Steinerscholen en manke communicatie. Men zou er een boek over kunnen schrijven. Maar wat als die communicatie eenzijdig mank wordt gehouden met het doel om informatie achter te houden?
Daarover kan een Nederlandse vader die me zijn verhaal deed, meespreken. De man, die op gespannen voet leeft met zijn ex-vrouw, heeft de grootste moeite om het contact met zijn zoon te onderhouden. Komt daar nog bij dat de steinerschool waar de jongen schoolloopt, onwillig blijkt te zijn om de vader informatie over zijn zoon te verstrekken. De school neemt volgens de vader zelfs actief deel aan het ‘verstoppen’ van het kind.
‘De situatie is niet alleen dat ik als vader buitengesloten word van informatie over mijn zoon, maar ook dat de school weerstand blijkt te hebben tegen het contact dat ik met mijn zoon wil onderhouden. Het begon toen ik op een gegeven moment mijn zoon bij mijn ex-vrouw wilde ophalen om samen met hem het weekend door te brengen en men hem in allerijl in een busje van zijn school wilde wegvoeren. Toen ik het busje wilde tegenhouden, stapte een man uit die me probeerde duidelijk te maken dat mijn ex-vrouw van geen bezoekrecht op de hoogte was en dat ik mijn kind niet zou kunnen zien. Ik zei hem dat het wel om míjn kind ging en toonde hem het gerechtelijk bevel dat ik bij me had en waarin staat dat ik bezoekrecht heb. Maar hij weigerde om het bevel te lezen en zei me dat ik het maar in de brievenbus moest gooien. Iets daarvoor was trouwens ook al een vrouw uitgestapt die me op beledigende toon was beginnen aanspreken en aandrong om alles een tijdje op zijn beloop te laten. Uiteindelijk heb ik, terwijl de betrokkenen aan het onderhandelen waren, me toch nog even met mijn zoon kunnen bezighouden.
Ook contact leggen met mijn zoon via de school loopt zeer stroef. Om een voorbeeld te geven: ik telefoneerde naar de school om te weten hoe het met mijn zoon ging en of hij op school was. Eerst werd bevestigd dat hij er was en er werd me gevraagd om binnen vijf minuten terug te bellen. Maar toen ik terugbelde, bleek mijn zoon afwezig te zijn. Ik stelde de mevrouw aan de andere kant van de lijn de vraag hoe het kwam dat mijn zoon eerst wel en dan weer niet aanwezig bleek te zijn. Daarop begon ze me uit te schelden. Het frappante is dat zij insinueerde dat ik haar als leugenaar neerzette, terwijl ik dat pertinent zeker niet heb gedaan. Ze gooide gewoon de telefoon neer.
Zelfs eenvoudige vragen over leerstof weigert men me te geven. Ik heb een keer geprobeerd om info te krijgen over de liedjes die men zingt op school, want mijn zoon wilde mij graag een liedje leren. Dat werd afgewimpeld door te zeggen dat ik maar op het internet moest gaan zoeken. En weeral op een niet zo vriendelijke manier.
Ik vertel u dit allemaal omdat ik me ernstige zorgen maak over de ontwikkeling van mijn zoon en het milieu waarin hij opgroeit. Per slot van rekening hebben we het hier over sociale deprivatie. Ik heb het dan nog niet over het gebruik van initimidatietechnieken, zowel door mensen van de school als door organisaties die nauw samenwerken met de school.’
Tot zover de vader. Volgens de wet hebben beide ouders recht op dezelfde informatie van alle mensen die beroepshalve contact met kinderen hebben. Dat recht blijft na echtscheiding bestaan, met die kanttekening dat de ouder die niet voor de dagelijkse zorg van de kinderen instaat, zelf om informatie moet vragen. Aan die voorwaarden zijn in het hierboven geschetste verhaal voldaan.
Maar los van het juridische luik, mag toch wel worden gesteld dat voor mensen en instellingen die met opvoeding en onderwijs bezig zijn dit allesbehalve een voorbeeld is. Het is het zoveelste schrijnende getuigenis van het sociale leven in en rond steinerscholen. Dat de man uit bovenstaand verhaal de term ’sociale deprivatie’ gebruikt, is dan ook niet zo vreemd.
Ramon DJV