Dat is tenminste wat men de bezoekers van de website van de Geelse steinerschool wil doen geloven. Een website die nog maar goed twee jaar online staat en al vanaf de eerste dag hopeloos gedateerd is.
Zo heeft men voor de sfeerbeelden van de enige kleuterklas van de school onder andere foto’s gebruikt van kinderen die ondertussen al bijna naar de middelbare school gaan. Onder het kopje ‘Projecten’ zien we dat er geen projecten zijn, mààr…dat er vorig jaar wel een is geweest. Het staat er allemaal nog op, met datums van vorig jaar erbij.
Wie vragen heeft kan op de website terecht bij ‘Antwoorden’. Al krijg je daar alleen te lezen dat je er ‘binnenkort’ veel gestelde vragen en antwoorden zal terugvinden. ‘Binnenkort’ staat er trouwens nu al twee jaar. En ook hier weer een foto waarop een kind te zien is dat ondertussen op een andere school zit .
Het zal wel niemand verbazen dat die site de voorbije twee jaar niet meer dan gemiddeld 4 bezoekers per dag verwelkomde (door de hier geplaatste linken nu iets meer).
Die vier bezoekers wordt dan ook nog gesuggereerd dat de Geelse steinerschool een nieuwe school is. Want op de pagina ‘Novalis’ staat te lezen: ‘Waarom een nieuwe Steinerschool?’
Maar het is helemaal geen nieuwe school! En dat weet ik pertinent zeker, want acht jaar geleden was ik er bestuurslid financiën en toen bestond de school al zeven jaar. Wie meerekent, komt dan op vijftien jaar. Nieuw? Het is zo doorzichtig. Waarom dan toch nog die verkeerde informatie?
Laat ons het erop houden dat het niet uit kwade wil is, maar uit schaamte om te zeggen dat na vijftien jaar de school er nog altijd niet op is vooruitgegaan. De gebouwen zijn in erbarmelijke staat, het leerlingenaantal is gestagneerd bij veertig en zonder de hulp van de steinerschool van Lier zouden de boeken al lang zijn gesloten. Het is geen schande om dat toe te geven.
Misschien wel voor wie al moeite heeft om een antwoord te verzinnen op eenvoudige vragen. Want ook in Geel houdt men zoals op andere steinerscholen de kiezen stevig op mekaar als iemand iets kritisch en cruciaal vraagt. Zo stuurde ik op 2 februari 2008 een mail naar de steinerschool van Geel met daarin volgende vraag:
Ik zoek naar vernieuwende impulsen in het onderwijs. Op de website van steinerschool Novalis staat te lezen:
‘Gebruik makend van het officiële leerplan van de Steinerscholen wil de Novalisschool extra aandacht schenken aan de opvoeding van de kinderen binnen een ecologische context. Zij wil dit doen door expliciet de omgang met de natuur, de tuin en neerhofdieren ( kippen, eenden, schapen, pony’s, koeien) in te schrijven in haar schoolwerkplan.’
Het werken met neerhofdieren lijkt me voor de kinderen zeer interessant, maar ik kan me niet goed voorstellen hoe zich dat vertaalt naar pedagogische en didactische oefening met de kinderen. Zou u me betreffende passage uit het door de school aangehaalde schoolwerkplan kunnen doormailen of verduidelijken?
Wel, dit kon men niet. Enkele dagen daarvoor, op 30 januari, had ik ook al een mailtje gestuurd met de vraag of ze mogelijk interesse zouden hebben in een samenwerking tussen mij en de ombudsman van de school (in de veronderstelling dat ze die hadden). Er kwam geen antwoord.
Nu zou dat kunnen liggen aan het feit dat alle binnenkomende mail in het postvak van de meester met de losse handjes terechtkomt en daar ook blijft hangen. En als het zo is dat die mail niet wordt gecommuniceerd met andere leraren, is het geen wonder dat er geen antwoord op mijn mail komt. Ik heb de betreffende meester er enkele jaren geleden namelijk eens op terechtgewezen dat hij zijn boekje meer dan te buiten aan het gaan was. En dat wordt niet licht vergeten.
Als ik het allemaal begin op te tellen, loopt het aantal mails aan steinerscholen waarop ik geen antwoord heb gekregen aardig op. Zou ik dan toch zo’n moeilijke vragen stellen, zoals iemand van de Federatie van Steinerscholen me zei? Hoe luidde het ook alweer?
Ah ja, zo: ‘Ik ben voor 90% akkoord met wat je schrijft, maar je moet het ook eens van onze kant bekijken. We kunnen amper het hoofd boven water houden en dan kom jij ook nog eens met van die moeilijke vragen, waarvoor de tijd om een antwoord te zoeken ontbreekt.’
Om terug te komen op het hierboven aangehaalde (cursief gedrukte) citaat vanop de website van de Geelse steinerschool. Wie goed leest, zal kunnen opmerken op welke manier men in Geel extra aandacht wil besteden aan de opvoeding van de kinderen in een ecologische context: door het opvoedingsproject in te schrijven in het schoolwerkplan. Dat houdt dus die extra aandacht in? Beter zou zijn geweest als er had gestaan wat men concreet met de kinderen wil gaan doen. Hoe men de omgang van de kinderen met de natuur pedagogisch gaat invullen.
Of het moet zijn dat dit vaag citaat op dezelfde pagina als het voorgaande een antwoord op die vraag is, wat te betwijfelen valt.
‘Zij gaat er vanuit dat de omgang met de natuur een gezondmakend effect heeft op de groei van de kinderen; dat de concrete omgang met plant en dier een positieve bijdrage levert op de emotionele ontwikkeling van kinderen en dat het uiteindelijke respect voor de natuur resulteert in een respect voor de mensen en de mensheid in het algemeen.’
Respect voor de natuur? In het jaar dat ik bij de Geelse steinerschool betrokken was heb ik met de regelmaat van een klok dode konijnen, kippen, ganzen en geiten op het schoolterrein gevonden. En die waren niet van van ouderdom gestorven, maar wel doordat ze geen water of eten hadden gekregen en slechte of geen hokken hadden. De kleinste dieren zochten meestal beschutting onder de barak die dienst doet als leslokaal. Het grootste deel van ‘de neerhofdieren’ zwierf trouwens in de buurt rond.
Daardoor dat ik zo nieuwsgierig ben of er een nieuwe wind door die school waait en of de manier waarop men de omgang met dieren aanpakt, is verbeterd.
Ramon DJV