Of: hoe antisociaal en sektarisch is men in steinerscholen?
Steinerscholen danken hun bestaan aan de interesse die Emil Molt, de oprichter van de eerste steinerschool (Waldorfschool), voor Rudolf Steiners ideeën ivm de driegeleding had.
De driegeleding is een sociaal model dat ervan uitgaat dat in een organisatie het economisch, rechts- en geestesleven een geheel vormen, waarin de drie autonome ‘organen’ binnen de grenzen van hun werkgebied dienen te blijven. Geen vermenging van bevoegdheden dus. Steiner zelf sprak van een nieuwe sociale orde. De driegeleding leidde evenwel niet tot een nieuwe sociale orde: Steiner kreeg zijn idee in het Duitsland van het interbellum niet verkocht.
Hoe sociaal men in de eerste steinerschool was is voor velen nog een raadsel, maar hoe het vandaag in sommige steinerscholen aan toe gaat kan men wel te weten gekomen, het beste door eigen ondervinding. Het lijkt er sterk op dat steinerscholen ver af staan van wat Steiner met de nieuwe sociale orde beoogde, of dit nu van toepassing is op driegeleding of gewoon op de sociale omgang tussen mensen.
Enkele voorbeelden?
Mensen die niet binnen het kader van de ideeën van de belanghebbenden van (sommige?) steinerscholen passen worden genegeerd, alsook hun kinderen.
Uitspraken over mensen zoals: ‘Gewoon doen alsof ze niet bestaan’, ‘Je moet die en die gewoon negeren’ of ‘Je moet die en die het woord niet meer geven op een oudercontact’ getuigen niet echt van een gezond sociaal klimaat.
Nochtans is op websites van steinerscholen het volgende te lezen: ‘Ons onderwijs streeft naar een meer evenwichtige ontwikkeling van intellect, creativiteit en sociale vaardigheid’
Is een goed voorbeeld geen goed, misschien wel het beste hulpmiddel om sociale vaardigheid aan te ontwikkelen?
We willen zeker niet beweren dat er geen steinerscholen zijn waar een gezond sociaal klimaat heerst, maar dit lijken eerder uitzonderingen op de regel. Waarom zou anders het bekende (antroposofisch) tijdschrift Driegonaal zich de moeite getroosten om de kwaliteit van Nederlandse steinerscholen te illustreren aan de hand van een opsomming van problemen binnen een steinerschool. In het tijdschrift staat het volgende:
‘Deze opsomming, die geenszins compleet is, dient hier om problemen en vraagstukken die doorgaans nauwelijks gesignaleerd worden, of die als ‘incidenten’ worden afgedaan, op te nemen in het beeld van de Vrije School (red. steinerschool) anno 2007, daar maken ze namelijk deel van uit…’ (Driegonaal, nummer 3/4, december 2007)
Er volgt dan een lange opsomming van bekend in de oren klinkende problemen, met toelichting van de auteur van het stuk. Omdat het hier over de sociale omgang in steinerscholen gaat, worden slechts die twee punten (van de in totaal elf die in Driegonaal worden behandeld) die betrekking hebben op het sociale, weergegeven.
‘8.Op het schoolplein wordt nauwelijks gespeeld. Kinderen maken ruzie, zitten elkaar achterna, er wordt geschopt en geslagen, al dan niet in de vorm van ‘spel’. Introverte kinderen proberen zich van alles en iedereen afzijdig te houden.’
’11. Ouders raken in conflict met de schoolleiding. Terwijl iedereen ervan weet en erover gehoord heeft…is er niemand die met de ouders over de kwestie durft te beginnen. Ze zijn buiten de ‘schoolgemeenschap’ beland.’
(Driegonaal, nummer 3/4, december 2007)
Voorbeeld 8: in de schoolpauzes, ‘onder elkaar’, laten de kinderen feilloos zien hoe het sociale klimaat op school is. Niet zij maar de leerkrachten bepalen immers het sociale leven op school.’
Voorbeeld 11 is terug te vinden in iedere serieuze beschrijving van sektes en sektarisme. Het laat ook zien dat ouders angst hebben voor de positie van hun eigen kinderen. Zij sluiten de rij en durven de cirkel niet te verbreken. En waar blijven de kinderen in een dergelijk klimaat…?’
Het siert auteur John Hogervorst dat hij, zelf heel actief binnen de antroposofische beweging, zich over deze zaken publiek durft uitspreken. Het is vanuit ‘steinerschoolse’ hoek op zijn zachtst uitgedrukt: stroomopwaarts roeien. Hij legt ook duidelijk de bal in het kamp van de leraren als het aankomt op het al dan niet bestaan van een goed sociaal klimaat in de school. Dat mag ook, want als het erop aankomt zich belangrijk te voelen binnen het ‘school vormen’ staan de leraren meestal ook op de eerste rij. Als het niet lukt mogen ze daar dan ook blijven staan en zich niet achter ouders of leerlingen verstoppen. Dat Hogervorst het woord ‘sektes’ (sekten) in de mond neemt, is nog sterker, want dat onderwerp ligt het gevoeligst binnen de beweging. Het is in België ondertussen weeral een tijdje stil rond de parlementaire commissie die zich over de sektenlijst boog en waarin steinerscholen en antroposofie werden behandeld, maar dit wil niet zeggen dat sektarisme binnen die bewegingen nu vrij spel heeft: het publieke debat rond sekten mag dan geluwd zijn, het onderzoek naar schadelijke sekten gaat wel door.
Zijn steinerscholen antisociaal en sektarisch? Als alleen al de titel van dit stuk een algemeen beeld weergeeft van hoe mensen in steinerscholen met andersdenkenden of buitenstaanders omgaan, zou daar ‘ja’ op kunnen worden gezegd.
Wat betekent zo’n uitspraak ‘Gewoon doen alsof ze niet bestaan’ eigenlijk? Worden zij die worden genegeerd, dan uit de geest verbannen, sociaal uitgesloten? Krijgen ze in de ogen van wie zoiets wenst en uitspreekt geen bestaansruimte meer? Dat lijkt dan op een van de meest antisociale daden die een mens kan stellen. Want betekent sociaal, als we het over de mens hebben, niet dat we de ruimte scheppen opdat ieder mens een waardig bestaan kan leiden, een plaatsje onder de zon heeft? ‘Heb uw naaste lief?’
‘Gewoon doen alsof ze niet bestaan.’ Hoe bestaat het?
Ramon DJV
Toegangsverbod tot school: zie link
Bijlage
Wat zeggen deskundigen over sociale uitsluiting in sekten?
‘Afzondering van de wereld: de mate waarin de handelingen en gebruiken (bijvoorbeeld voeding, kledij, arbeid) afwijken van die van de omgeving of van het eigen verleden; afzondering van familie en vroegere vrienden, werkkring, enzovoort’
bron: Prof. Etienne Vermeersch: ’Historisch overzicht van de wijsbegeerte”, Hoofdstuk 1.5
De verplichting voor de adepten om met hun gezin, hun echtgenoot, kinderen, verwanten en vrienden te breken,
bron: website SAS
Stoornissen in het denken (zwart/wit denken)
Het gaat hier om cognitieve deficits, zoals bijvoorbeeld het simplistisch zwart/wit (of absoluut-dichotoom) denken (d.w.z. dat het sektelid een oordeel velt in termen van alles-of-niets, zonder nuanceringen). Binnen dit z/w denken wordt de wereld verdeeld in twee kampen, de zuiveren en de niet-zuiveren, het absolute goede en het absolute kwade. Goed en zuiver zijn alle ideeën, gevoelens en activiteiten die overeenstemmen met de totalitaire ideologie en beleid; al de rest is slecht. Al wat slecht is en alles wat kan leiden tot onzuiverheid moet met tak en wortel worden uitgeroeid. Andere stoornissen is het denken zijn bijvoorbeeld moeilijkheden bij het maken van beslissingen, onterechte generalisaties enz…
bron: website SAS