|
|
Klachten
Advocaat maant school aan om te antwoorden (2006)
Brief van de advocaat van de familie De Jonghe Verachtert aan het schoolbestuur van de Leuvense steinerschool de Zonnewijzer.
Geachte,
Ik heb de eer u te kunnen meedelen geraadpleegd te zijn door de heer Verachtert Ramon die mij is komen spreken over zekere problematieken die zich in het voorbije schooljaar 2005 hebben voorgedaan betreffende zijn kinderen die in uw onderwijsinstelling school liepen, alsmede over de huidige nasleep hiervan.
In feite bevat huidig schrijven drie vraagstellingen naar uw instel-ling toe.
1. U weet dat mijn cliënt uiteindelijk na lang overdenken en in overleg met zijn echtgenote, het besluit had genomen om zijn kinderen aan een andere school toe te vertrouwen, nadat voorafgaandelijke testen door CLB werden afgenomen betref-fende hun schoolrijpheid.
Het is in het kader van deze bezorgdheid dat mijn cliënt mij o.m. verzoekt om met uw onderwijsinstelling in contact te treden. Hijzelf heeft de vrees, gezien een eerder bijzonder negatieve evolutie op vlak van communicatie sedertdien, dat hij mogelijker-wijze geen enkele voldoening zal bekomen op zijn vraagstelling.
Cliënt vraagt aan uw onderwijsinstelling kopie van twee bijzondere gegevens met betrekking tot zijn kinderen, namelijk het “leerlingvolgsysteem” en het “zorgdossier”, en dit voor elk jaar dat zijn kinderen in uw onderwijsinstelling hebben school gelopen.
Mag ik er op rekenen dat u mij de gevraagde kopieën spontaan en binnen een termijn van 10 dagen toezendt en alleszins vóór het begin van het kerstverlof.
2. Zoals hiervoor gesteld, is mijn cliënt bijzonder begaan met het welzijn van zijn kinderen en had hij naar aanleiding van concrete vaststellingen het zich veroorloofd om hierover openlijk vragen te stellen. Het betreft de door hem gemelde feiten en vragen, waarvoor ook kan worden verwezen naar de geschriften die hierover reeds werden gewisseld.
Mijn cliënt stelde hierbij vast, niet geheel ten onrechte, dat uw instelling in haar antwoorden wel reageerde, maar uiteindelijk niet echte antwoordde op de eigenlijke vragen.
Het betreft het volgende, gesteund op concrete feiten :
- een essentiële vraag met betrekking tot het vastgestelde fysieke en/of verbale geweld om kinderen tot de orde te roepen,
- het ongemerkt verdwijnen van kinderen tijdens de lesuren inge-volge een afwezig of een gebrekkig toezicht,
- een vastgestelde willekeur inzake het toepassen van leefregels,
Deze thema’s zijn ook aan bod gekomen in een open brief aan de schoolgemeenschap, maar ook dit werd nooit concreet beant-woord door de school.
Alsnog vraagt cliënt, thans via mijn bemiddeling, dat hierop zou worden geantwoord en waartoe ik u bij deze vriendelijk, maar formeel uitnodig.
Het betreft op feiten gesteunde vragen waaraan de nodige aan-dacht dient besteed, in het algemeen belang en vooral in het belang van de schoolgemeenschap zelf.
3. Sedert de publicatie van zijn open brief werd het “viseren”, eerst van zijn kinderen in uw schoolgemeenschap, vervolgens het “mijden” der ouders zeer reëel aangevoeld.
Zoals u weet kent mijn cliënt de leer en overtuiging zeer goed zoals die leeft binnen de Steinergemeenschap zelf. Echter uit de mij ter beschikking gestelde stukken blijkt dat hij in feite en uiteindelijk een uit uw gemeenschap “verbannen” persoon is geworden.
Cliënt stelt ook dat er daarnaast een negatieve ontwikkeling zich heeft voorgedaan op het vlak van communicatie met leden van deze gemeenschap. Deze negatieve ontwikkeling wordt gevoed door een geruchtenstroom waarbij zijn gehele gezin in een kwaad of slecht daglicht wordt geplaatst en waarbij ouders, behorende tot uw gemeenschap, zouden worden verzocht om hun sociale contacten met mijn cliënt en zijn gezinsleden, hetzij af te breken, hetzij minstens serieus terug te schroeven.
Zelfs indien dit maar een loutere geruchtenstroom zou zijn of een subjectief aanvoelen van mijn cliënt, terwijl hij toch concrete getuigenissen hierover heeft, meen ik toch te kunnen stellen dat zulk ondermijnen van sociale omgang reeds vanuit menselijke standpunt onmiddellijk dient bestreden en elke medewerking hieraan dient te worden onthouden of te worden gestopt.
Huidig schrijven dient geenszins te worden beschouwd als verwijtend, maar is wel een verzoek om dit niet onbelangrijke gegeven toch eens nader te onderzoeken.
Ik reken dan ook op een passend antwoord, alsmede op het toezenden der stukken zoals gevraagd onder punt 1.
Met dank voor de aandacht aan dit schrijven voorbehouden, en groet u,
__________
|