Vieze neger?
‘Je bent een vieze neger’ en ‘Jij bent er alleen maar om stront op te ruimen’. Dat is wat een leerling op een middelbare steinerschool twee jaar lang dagelijks van medeleerlingen te horen kreeg. Toen de jongen uiteindelijk de moed had om zijn klastitularis aan te spreken om haar te vragen waarom er niets aan discriminatie wordt gedaan, antwoordde die:
‘Je begrijpt toch wel waarom wij hier niets aan discriminatie doen. Er zitten hier op school verder geen buitenlandse kinderen zoals Marokkaanse en andere donkere kinderen. Die kinderen hun ouders leven meestal van een uitkering en kunnen de steinerschool niet betalen. ‘Voor de jongen was dit gesprek erg traumatisch, in die mate dat toen hij volledig overstuur naar huis reed, hij zijn fiets aan een druk kruispunt wegsmeet en zijn moeder belde om haar te zeggen dat hij zich voor een auto ging gooien. Volgens de moeder was het geen loos dreigement. ‘Het scheelde niet veel of hij zou het gedaan hebben. Hij was echt ten einde raad,’ zegt de moeder.
Toen ze de kwestie met de schoolarts besprak, schrok ze zich te pletter. De schoolarts kwam namelijk met dezelfde argumenten als de klastitularis: er hoefde aan racisme en discriminatie niets te worden gedaan. Omdat de moeder er geen vertrouwen meer in had dat het conflict vanuit de school zou kunnen worden opgelost, deed ze van het gebeurde aangifte bij de politie. Zowel de daders als de klaslerares die hen in bescherming nam, werden door de politie verhoord en hebben het verhaal van de moeder en de jongen bevestigd.
Vorige week (5/9, 10/9 en 16/9) is hier ook al een en ander over racisme geschreven. Het ging dan over de 100 jaar oude rassenleer van Steiner en welke plaats die in de antroposofie inneemt. Dit verhaal toont echter hedendaagse praktijk. Een verband? Moeilijk te zeggen. Mijn eigen ervaring leert me dat op steinerscholen vrij veel gediscrimineerd wordt, maar dat dit niet specifiek betrekking heeft op rassen. Als het op dicriminatie aankomt is men op steinerscholen heel consequent: iedereen die van een bepaald ideaalbeeld afwijkt, krijgt dezelfde behandeling. Of dat nu homoseksuelen, moslims, atheïsten, alleenstaande moeders, joden, prostituees, academisch geschoolde wetenschappers, materialisten, new agers, Amerikanen of Afrikanen zijn, maakt niet zo veel uit: ze worden geoordeeld.
Zo vond ik bijvoorbeeld in het internettijdschrift de Brug een artikel waarin vanuit antroposofische zijde wordt geprobeerd enig begrip voor homoseksualiteit op te brengen. Als ik dan onderstaand citaat lees, vraag ik me af of dit wel gelukt is en het eigenlijk niet weer de zoveelste slag in het gezicht van homoseksuelen is.
Maatschappelijk gezien worden homo’s helemaal gelijkgesteld met hetero’s. Ze mogen trouwen en binnenkort zelfs kinderen adopteren. Toch blijven ze zich gekwetst voelen, en hun eisen en beschuldigingen hebben inmiddels zo”n gewicht gekregen dat ze een bedreiging zijn gaan vormen voor de vrije meningsuiting. Wie hen daarop durft te wijzen krijgt de volle lading. Moeten we ons niet de vraag stellen of het homoseksuele lijden misschien nog een andere, diepere oorzaak heeft dan die discriminatie? En ligt die oorzaak niet ook bij de homoseksueel en zijn homoseksualiteit? Dat is de vraag die in het hele debat rond homo-discriminatie niet meer gesteld wordt en ook niet meer gesteld mág worden. Sprak het vroeger vanzelf dat homoseksualiteit iets abnormaals was, dan wordt het vandaag even vanzelfsprekend als iets volkomen normaals beschouwd. Van deze simpele omkering verwacht men de oplossing van alle homoseksuele problemen, maar het begint er steeds meer naar uit te zien dat de remedie erger is dan de kwaal. Wordt het dus geen tijd dat we die vanzelfsprekendheden doorbreken en de vraag stellen naar de ware aard van de homoseksualiteit?
De remedie erger dan de kwaal? Welke kwaal?
Ramon DJV