoel kregen: ‘Eet jullie buiken maar goed rond, want jullie zullen je energie nog hard nodig hebben.' En dat hij gelijk had, bleek nog diezelfde dag.

Na de braspartij heeft de hele familie de hele avond en een groot deel van de nacht lopen zoeken naar de trouwe vriend van de kinderen: een Engelse Basset die luisterde naar de naam Bas. Een hond die zo mak was als een lammetje en door zijn forse bouw vaak de indruk wekte groter te zijn dan hij in werkelijkheid was. Echter alleen als hij met zijn korte poten in niet al te diepe plassen stond...die dan op hun beurt dieper leken dan ze waren. Bas was een grappige verschijning, maar nu verscheen, ondanks het zoeken tot in de vroege uurtjes, de hond niet meer op het toneel...zodat stiefpa - die overigens niet al te enthousiast mee had gezocht - tot de conclusie kwam dat Bas was weggelopen. De kinderen wisten dat dit het einde van de zoektocht betekende. Stiefpa's conclusies werden nooit in twijfel getrokken. Onderling smoezelden de kinderen dan wel eens wat en deze keer ging dat over het hondenhok. Dat bleek ook verdwenen te zijn. Bas was in grote mate begiftigd met een voor jachthonden uitzonderlijke intelligentie, maar om nu het hok waaraan hij met een ketting vastlag mee te sleuren. Neen...dat konden de kinderen niet geloven. Zo slim en sterk was Bas niet. Er moest iets anders zijn gebeurd. Het vermoeden rees al snel dat het door stiefpa verdiende kapitaaltje afkomstig zou zijn van de verkoop van de hond en zijn hok. Als dat de waarheid bleek te zijn, dan was discussie met stiefpa ten zeerste af te raden en daarom besloten de kinderen naar Belgische gewoonte de zaak in de doofpot te stoppen. De volgende dagen was Bas het onderwerp van menig gebed. Meestal werd er gewenst dat de hond het nu beter zou hebben dan voordien, wat bijna niet anders kon zijn.

Het huis van stiefpa was niet bepaald een paradijs voor honden...of andere huisdieren. Zo had de jongste vaak gedacht dat de hond uiteindelijk zou sterven van te veel denken. Die gedachte had zich in het brein van de jongen ingekapseld toen hij een keer in één of ander grappig radioprogramma had gehoord dat er een Mechelse Herder was gestorven omdat het dier dacht dat het eten ging krijgen.
Uit de gedachte dat Bas nu waarschijnlijk in goede handen was, putten de kinderen de kracht om hun verdriet om hun trouwe vriend te overwinnen en bedachten dat de hond in elk geval een beter lot was beschoren dan hun vorige hond: Seth. Een pracht van een Ierse Setter...althans voor het ongeval. Nu ja...een ongeval kon je het niet echt noemen. Het was eigenlijk een vergetelheidje van stiefpa. Die had namelijk niet beter geweten dan de hond, als het gezin tijdens de zomervakantie in de tuin een barbecue organiseerde, vast te binden aan de trekhaak van de wagen...Zo kon iedereen in alle rust, zonder bedelende hond aan tafel, zijn portie verorberen. Zo gebeurde het dat stiefpa op een avond, na één van die zomerse barbecues, besloot om nog vlug even over en weer naar zijn broer, die een vijftal kilometer van hem vandaan woonde, te rijden. Doch in zijn haast en omdat het al donker was, maar vooral door de alcohol die door zijn aderen stroomde, vergat stiefpa dat de hond nog aan de trekhaak was vastgebonden. Hoe hard Ierse Setters dan wel kunnen lopen...op een gegeven moment bereiken ook zij de voor hun ras genetisch bepaalde snelheidslimiet. Dat was voor Seth niet minder het geval. 's Morgens vond men het dier in haveloze toestand achter de wagen van stiefpa. Vol schaafwonden, weggerukte huid en de poten afgesleten van het remmen, zodat als vader honderd in plaats van tien kilometer had moeten rijden, de hond waarschijnlijk van een Ierse Setter in een Teckel zou zijn veranderd. Al had dat toch heel weinig veranderd aan het hele gebeuren: Seth was dood. Stiefpa vergat al eens wat.

Behalve zijn stamkroegen, die sloeg hij niet over. Net zoals de pinten bier die hem werden aangeboden. Dààr was hij dan wel weer consequent in. Uiteindelijk is het dan ook zijn dood geworden. Niet dat de drank de officiële doodsoorzaak bleek te zijn...dat niet. Maar hij had er wel mee te maken. Die waarheid wilde moeder niet horen. Volgens haar zou stiefpa nog hebben geleefd als men toen de airbag al had uitgevonden, zodat het ongeval dat zijn dood veroorzaakte niet te wijten is aan de meer dan drie promille alcohol die de artsen in zijn bloed constateerden...maar wel aan de laksheid van de wetenschappers...en de trage evolutie van de wetenschappelijke ontdekkingen die uit die lakse houding voortvloeide.

‘Neen, onze Roger reed zelfs met een dubbele delirium tremens nog als de beste,' verkondigde moeder aan allen die het wilden horen.

Hoe het ook zij, die dag reed hij niet als de beste. De dag was nochtans goed begonnen. Hij was vroeg opgestaan om enkele violen bij klanten te gaan afleveren en had de intentie om zich strikt aan zijn schema te houden. Al na de eerste bestelling bleek dit niet haalbaar. Tussen de plaats waar hij zijn eerste lading en de plaats waar hij de tweede moest leveren...lag geen enkel café op zijn weg. Dorstig als hij op dat moment was, leek het hem gegrond een kleine wijziging in het schema door te voeren. Daarvoor was hij ook al wel dorstig, maar moest bij gebrek aan centen wachten om een café binnen te gaan...tot hij ‘handje contantje' het bedrag voor zijn eerste bestelling had ontvangen. Stiefpa wijzigde dus het routeschema in die zin, dat zijn favoriete herberg op de weg die naar zijn volgende klant leidde, zou liggen. Dat was niet echt moeilijk...en zelfs al zou het moeilijk zijn geweest, zou stiefpa de moeite er voor over hebben gehad.

‘De Roger...lang is hij niet binnen geweest,' aldus de meeste getuigen achteraf, overigens allemaal notoire drinkebroers. De tijd vliegt als je plezier hebt.

‘Eén of twee pinten...hooguit drie...meer niet,' beaamde de uitbater.

Voorbijgangers legden verklaringen af, tegengesteld aan die van de aanwezigen in het café. Na de autopsie in het ziekenhuis gaven de bloedtesten de doorslag.
Nochtans hadden de stamgasten niet helemaal ongelijk. Hij was vlug even binnen geweest en even vlug weer buiten...maar dan westen. Niet verwonderlijk dat hij toen hij uit het café kwam, een klop van de hamer kreeg.

‘Ik moet hier weg, de lucht is hier ongezond,' mompelde hij meer tegen zichzelf dan tegen één van de buren van de cafébaas, die toevallig de stoep aan het vegen was. Dat waren de laatste woorden die men hem hoorde spreken.

Hij stapte in zijn bestelwagen, startte, draaide de weg op, maar had helaas niet gezien dat er een veertig ton zware vrachtwagen aan kwam rijden met een snelheid die de bestuurder geen elke mogelijkheid liet om een aanrijding met de bestelwagen te vermijden...zelfs al had hij de remmen volledig toegegooid. Er volgde een oorverdovende knal waarin het geluid van krakend metaal en brekend glas de overhand had. De bestelwagen werd samengedrukt als een harmonica...maar de muziek die eruitkwam was die van tientallen violen die onder het gewicht van de vrachtwagen werden versplinterd. Ergens tussen die violen zat stiefpa, die door een ogenblik onoplettendheid en driekwart bak bier zijn eigen doodvonnis had getekend. Het was een verschrikkelijk zicht. De tot wrak omgetoverde bestelwagen leek door het reusachtig aantal vioolsnaren die erlangs alle kanten uithingen op een ontplofte piano. Snaren waar je maar kijken kon. Het duurde uren eer de brandweerlui stiefpa uit het wrak hadden gehaald. De snaren zaten rond zijn nek, armen, benen en romp. Kortom, ze zaten overal. De brandweerlui waren dan ook verplicht om met een ongekende virtuositeit tewerk te gaan. Bij elke beweging die ze met stiefpa maakten leek het of ze de vijfde van Beethoven gingen spelen. Had stiefpa het allemaal kunnen zien... hij had er waarschijnlijk de nodige commentaar op gegeven. Dat kon hij goed, commentaar geven. Maar stiefpa zag en zei niets meer. Stiefpa was dood. Het doek was gevallen. Hij stierf zoals hij had geleefd: ingewikkeld.

Aan de toog was zijn plaats vrij vlug door iemand anders ingenomen en gemist werd hij blijkbaar niet. Noch door kennissen, noch door zijn familie. Niet verwonderlijk, in een toekomst met hem zat toch geen muziek.
En de jongen van zes? Die miste stiefpa ook niet, want stiefpa's vrijgekomen plaats in huis werd - net zoals in de kroeg - vrij vlug door iemand anders ingenomen. Een zelfde stiefpa...die ook nooit naar de jongen omkeek, zodat er voor hem eigenlijk niet bijster veel veranderde. Uitgezonderd dat de jongen vlug begreep dat de wereld voor hem geen vader in petto had...en hij sindsdien de blik dan maar naar boven richtte.

 

 

Terug naar het Schrijverke

 

Het Schrijverke