Rudolf Steiner en de Vrije Scholen

Drie ervaringen en een kritische reflectie

(uit De Katholieke Schoolgids nr.3, mei 2011)

Rudolf Steiner

Onderwijsmensen kennen doorgaans wel Rudolf Steiner, de stichter van de zgn. Vrije of Antroposofische scholen – niet te verwarren met de Europese schrijver George Steiner. Rudolf was van Oostenrijkse afkomst, geboren in 1861 en gestorven in het Zwitserse Dornach, vandaag de dag nog steeds het centrum van de Steinerbeweging. Een ‘verlichte’ geest – filosoof zou ik hem nauwelijks noemen – eerder een occultist. Occultisme wijst op kennis die men krijgt langs een boven- of buitenzintuiglijke weg, waarvoor een bepaalde ‘begaafdheid’ verondersteld wordt; een kennis kortom die door niemand kan gecontroleerd of geverifieerd worden en bijgevolg ook geen enkele wetenschappelijke waarde heeft. Het gaat er om of je de verworven kennis gelooft of niet gelooft, aanvaardt of niet aanvaardt. Daardoor valt de hele discussie rond Steiner uiteen in ‘gelovigen’ en ‘niet-gelovigen’. De literatuur rond Steiner is opgesplitst in boeken voor en boeken tegen hem. Insiders vinden buitenstaanders meestal onbekwaam om de gedachten van de ‘meester’ – zeg maar de ‘goeroe’ – te vatten. Outsiders haken vrij spoedig af omwille van de irrationaliteit van de gedachten en de al te tijdgebonden en vaak lang achterhaalde ideeën en werkwijzen die door de ‘adepten’ hardnekkig in stand gehouden worden.

Eerste ervaring: grootsheid, magie en pracht van het Goetheanum in Dornach

Enkele jaren geleden reisde ik in Zwitserland en kwam terecht in Dornach, tien kilometer ten zuiden van Basel. In Dornach leefde, werkte en stierf Steiner. Hier werd het centrum van de antroposofische beweging gesticht. Alle domeinen waarin Steiner zich verdiepte – de antroposofie, de wetenschappen, de landbouw, de kunst en de opvoeding – zouden hier beoefend en verspreid worden. Het meest in het oog springende op deze campus is het zgn. Goetheanum (want Steiner bewonderde Goethe),  een immens en vreemd gebouw. Op de plaats van het huidige Goetheanum werd in 1913 een eerste Goetheanum opgetrokken, maar in de Oudejaarsnacht van 1922 door onbekenden in brand gestoken. Daarop werd een tweede – het huidige – Goetheanum gebouwd; ditmaal niet in hout zoals het vorige, maar in beton. Als een Feniks herrees het Goetheanum uit zijn as, grootser, machtiger dan het vorige. Een merkwaardig samenspel van bouw-, beeldhouw- en schilderkunst. Het gaat niet om een alleenstaand centraal gebouw, omheen dit hoofdgebouw verrijzen allerlei bijgebouwen, die alle een zekere magie en raadselachtigheid uitstralen. Het is bouwkunst van het hoogste niveau, een schoolvoorbeeld voor architecten, die trouwens in groten getale dit monument komen bestuderen en bewonderen.
Dornach is nog steeds het centrum van de Algemene Antroposofische Beweging die vertakkingen heeft in 78 landen. Het Goetheanum herbergt tevens de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschappen met o.m. een pedagogische afdeling.


Tweede ervaring: harmonie van mens, milieu en kosmos in biodynamische landbouw nabij Limoges

Alweer enige tijd geleden kwam ik bij toeval terecht op een dynamisch-biologische boerderij in het Franse Château-Chervix,  in de buurt van Limoges. We werden er verwelkomd door een Franse geitenboer, die de landbouw bedreef volgens de methode van Steiner. Er waren nog meer bedrijven van die aard in de Limosinstreek, ze steunden er elkaar en konden wederzijds op elkaar beroep doen. Het zijn gemengde bedrijven, wat niet echt hedendaags meer oogt, maar anderzijds niet de aanblik geeft van de samengetroepte kippen, varkens of koeien in onze gespecialiseerde en op consumptie afgestemde landbouwbedrijven. Kunstmeststoffen en bestrijdingsmiddelen worden niet gebruikt; bemesten gebeurt met organische meststof en met speciale preparaten; de oogst is geringer maar kwalitatief beter; er is respect voor milieu en natuur; de producten (groenten, fruit, eieren, kaas, vlees) zijn ronduit lekker. Producten geteeld op een biodynamisch bedrijf krijgen het Demeterlabel, de garantie dat dit een zuiver biologisch geteeld product is.
Zaaien en planten gebeurt op een tijdstip dat de stand van zon, maan en sterren gunstig zijn voor het ontwikkelen van de groeikracht. De landbouwer beschikt over een zaai- en plantkalender die samenhangt met de elementen van de dierenriem. 

Derde ervaring: de Hogeschool voor Opvoedkunst te Zeist

Rudolf Steiner


Ik heb vaak Steinerscholen bezocht, zij het als buitenstaander of als stagebegeleider. Vanuit dat kader was ik geïnteresseerd in een bezoek aan de opleiding voor leerkrachten Steineronderwijs en bezocht ik de Hogeschool voor Opvoedkunst te Zeist. Het niveau dat deze opleiding bereikt op het vlak van beeldende kunsten, woord- en zangkunst is bijzonder hoog. Vreemde talen zijn belangrijk, omdat ze vanaf de prille jeugd worden onderwezen. Vertellen is een basisvaardigheid, omdat dit de ruggengraat vormt van het Steinerleerplan. Hiermee hangt ook geschiedenis en kunstgeschiedenis samen, die de inspiratiebronnen zijn. 

Bordschrift en bordtekenen worden in hoge mate geoefend, omdat het Steineronderwijs zelf werkt met samenvattingen die door de leerlingen eigenhandig worden geschreven. Het bord is daarbij een belangrijk medium. Het vak euritmie is wezenlijk en uniek voor het Steineronderwijs. Euritmie is expressieve danskunst, niet te verwarren met ballet en alleszins niet zo soepel als dit laatste. De buitenstaander ziet voorwaarts en achterwaarts ritmisch stappen, reidans, omzetten van ritmes, klanken, woorden en teksten in beweging. Verpakt in de passende Griekse gewaden kan dit als totaalspektakel best meevallen. De Steineriaan zal dit beschouwen als het ‘oproepen van die vormen die het astraal lichaam aanspreken’. Als niet-Steineriaan bespaar ik mij de moeite om dit te begrijpen.

Rudolf Steiner

Een kritische reflectie

Rudolf Steiner

De tempels die Steiner zelf en zijn volgelingen hebben gebouwd zijn op zijn minst verbazingwekkend. Als je frontaal tegenover het hoofdgebouw van het Goetheanum in Dornach staat, is het alsof je voor een reusachtig monster staat. Je voelt je klein, zeker als je binnengaat en geconfronteerd wordt met de massale – maar mooie – beweging van de bouwlijnen. De bouwstijl roept ontzag, eerbied, gehoorzaamheid op, precies zoals de Barok destijds het imponeren van de katholieke gelovigen tot doel had. Hier wordt onvoorwaardelijkheid gevraagd, geen tegenspraak, en zeker niet tegen de leider.
Veel Steinerscholen karakteriseren zich door een eigen bouwstijl. Zowel gebouw als interieur verraden in hoge mate de aandacht die men aan het artistieke wil geven. En het is ongetwijfeld positief om het kind in een artistiek en esthetisch ‘bad’ onder te dompelen.    


De biodynamische landbouw brengt ongetwijfeld waardevolle producten voort. De harmonie van mens en milieu – en wie weet, zelfs de kosmos? – is een waardevol standpunt. Of de stand van de maan en de sterren het zaad beter doet ontkiemen is een vraag. Nog dubieuzer wordt het als ik de boer bij het begin van de winter een koehoorn met koeienmest zie begraven in het veld om hem na de winter over de velden uit te strooien. In welke eeuw leven we eigenlijk?

 
Op het pedagogische vlak heeft de Steinerschool ontegensprekelijk haar troeven. De kunstzinnige vorming is er ongetwijfeld één van. Dat er gekozen wordt voor klasleerkrachten, die bv. zes jaar (of nog langer) dezelfde groep leerlingen begeleiden is een optie die voor discussie vatbaar blijft. Het heeft voor- en nadelen. Met het vroegtijdig introduceren van vreemde talen in de basisschool scoren de Steinerianen in onze tijd dan weer goed. Hetzelfde geldt voor het vertellen en het aanbieden van verhalen. Ook dat is een sterke kant. In elke klas wordt een specifiek verhalenpakket aangeboden, gaande van sprookjes tot de geschiedenis van Rome. Dat Steiner dat idee rond 1900 opviste van zijn tijdgenoten de Herbartianen doet nu niets ter zake. Feit is wel dat deze opvatting steunt op een verouderde recapitulatiewet die ervan uitgaat dat elk individu in zijn ontwikkeling de evolutie van de mensheid volgt. De Herbartiaanse doctrine met o.a. de idee van de cultuurtrappen is al meer dan een eeuw achterhaald. Zonder de waarde van het verhaal in twijfel te willen trekken, zou ik toch opteren om het onderwijs vast te knopen aan een reële ervaring of belevenis i.p.v. puur aan een denkbeeldig verhaal. Het lijkt mij zinvoller om elke dag te vertrekken van een gegeven uit de fysische of de sociale wereld, dan te vertrekken van een fantasiewereld, want het gros van de verhalen zijn verzinsels. Helemaal fout gaat het, als men fantasieverhalen voor historische waarheden vertelt. Atlantis is toch echt een fabel en geen geschiedenis.  

Rudolf Steiner

In de Steinerschool wordt er met ‘periodenonderwijs’ gewerkt. Dat is een keuze, maar m.i. beter geschikt voor hoger dan voor basisonderwijs. Met het leesonderwijs gaan we dan weer helemaal de mist in. Men vertrekt van het beeld, bv. uit een tekening van een vogel wordt de letter v afgeleid; uit een watergolf groeit de ‘w’; eerst als hoofdletter, dan als kleine letter. Probeer als kind maar eens van ‘bee-aa-el’ het woord ‘bal’ te maken. Het aanvankelijk leesproces duurt dan ook minstens twee jaar. Kinderen blijven wel eens de hele lagere school sukkelen met lezen. Voor wiskunde richt men zich veelal op het rangorde-aspect van de getallen, weliswaar op een actieve en belevende manier. Maar waarom dan de Romeinse cijfers aan de Arabische laten voorafgaan?
Op het intellectuele vlak verliezen kinderen vaak veel tijd in een Steinerschool. Op het einde van hun schoolloopbaan staan Steinerleerlingen gemiddeld anderhalf tot twee jaar ten achter bij hun klasgenoten uit het traditioneel onderwijs. De repliek van de Steinerianen zal hier ongetwijfeld zijn dat ze andere doelen beogen. 

Ja, maar welke? Juist! De antroposofische doelen. Het Steineronderwijs is in wezen een alibi om de antroposofie te verspreiden. Dit is de kern van de zaak. En die antroposofie is voortgekomen enerzijds uit een nog occulter en nog verderflijker Theosofie, een geestesrichting die de naam ‘wetenschap’ niet waardig is; een nevelachtige kennis die ontstaat uit een bovenzinnelijk contact, alleen voor‘bevoorrechten’ en ‘ingewijden’ kenbaar, eigenlijk alleen door een ‘goeroe’ te bereiken. Steiner, die zelf afhaakte bij de Theosofen omdat hij hun ‘inzicht’ niet kon delen dat het Indiase kind Krisnamurti de nieuwe verlosser was, is zelf op drift geslagen met het orakelen van een aantal ‘verlichte’ inzichten, gecombineerd met wat Griekse ‘wijsheden’: de vier bestaansniveaus (stof, plant, dier, mens), de vier lichamen (fysiek, etherisch, astraal, ik), de drieledigheid van de mens (lichaam, ziel, geest). Dat Steiner in zijn tijd geloofde in de vier Griekse temperamenten (cholerisch, sanguinisch, melancholisch, flegmatisch) is nog te begrijpen; dat dit anno 2011 nog leerstof is in de Steinerscholen is complete onzin, laat staan dat men dit systeem nog in de praktijk zou hanteren. 

Er gebeuren ongetwijfeld goede dingen in de Steinerscholen. Het probleem is echter dat de fundamenten niet deugen, oeverloos achterhaald zijn en dat niemand binnen de Steinerbeweging bij machte is geweest zich uit die droomwereld los te maken en resoluut mee te stappen met de vooruitgang van wetenschap en maatschappij. Integendeel, elke kritiek op de Steinerschool resulteerde in een zich dieper nestelen in hun eigen (on)gelijk. Een pertinent foutieve leesmethodiek bv. werd nooit bijgestuurd. Recente ontwikkelingen op het vlak van ICT vinden geen ingang bij Steinerianen, wat de façade ons ook wil doen geloven. Leerboeken zijn uit den boze. 


De hele Steinerpedagogiek steunt op het aannemen van een aantal ‘buiten de zintuigen om’ verkregen’ ‘inzichten’ van één enkele persoon, die we gewoonweg moeten aannemen. Die ‘inzichten’ berusten deels op fantasie, deels op denkbeelden en denkwijzen van het begin van de 20ste eeuw. En dit alles kunnen we Steiner niet eens kwalijk nemen. Steiner vormde bv. met zijn opvattingen over ‘rassen’ en ‘rassenkunde’ (begin 20ste eeuw!) geen uitzondering als hij indianen decadent noemde. En het was beslist niet ongewoon voor zijn tijd dat Steiner dacht dat er een aantal ‘rassen’ zouden verdwijnen en dat negers al even ontaard waren als de indianen. En hij was beslist niet de enige die vond dat blanken het meest ontwikkelde ras waren. De band met het Nationaalsocialisme en het Steinerianisme laat ik nog terzijde. Bedenkelijk is wel dat dergelijke ‘antroposofische’ theorieën nog steeds in deze kringen leven en ook zo naar leerlingen overgebracht worden.
Steinerpedagogen zouden best eens de moed opbrengen om hun leerinhouden en werkwijzen kritisch te bevragen en te ontdoen van alles wat ook maar naar antroposofie ruikt. En zolang men die openheid en transparantie niet heeft zal men in de Steinerscholen de onderliggende antroposofie als ‘een evangelie voor verlatenen en teleurgestelden, voor zinzoekers en thuislozen’ (Klaus Prange, Tübingen) blijven verkondigen. En zolang men deze ommekeer niet maakt, zullen de Steinerpedagogen aan kinderen en jongeren een irreële wereld blijven voorspiegelen, een wereld die alleen in de fantasie van die leerkrachten bestaat. Maar eens zullen het kind en de jongere die fantasiewereld verlaten en in de realiteit terecht komen. Laat ons hopen dat de tol die ze daar moeten voor betalen niet te hoog is.

Carlos Martens, De Katholieke Schoolgids nr.3, mei 2011

Klaus Prange over antroposofie en steinerpedagogiek


Klaus Prange is jarenlang hoogleraar Pedagogiek geweest aan de universiteit van Tübingen. In 2005 was hij te gast in KaHo Sint-Lieven campus Sint-Niklaas n.a.v. een Herbart-colloquium. Hij publiceerde o.a. Was heißt “Pädagogik vom Kinde aus”? Steiners Bild des Kindes im Lichte der biographischen Erziehungsforschung, een kritische kijk op antroposofie en Steinerpedagogiek. Voor Prange is de steinerpedagogiek een bedrieglijke verpakking, waarin een hardnekkig, desastreus product zit. De stellingen van Prange zijn de volgende:

1. De antroposofie is een evangelie voor verlatenen en teleurgestelden, voor zinzoekers en thuislozen. 

2. De steinerpedagogiek en de steinerschool zijn een poging om dit evangelie te bestendigen. 

3. De antroposofische pedagogiek is een bedrieglijke verpakking voor dictatuur. Ze buit de veelvoorkomende begeleidingsbehoefte uit om de heerschappij van een zelfgekozen elite te rechtvaardigen.

“Steiners grondgedachte is tegelijk simpel en hoogst abstract. Hij heeft een oeroud archaïsch beeld uit het begin van de mensheid opgenomen en modern weergegeven. De individuele mens is een kosmos in het klein. De kosmos een mens in het groot. Dat is niet als beeld bedoeld dat ook anders zou kunnen zijn, maar het is werkelijk zo. Er is een fundamentele relatie tussen het vergankelijke hier en het eeuwige en de kosmos daar. Men kan over en weer gaan. Zoals we ons als mensen herkennen met hoofd, romp en ledematen, zo is de hele wereld. En kijken we naar zon, maan en aarde en sterren, planten en dieren, dan herkennen we onszelf. In zijn autobiografie met als titel ‘Mein lebensgang’ heeft Steiner beschreven hoe hij tot zijn inzichten is gekomen. Of beter: hoe het wereldgeheim zich aan hem ontsluierde en hem gegeven was.”

“De pedagogiek van de steinerschool beroept zich op de techniek van de indoctrinatie. Ze bestaat daaruit leerinhouden, gedrag en denkrichting stevig te verbinden. Ze wordt ondersteund door onzekerheden. Onzekerheden die enkel en alleen op de aanname berusten dat de ‘Doktor’ als bovenzinnelijk fotograaf iets heeft vastgehouden wat de blinde zintuigen ook eenmaal zullen kunnen zien. Er is geen andere pedagogiek die met zo’n eenzijdigheid op de beweringen van een iemand steunt, waaronder enkele hoogst bedenkelijke, die met de overheersende toon van bovenwereldse wijsheid en inzicht worden verkondigd.”

“Ter staving en als illustratie slechts dit voorbeeld: Waarom zijn een aantal mensen niet ‘wit’ zoals de meeste Europeanen, maar donker tot zwart? Het wetenschappelijke antwoord wordt gewoonlijk in de fysische antropologie gezocht. Dr. Steiner echter weet het beter en dieper. Dat iemand donker op de wereld komt, ligt daaraan dat hij in zijn vorige leven een ‘donker’ verderfelijk leven heeft geleid. Meer nog: hij kon nu al bij enkele tijdgenoten voorspellen dat ze in de volgende incarnatie als zwarte op de wereld zouden komen als straf voor hun schanddaden. Dat is de subtiele antroposofische kunst van racisme. Op dezelfde manier worden ziekten, misvormingen, mentale handicaps als gevolg van vroegere morele fouten geduid.”

“Het probleem heet echter niet Rudolf Steiner. Zijn fysiologische, historische en psychologische inzichten worden in de wetenschap niet in ogenschouw genomen. Het probleem is de bereidheid tot volgzaamheid en onderwerping van zij die in de naam van de wetenschap haar opheffing willen en in feite bewerkstelligen. De begunstigden zijn de goeroes en de zielengidsen, de agenten van het occultisme en, om dit heel duidelijk te stellen, ook die pedagogen die geloven de kinderen te helpen op hun levensweg door hen een wereld voor te stellen die alleen in hun fantasie bestaat. De leraar blijft in de steinerwereld, maar de kinderen en de studenten moeten ze verlaten en hebben daar vaak zwaar onder te lijden. Of het moet zijn dat ze als steinerschoolleraar in de zekere haven van de steinerwereld terugkeren.”

Rudolf Steiner
facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *