Omdat de betrokkenen niet willen herkend worden zijn hun namen vervangen door pseudoniemen en is de naam van de school weggelaten.
Na vijf jaar steinerschool kiezen C en A een ander schoolsysteem voor hun kinderen. Door de enorme leerachterstand die de kinderen hebben opgelopen, zijn C en A diep ontgoocheld over de manier van werken op de steinerschool.
Tot voor drie jaar liepen de kinderen van C en A school op een steinerschool. Uiteindelijk besluiten de ouders om hun kinderen van school te halen, vooral omwille van de grote didactische achterstand die de kinderen hebben opgelopen.Zo heeft de jongste einde derde leerjaar geen enkele basiskennis voor lezen, spelling en rekenen (getest in de nieuwe school). Het kind zou eigenlijk opnieuw moeten beginnen in het eerste leerjaar, maar is daar te oud voor. De ouders weten nu pas welke in welke mate de betreffende steinerschool de schoolloopbaan van hun kind heeft gehypothekeerd.
Voor de tweedejongste is er een gelijklopend verhaal. De schoolperiode in de school is voor het kind ronduit schrijnend. Wanneer einde tweede leerjaar de ouders samen met enkele andere ouderparen naar aanleiding van de vaststelling dat hun kinderen weinig vooruitgang boeken, kritische geluiden laten horen over de competentie van de leraar, wordt dit weggeklasseerd als ‘onjuiste en bedreigende kritiek’ en ‘pedagogische onwetendheid van ouders’…
Wanneer de leraar twee jaar later de school verlaat, wordt de mate van de achterstand van de kinderen pas duidelijk. De ouders hopen dat de volgende leraar dit gebrek aan schoolse vaardigheden zal wegwerken. Vergeefse hoop, zo blijkt. Een hele resem vervangleraren, waaronder enkele die eigenlijk geen leraar zijn, volgt elkaar op. De tweedejongste van C en A heeft inmiddels een behoorlijke achterstand. Bij het verlaten van de school, het kind zou dan in het vijfde leerjaar moeten zitten, heeft het een niveau einde tweede leerjaar.
De tweedeoudste vertrekt uit de school zonder getuigschrift lager onderwijs én met een leerachterstand voor rekenen van verscheidene jaren. De ouders laten het kind testen en men verzekert hen dat het na een jaar remedial-teaching gewoon naar de A-klas van het middelbaar onderwijs zal kunnen overstappen. In één jaar tijd wordt de leerachterstand weggewerkt. Vervolgens gaat het kind over naar het middelbaar onderwijs (1A) en slaagt op het einde van het schooljaar zonder enig tekort.
C en A kunnen nog niet geloven dat een school het zich kan veroorloven om kinderen de basisvaardigheden die in onze cultuur voor vanzelfsprekend worden geacht, te ontzeggen.
De ouders zijn al helemaal niet te spreken over hoe er in de school met hen en andere mensen wordt omgegaan. Ze vinden zich als ouders uitgebuit, doordat tegenover hun jarenlange vrijwillige inzet geen enkele vorm van ouderparticipatie stond. Behalve voor het poetsen van klassen, bakken van taarten en betalen van ouderbijdragen zijn ouders in de steinerschool tweederangsburgers. Wanneer ouders echter participeren door het stellen van vragen of het maken van kritische bemerkingen, worden ze doodgewoon genegeerd of wordt de betrokkenen duidelijk gemaakt dat ze niet in de school passen. Voor C en A komt het zelfs zo ver dat ze zich voor hun kritische opmerkingen moeten komen verantwoorden voor een soort tribunaal. Ze mogen kiezen: hun mond houden of de kinderen van school halen. Wanneer ze om de ‘vrede’ te bewaren besluiten enige afstand van het conflict te nemen, zodat de kinderen hun schooltijd niet nog meer wordt verstoord, wordt de jongste door de klastitularis volledig genegeerd. Voor de ouders is nu duidelijk dat ze verplicht zijn hun kinderen van school te halen.
Van het beleid van de school hebben ze toch niets te verwachten. Wie bij problemen in de steinerschool de verantwoordelijken wil vinden, komt in een soortgelijk labyrint terecht als dat uit het verhaal van de Minotaurus uit de Griekse mythologie. Dit monster wordt uiteindelijk wel overwonnen doordat er een draad naar de buitenwereld is, maar het heeft dan al vele mensenlevens gekost. En de Federatie van Steinerscholen? Op een tussenkomst van deze koepel moet niet worden gehoopt: daar zwijgt men in alle talen. Net zoals de ruimere antroposofische gemeenschap. Die weet maar al te best wat er speelt in de steinerscholen, maar doet of haar neus bloedt.
C en A hebben na vijf jaar steinerschool vastgesteld dat het pedagogisch project van de steinerscholen aan alle kanten rammelt, er weinig of geen didactische grondslag voor het onderwijs is en dat leraren zich almachtig wanen. Hun kinderen beheersten na vijf jaar ‘onderwijs’ de basisvaardigheden rekenen en taal niet. De ouders vragen zich dan ook af of ze dit van een ‘antroposofische’ school, ondanks de ‘andere eindtermen, helemaal niet mochten verwachten?
Ramon DJV