‘Ik vraag me als grootouder van kinderen die naar een steinerschool gaan af wat eigenlijk de bedoeling is van zo’n school. Zowel ik als mijn man gaan er in ieder geval vanuit dat een kind op school tenminste de basisvaardigheden lezen, schrijven en rekenen mag verwerven en een goede werkhouding ontwikkelt. Aan de hand van wat ik bij mijn kleinkinderen kan zien besteedt men daar in de steinerschool niet al te veel aandacht aan.
Je hoeft geen onderwijsdeskundigen te zijn om te zien dat er in de praktijk van de steinerschool een en ander scheelt. Mijn kleinkinderen doen in de steinerschool eigenlijk meer poetscorvee dan dat ze effectief met gericht taal- en rekenonderwijs bezig zijn. Dit is voor mij de verklaring voor het feit dat een van hen na vier jaar steinerschool zo goed als niet kan lezen of schrijven. Hierover een gesprek beginnen met de leraren is zinloos, dat heeft mijn man al geprobeerd. ‘Niet voor rede vatbaar’ klonk het toen hij thuiskwam.
Ik en mijn man hebben toen besloten om ons kleinkind zelf te leren lezen en schrijven. Aan de hand van leeftijdsgerichte werkboekjes werd op korte tijd heel wat vooruitgang geboekt. Stilaan onderscheidt ons kleinkind enkele en dubbele klinkers in een woord. Na op taalgebied zo goed als niets te hebben geleerd, is dat een geweldige vooruitgang. Aan de leerkracht is het niet te danken; die laat maar begaan. Een houding die mijn kleinkinderen trouwens hebben overgenomen; Als je ze naar schoolwerk vraagt, klinkt het steeds: ‘Pfff, niet belangrijk.’ Huiswerk hebben ze dan ook zelden of nooit en als ze al eens werk mee naar huis krijgen, bestaat dat meestal uit het (af)maken van een tekening.
Zo wordt lesgeven natuurlijk gemakkelijk: je doet maar wat. Ik weet één ding: dat is dat de leraren van mijn kleinkinderen eigenlijk betaald worden om te doen wat ik en mijn man nu doen, namelijk kinderen leren lezen en schrijven. Is dat niet de taak van een school? ‘
Men kan zich inderdaad terecht die vraag stellen.