Eindtermendebat – #eindtermen onsonderwijs.be

Van LeRensbelang, een groot maatschappelijk debat over onderwijs georganiseerd door de Vlaamse minister van Onderwijs en het Vlaams parlement, heeft een kritische repliek van me op het voorstel van de Federatie van Steinerscholen (van de hand van antroposoof Hans Annoot, beleidsmedewerker bij de federatie) om de eindtermen te reduceren, gepubliceerd. De tekst is hieronder integraal te lezen.

De steinerschool en haar streven om niemand verantwoording te hoeven afleggen

Er is weer een groot onderwijsdebat over de eindtermen1 aan de gang en zie, de antroposofische (school)beweging probeert weer te imponeren door de filosofische toer op te gaan. Dit kan dan misschien indruk maken op onderwijskundigen die voornamelijk met didactiek en pedagogiek bezig zijn, maar wie binnen zijn vakgebied (onderwijs) blijft en zich niet laat verleiden om een louter filosofische of semantische discussie te gaan voeren, zal snel merken dat steinerpedagogen niet zo veel gewicht in de schaal kunnen leggen dan ze graag doen uitschijnen. Ze leiden gewoon de gesprekspartner naar weinig bekend of onbekend terrein en proberen hem daar te overbluffen.2

Antroposofen zoals Hans Annoot voeren geen gesprekken van onderwijskundige tot onderwijskundige, maar wel van antroposoof tot onderwijskundige. Een bekend antroposofisch tijdschrift maakte in 2008 aan de hand van teksten van Rudolf Steiner nog duidelijk hoe afwijzend steinerpedagogen tegenover reguliere onderwijsmensen dienen te staan.3 Voor academici kan het lijken alsof iemand zoals Annoot het over pedagogiek heeft, in werkelijkheid is hij antroposofie aan het uitdragen met gebruikmaking van gangbare begrippen. Kwestie van schrander over te komen, maar een onderwijskundige die zich niet laat vangen door Annoot en konsoorten doorprikt de antroposofische ballon binnen de kortste keren.

Ook in de naar voor gebrachte argumentatietekst naar aanleiding van het debat over de eindtermen is de tendens van antroposofen om aan salonfilosofie te doen weer merkbaar. Vanaf de eerste zin leidt Annoot de lezer al richting mistbank. Annoot, als woordvoerder van de Federatie van Rudolf Steinerscholen in Vlaanderen, vindt het zogenaamd goed dat over onderwijs in een democratische samenleving wordt nagedacht. Dat is sterk, want het antroposofen beschouwen de westerse democratie als onwerkzaam. Tenminste in de gangbare betekenis. De antroposofische doctrine waarop de steinerscholen zich baseren ademt zonder mee een anti-democratische geest uit.4 5Niet voor niks is in de jaren 90 in de afwijkende eindtermen voor de steinerscholen basisonderwijs het volledige onderdeel ‘verkiezingen als basis van het democratische gebeuren’ geschrapt.6

En vanuit het internationale hoofdkwartier van de steinerscholen klinkt de anti-democratische boodschap ook. In 2012 kwam Florian Oswald, internationaal leider van de pedagogische sectie van de antroposofische scholen, dit nog in de Antwerpse steinerschool De Es verkondigen tijdens een lezing: ‘Democracy never works, it always means war.’7 Ook op de school waar mijn kinderen schoolliepen, verkondigde steinerpedagoog Mia Vansintjan, zuster van de voorzitster van de Federatie van Steinerscholen in Vlaanderen, de boodschap dat ‘er maar één de baas kan zijn’. Dit ‘ er kan er maar één de baas zijn’ – in eerste instantie gebaseerd op Steiner zelf 8– hangt nauw samen met een van de stokpaardjes van de steinerscholen, de vrijheid van onderwijs.

Wat verstaan steinerscholen onder die vrijheid? Onder andere dat ‘het geestesleven vrij moet zijn; dat de school zichzelf moet kunnen besturen; dat de leraar geen ambtenaar, maar zijn eigen heer en meester moet zijn en dat niet door onderwijsautoriteiten, door directeuren, schoolinspecties, maar door zijn eigen rechtstreekse verbinding met het geestesleven de leraar zijn eigen heer en meester is…’. In andere bewoordingen: geen inmenging van buitenaf, op geen enkele manier. Dus ook geen inspectie die komt kijken of het onderwijs voldoet.

Problematisch in de hier geschetste context is dat uit talrijke inspectiebezoeken is gebleken dat steinerscholen de kwaliteit van hun onderwijs niet zelf kunnen borgen. De middelbare steinerscholen in Vlaanderen voldoen volgens onderwijsinspectie op dit ogenblik zelfs niet aan de gestelde vereisten, voornamelijk wat de cognitieve vakken betreft. Zonder maatschappelijke interventie – in dit geval de adviezen van de inspectie – zouden de steinerscholen nog dieper in het moeras zinken.

Niet verwonderlijk dat Annoot pleit voor een ‘reductie’ van de eindtermen – liefst zou hij ze zien verdwijnen – zodat de steinerscholen tenminste verlost zijn van – wat de steinerscholen aanvoelen als – de bevoogding door de inspectie. Want die inspectie zou door het ontbreken van eindtermen geen instrument meer hebben om hun controles uit te voeren. Liever nog zouden de steinerscholen totale onderwijsvrijheid hebben in de zin dat de leraar ‘heer en meester’ is in zijn klaslokaal. Toch wel zeer simplistische voorstelling van hedendaags onderwijs. Misschien dat dit nog opging in de tijd dat de dorpspastoor- of onderwijzer zich op zijn eentje bekommerde om de kinderen van de parochie en al blij was dat hij ze een beetje kon leren lezen, schrijven en rekenen, maar in het huidige tijdsbestek is onderwijs meer dan een one-man-show en kan de leeromgeving nog slechts optimaal functioneren bij gratie van een goed georganiseerde en samenwerkende kennismaatschappij. De leraar als een soort alwetende dorpspastoor mag dan wel het model zijn dat – in navolging van Rudolf Steiner – de steinerscholen nastreven,10 11voor de ‘generatie Einstein’ van vandaag voldoet dit niet.

Het is interessant dat de federatie in haar tekst ook refereert naar de rechtszaak die ze medio jaren 90 tegen de Belgische staat aanspande, omdat die zaak er niet alleen toe heeft geleid dat de steinerscholen afwijkende eindtermen mochten gebruiken, maar ook dat de gewone eindtermen dusdanig werden vereenvoudigd dat ze meer onderwijsvrijheid bieden dan die van de steinerscholen. Op het eerste zicht lijkt het vreemd dat de steinerscholen geen gebruik maken van de onderwijstermen die het meeste vrijheid bieden. Een verklaring zou kunnen zijn dat de steinerscholen hun afwijkende eindtermen kunnen gebruiken om zaken waarmee onderwijsinspectie niet zo blij is van tafel te vegen. Onderwijsinspecteurs hebben al werk genoeg om up-to-date te blijven wat de gewone eindtermen betreft, laat staan dat ze ook nog eens de afwijkingen van de steinerscholen moeten opvolgen.

De federatie kan de afwijkende eindtermen naar voor schuiven telkens er commentaar komt op de onderwijskwaliteit door te zeggen dat ze een andere benadering van kwaliteit hanteren. Op deze manier kan de discussie over de kwaliteit van het onderwijs helemaal de mist in gaan. Precies wat de federatie met Annoots argumentatietekst doet. Men maakt er een semantische aangelegenheid van door het gebruik van ruim op te rekken begrippen (kwaliteitskenmerken, kwaliteitsdimensies, kwaliteitsconcepten). Uiteraard is kwaliteit bepalen geen sinecure, maar precies daarom is het belangrijk om instrumenten in te zetten (en verder te ontwikkelen) waarmee de resultaten en het rendement van het onderwijs kunnen worden gemeten. Want rendement en kwaliteit gaan hand in hand en wanneer het rendement niet voldoet, is dat ten koste van de kwaliteit. Antroposofen hebben – om begrijpelijke redenen – echter een aversie tegen meten en wegen. Uit de weinige wetenschappelijke onderzoeken waarbij academici eens de kans hadden de steinerscholen onder de loep te nemen, bleek dat die scholen er bekaaid vanaf kwamen.12 13 14

De federatie wil dan ook niet liever dat de eindtermen rekening houden met verschillende benaderingen van kwaliteit, wat op zich een zeer arbitraire aangelegenheid is. Zij hoopt zo de deur wagenwijd open te kunnen houden voor de manier van werken van haar scholen, waar rendement en resultaat van het onderwijs dan intern en autonoom kunnen bepaald worden door het subjectieve oordeel van een lerarencollege waarin de laagst geplaatsten in de rangorde loyaal zijn aan een select gezelschap. Objectieve criteria hebben in dit systeem geen plaats.
Kortom: een zelfverklaarde elite15 die haar eigen werk beoordeelt.

‘Als wij zelf maar niets loslaten van de voor ons noodzakelijke opvatting dat iedere bijval die wij van een of andere pedagogische kant ontmoeten over wat wij in de Waldorfschule doen, ons eerder treurig dan vrolijk zou moeten stemmen. Wanneer mensen die in de moderne pedagogische praktijk staan ons prijzen, dan moeten we bedenken dat we iets niet goed doen.’

Rudolf Steiner, GA300a

Voetnoten

1. Van LeRensbelang, http://www.onsonderwijs.be

2. Op de uitnodiging van het onderwijstijdschrift Impuls om in debat te gaan over de kritische publicatie Focus op de steinerschool en de daarvan in Impuls verschenen recensie De steinerschool van een andere kant bekeken (H. Vyverman, Impuls, 41e jg., nr. 1, juli-september 2010, p. 47-50) ging de Federatie van Steinerscholen niet in, maar stuurde ze de redactie wel een filosofische propagandatekst.

3. J. Hogervorst, Vrije scholen op de tweesprong – een nadere plaatsbepaling, Driegonaal nr. 1-2 jrg. 30, juni 2008, cit. Steiner GA300a, p.166: ‘Als wij zelf maar niets loslaten van de voor ons noodzakelijke opvatting dat iedere bijval die wij van een of andere pedagogische kant ontmoeten over wat wij in de Waldorfschule doen, ons eerder treurig dan vrolijk zou moeten stemmen. Wanneer mensen die in de moderne pedagogische praktijk staan ons prijzen, dan moeten we bedenken dat we iets niet goed doen .’

4. P. Staudemaier, Between Occultism and Nazism – Anthroposophy and the politics of race in the fascist era, Brill 2014, p.73 ev.

5. Helmut Zander, Rudolf Steiner-Die Biografie, Piper Verlag 2007, p.237-240

6. Hein De Belder, Niet de samenleving, maar het kind, De Standaard 28/01/1998

7. Florian Oswald, voordracht steinerschool De Es, 2 mei 2012

8. R; Steiner, Allgemeine Menschenkunde als Grundlage der Pädagogik, RS Verlag 1992, p.76

9. R. Steiner & M. Boeke, Vrijheid van onderwijs en sociale driegeleding, Nearchus 1990

10. Arnout De Meyere, Opvoeding als sacraal proces, Thema lerarendag steinerscholen 12/10/2011

11 R. De Jonghe, De leraar als heiland, De antroposofische school 13/01/2012, http://www.antroposofia.be/steinerschool/wordpress/de-leraar-als-heiland/

12. J. de Bilde, B. De Fraine en J. Van Damme, Methodescholen in het Vlaams basisonderwijs – een overzicht van onderzoek naar de werking en effecten van methodescholen op basis van SIBO, Centrum voor onderwijseffectiviteit en –evaluatie Onderzoekseenheid Onderwijskunde Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen KU Leuven 2013 (extract)

13. Verboven F & Declerq S, Slaagkansen universiteitsstudenten, KUL 2010 (pdf)

14. H. Steenbergen, Vergelijkend onderzoek steinerscholen en reguliere scholen, RUG 2009 (pdf)

15. Klaus Prange, Zum Einfluss von Religion und Esoterik auf Bildung und Erziehung“, Alibri Verlag, Aschaffenburg, 2005

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

1 comment for “Eindtermendebat – #eindtermen onsonderwijs.be

  1. 03/09/2017 at 9:52 am

    Interessant. CD&V houdt het afschaffen van de afwijkende eindtermen voor steinerscholen tegen.

    ‘Politiek zet onderwijsproject van steinerscholen op de helling

    Het steineronderwijs formuleert als enige methodeschool zijn eigen eindtermen. In het Vlaams Parlement groeit de consensus om daar komaf mee te maken, maar CD&V staat op de rem.’

    Bron: Barbara Moens, De Tijd http://www.tijd.be/politiek-economie/belgie-vlaanderen/Politiek-zet-onderwijsproject-van-steinerscholen-op-de-helling/9927854?newCommentPosted=true#

    Laat nu net die politieke partij groen licht hebben gegeven om in de jaren ’50 steinerscholen te erkennen: https://nl.wikipedia.org/wiki/Vrijeschoolonderwijs#Vlaanderen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *