De voorbije weken postte een bezoekster van deze site onder verscheidene berichten uitgebreide reacties waarin onder andere aan bod kwam hoe het haar kinderen in de steinerschool is vergaan. Ze wil daar nu dieper op ingaan.
Erika is moeder van drie kinderen die schoolliepen in een steinerschool. Het verhaal van de ‘scholing’ die haar kinderen daar ‘genoten’, is heel uiteenlopend, maar het resultaat komt quasi op hetzelfde neer. Alle drie liepen ze leerachterstanden op. Ook op socio-emotioneel vlak liep allerlei fout. Daardoor bekijkt Erika steineronderwijs momenteel door een zeer kritische bril. Nochtans stond ze aanvankelijk heel positief tegenover de steinerschool. Ze verzorgde er zelfs twee jaar lang handwerklessen en was ook als ouder actief betrokken bij het klasgebeuren. Tot er vragen opdoken rond een pedagogische aanpak die niet door de beugel kon en het vlug duidelijk werd dat in de steinerschool weinig ruimte is om kritische vragen te stellen. Niet veel later bevonden de kinderen van Erika zich in een andere school. Daar werden leerachterstanden vastgesteld.
Erika vertelt zelf wat er is gebeurd.
‘Ik geef eerst de reden weer waarom mijn jongste dochter, K (12), in de steinerschool is terechtgekomen. K is een kind met een lichte vorm van NLD, een leerstoornis die specifieke begeleiding vereist. Bij kinderen met NLD verloopt het leren veel trager dan gemiddeld. Dit is bij mijn dochter vastgesteld in het 2de leerjaar van de reguliere basisschool. Dat leerjaar heeft ze op aanraden van de school 2 maal gedaan. Toen ze naar het 3de leerjaar moest overgaan, stelde zich voor alle partijen, de school, ik en mijn man als ouders en K, het probleem dat ze, gezien haar rijpheid, eigenlijk terug naar haar leeftijdsgroep moest. Ze zou dan wel het derde leerjaar moeten overslaan. De steinerschool bood die gelegenheid. K onderging (opnieuw) testen in de Eurekaschool om te kijken of ze ver genoeg zou staan om in het 4de leerjaar te starten. De testen waren positief en ze mocht voor het schooljaar 2006-2007 overgaan naar het 4de leerjaar van de steinerschool. Ik dacht toen dat K daar de voor haar leerstoornis specifieke zorg zou krijgen, zodat ze zich de leerstof even goed als ieder ander kind zou kunnen eigen maken. Ik wist echter te weinig van steinerpedagogie om te beseffen dat men in steinerscholen graag laat begaan. Bovendien is de steinerschool waar mijn kinderen gingen nog niet zo lang geleden door onderwijsinspectie op de vingers getikt wegens een falend zorgbeleid.
In het begin dat K naar de steinerschool ging, had ik alle vertrouwen dat K goed opgevolgd zou worden. Ik had geregeld gesprekken met haar juf om te polsen hoe K ‘s vorderingen waren. Er waren geen noemenswaardige problemen te melden. De juf toonde veel begrip naar mij toe. K heeft echter altijd gezegd dat ze enkel tegenover mij zo vriendelijk deed. In de klas ondervond K al snel de negatieve kant van de leerkracht. Zo kwam K zelden aan het woord en werd er niet gewacht als zij, en nog andere kinderen, niet snel genoeg konden overschrijven van het bord. Met als gevolg dat ze veel fouten schreef. De lerares verbeterde alles in het rood, zodat K bij het zien van al dat rood er zeker van was dat ze niets kon. Ze voelde zich het sukkeltje van de klas en sloot zich steeds meer af. Uiteindelijk vond ze nog begrip bij één vriendinnetje. Dit meisje ondervond trouwens hetzelfde als K. Deze situatie heeft 3 jaar geduurd. Een voorbeeld. K vertelde thuis:
‘Wij zijn in de klas met klei aan ’t werken. Een aantal jongens gooien met klei in onze richting. Wij gooien terug. Meester H ziet dit en zegt ons dat als we nog eens gooien we dan de klei moeten opeten. Protesteren mag niet. Die jongens gooien nog steeds met klei, maar wij durven niet meer teruggooien’.
Mijn bedenking hierbij: De leraar heeft geluk dat de meisjes bang waren om klei te moeten eten. Wat zou hij hebben gedaan als ze toch voortgedaan met gooien? Zouden ze dan werkelijk die klei hebben moeten opeten? Hoe geloofwaardig zou hij anders hebben overgekomen? Is zo’n straf pedagogisch verantwoord?
Na de paasvakantie was er het incident: “Lijfstraffen op de Steinerschool.” Het toeval wilde dat K degene was die de bal per ongeluk tegen een jongen van de klas gooide. Omdat haar vriendinnetje (G) ermee lachte, werd ze gestraft volgens het “rechtssysteem bij de Romeinen”. Ze voelden zich beiden onder druk gezet en heel vernederd. De mama van G maakte een hele heisa rond het gebeuren en stapte naar de pers. Haar dochter bleef voortaan thuis. Mijn dochter bleef op school alleen achter.
De klasgenoten reageerden heel boos op G. Juf C kreeg inspectie en voor ze de klas uitging, zei ze tegen haar klas: “Samen slaan we ons erdoor”. De klas organiseerde een petitie voor de juf. G werd bestempeld als leugenaar en bedrieger. Dit mocht openlijk geafficheerd worden op het prikbord van de klas. Mijn dochter bleef echter achter haar vriendinnetje staan en tekende de petitie niet. Die dag weende K uit bij haar grote zus. Ze werd nergens in de school opgevangen met haar verdriet. Noch de lerares noch het schoolbestuur schonken enige aandacht. Na een week bracht de lerares “het geval G”, want zo werd ondertussen over het kind gesproken, weer ter sprake. De leerlingen mochten weer hun frustraties en gedachten uiten. Op een gegeven moment vroeg de juf aan K wat ze van de situatie dacht. Het kind had uiteraard geen echt antwoord klaar. Ze was bang geworden van de kinderen van de klas, omdat de reacties van sommige kinderen uitermate heftig waren. K wilde niet meer naar school.
Twee maanden voor het einde van het schooljaar waren ik en mijn man verplicht om ons kind van school te veranderen. Het was heel zwaar in de nieuwe school. K kon amper volgen. In de steinerschool heeft K geen leerboeken leren gebruiken, wat het volgen in de klas en het huiswerk maken heel moeilijk maakte in de nieuwe school. De toetsen waren overwegend een ramp, omdat ze in de steinerschool nooit echt toetsen had gehad. Volgens de nieuwe leraar heeft ze heel wat dingen gemist of op een andere manier aangeleerd gekregen. Bijgevolg kreeg K een B-attest in het 6de leerjaar. De juf van de steinerschool verzekerde mij nochtans dat K, indien ze in de steinerschool bleef, mee over mocht naar de 7de klas, het eerste middelbaar.
Uiteindelijk volgde nog een incident i.v.m. de officiële overschakeling naar de nieuwe school. De directeur van de nieuwe school hield de formulieren die ik had getekend voor de uitschrijving van K even achter met de gedachte dat K eventueel terug zou willen gaan naar de steinerschool. De directeur nam na een week telefonisch contact op met de steinerschool en vroeg of hij de documenten mocht opsturen. Daar zei men die niet te willen aanvaarden en eiste men dat ik een formulier zou ondertekenen met de datum van een week later (de datum van verzending van de formulieren en niet die van de werkelijke schoolverandering).Men wilde K’s afwezigheid doorgeven als onwettig. Ik heb het Ministerie van Onderwijs moeten aanspreken en dat heeft zelf contact opgenomen met de school. Pas dan verzekerde de directie me dat ze geen probleem van de schoolverandering zouden maken. De lerares van K weigert tot op heden ook maar van iets van de leerstof een kopie te geven, waarschijnlijk uit angst dat ermee naar buiten zou worden gekomen.
Over hoe het mijn zoon en oudste dochter verging, vertel ik later nog.’