‘Omdat de steinerschoolbeweging een organisme is, zijn haar leden niet eenvoudigweg afgescheiden delen, maar maken deel uit van het geheel. Zoals men aan een lichaamscel kan herkennen dat ze tot een bepaald organisme behoort, zo is het ook met het organisme van de steinerschoolbeweging…
…Ze wordt door een geestelijk wezen geleid dat zich in alle leden min of meer manifesteert. Dat wordt uiteraard ook nagestreefd. Daardoor leidt de gedetailleerde kennis van één deel ook altijd tot kennis van het geheel.’
(vrij vertaald uit Eine Klasse voller Engel, Mieke Mosmuller, Occident 2009)
Kennis van één steinerschool leidt tot kennis van de hele steinerschoolbeweging. Daarom is het niet onzinnig om af en toe de grens over te steken om een licht bij de buren op te steken. Zo stuitte ik de voorbije week op een artikel van steinerschoolcriticus Andreas Lichte, waarin hij verslag geeft van een bezoek aan een door de steinerschool (in Duitsland waldorfschool genoemd) georganiseerde informatieavond. Wat Lichte beschrijft, is voor mij zo herkenbaar dat ik de vrijheid heb genomen om zijn artikel te vertalen. De oorspronkelijke tekst is terug te vinden op Ruhrbarone, een van de grootste onafhankelijke nieuwssites in Duitsland. Zelf schreef ik op 2 januari 2009 nog over het achterhouden van informatie door een steinerschool.
De waldorfscholen informeren (Andreas Lichte) Berlijn, 08/12/09
Vijf voor tien. Om tien uur zou in de Johannes-Schule de infoavond voor ouders met als thema ‘Muzisch, kunstzinnig en handwerkonderwijs’ voorbij zijn. Dan is het tijd om vragen te stellen, niet?
‘Ik heb een vraag over muziek. We hebben tijdens mijn opleiding tot waldorfleraar vaak Mozart gezongen en ik heb me vaak afgevraagd wat er zou gebeurd zijn, zou Mozart waldorfonderwijs hebben genoten. Hadden we dan de Toverfluit? Als voor kinderen alleen de pentatoniek juist is?’
Tik-Tak, Tik-Tak, Tik-Tak. Drie waldorfleraressen zoeken een antwoord. Tik-Tak, Tik-Tak, Tik-Tak. Eindelijk antwoordt niet de muziek, maar de klaslerares Heilgart B.*
‘Mozart was een uitzondering (1). En ik heb met mijn leerlingen ook niet alleen pentatonische muziek gespeeld. We hebben ook wel eens wat anders gezongen.’
‘Hoezo zou Mozart een uitzondering zijn? En als de pentatoniek (2) alleen maar een alternatief zou zijn, was er toch geen enkel probleem. Maar u weet toch goed genoeg dat Rudolf Steiner met zijn zeven-jaar-leer (3) voorschrijft wat op verschillende leeftijden juist is voor kinderen. En dat is volgens Steiner op een bepaalde leeftijd UITSLUITEND pentatonische muziek. Niets anders. Waarom zegt u dat de ouders niet?’
‘Het was voor mezelf zeer moeilijk om de pentatonische muziek gewoon te worden, maar bij de kinderen heb ik er goede resultaten mee behaald.’
Tijdens deze kleine dialoog had zich in de zaal een zwaar onweersfront gevormd.
‘Uw vragen doen hier toch echt niet ter zake. Ze zijn compleet oninteressant’, dondert het.
‘Ik vind de vragen van meneer wel interessant.’
Dat komt van de man die het even daarvoor had gewaagd om te vragen of in de waldorfschool ‘ook met plasticine, Styropor, wordt gewerkt, bijvoorbeeld bij architectuur?’
Nu antwoord ik hem: ‘Dit is geen informatie- maar een wervingsbijeenkomst voor de waldorfschool. Er wordt helemaal niet uitgelegd dat ALLES wat in de waldorfschool gebeurt op de antroposofie van Rudolf Steiner berust. U heeft daarstraks gevraagd of er ook plasticine gebruikt wordt. Natuurlijk kan er wel eens iemand naast de rij lopen, maar dat is niet de bedoeling. Wat hier voorgesteld wordt, bijvoorbeeld het maken van een houten kooklepel (4) tijdens het handwerkonderwijs is volledig op aangeven van Steiner’.
Eenentwintig…verder kom ik niet. De ontknoping is nabij: ‘Iedereen hier weet toch dat dit een antroposofische school is. Dat kan men toch zeer vlug op het internet nakijken!’
Ik denk: ‘Wat jij al op het internet hebt gevonden…zit toch allemaal stevig in antroposofenhanden, zoals bijvoorbeeld Wikipedia, een eenzijdig antroposofische manipulatie. Ik zeg dus: ‘Ja, maar wat betekent antroposofie? Dat wordt toch allesbehalve duidelijk. Is duidelijk geworden welke betekenis Steiners zevenjaarsleer voor het onderwijs heeft?’
‘Dit is niet de eerste informatiebijeenkomst. Als u op de andere was geweest zou u weten waarover het gaat.’
‘Ik WAS op de eerste infoavond van de Johannes-Schule.’ Dat moet voldoende zijn en ik zeg niet: ‘Wat Gunhild A. hier de laatste keer voor het lerarencollege heeft gebracht was pure volksverdomming’.
‘Als het u niet bevalt, dan kunt u ook gaan. Wat doet u hier eigenlijk?’
‘Ik wil weten hoe over de waldorfschool wordt geïnformeerd om er een artikel over te schrijven.’
‘Ach, dan bent u helemaal geen vader?!!!’
De rest verdwijnt in de storm. Een waldorfleerling naast me stelt me een vraag. Ik doe ‘Pssst!’, want men wil niet onbeleefd zijn. En ook niet riskeren dat de waldorfaanhangers misschien toch nog naar lynchjustitie grijpen. Ik ga.
Ik wacht voor de school. De taboebreker – ‘plasticine’- spreekt me aan. De man had zelfs nog een meer heikele vraag gesteld: ‘Welke rol speelt moderne media in de waldorfschool?’
Was hij gewoon naïef? ‘Media’ – televisie- zijn verboden, want die zijn ‘des Ahrimans’ – ‘Ahriman’: duivel voor antroposofen – dat weet men toch wanneer men in de waldorfschool gelooft.
‘De reactie zei zeer veel…’
‘Ja’, stem ik toe. ‘U was de enige die goede vragen heeft gesteld. Ongelooflijk hoe groot de instemming was…’ Dan probeer ik snel de grootste leugen ter sprake te brengen.
‘Wanneer het steeds maar weer klinkt “dat de nieuwste resultaten van hersenonderzoek aantonen” dan is dat totale quatsch. Rudolf Steiners esoterische menskunde waarop de waldorfpedagogie is gefundeerd, heeft niets, maar dan ook helemaal niets met moderne onderwijswetenschap, laat staan met hersenonderzoek te doen…’
Ik geloof dat deze man – als hij al een vader was – zijn kind niet bij de Johannes-Schule aanmeldt. Maar misschien wil iemand anders zijn geluk beproeven?
Over de auteur: Andreas Lichte woont in Berlijn. Hij is graficus en opgeleid tot waldorfleraar. Hij is auteur van kritische artikels over steinerpedagogie en antroposofie. Hij stelde voor de ‘Bundesprüfstelle für jugendgefährdende Medien“ (commissie voor de beoordeling van voor jongeren gevaarlijke media) een advies op voor indexering van twee werken van Rudolf Steiner. De werken mogen voortaan alleen nog verschijnen voorzien van de nodige commentaar.
Noten
1) Mozart, belichaming van het wonderkind: Al op kleuterleeftijd componeerde Mozart en geeft hij concerten. Zou hij naar een waldorfschool zijn gegaan, zou hij enkel pentatonische muziek hebben leren kennen
2) Pentatoniek: Met pentatoniek (gr. πεντα- penta- vijf) duidt men in de muziek toonladders aan die uit vijf verschillende tonen bestaan en meestal geen halve tonen hebben, zoals de bijhorende toonsystemen.
Ook voor de pentatoniek geldt wat de onderwijswetenschapper prof. Klaus Prange heel algemeen over steinerpedagogie zegt op bladzijde 86 van ‘Opvoeding tot antroposofie’: ‘Inderdaad ontstaat uit het verschil tussen de algemene, openlijke presentatie die van de gebruikelijke en formele woordenschat gebruikt en dat wat daarmee eigenlijk bedoeld wordt, de indruk dat men bij de antroposofische pedagogiek met een soort schijnverpakking te doen heeft die een zeer eigenzinnig product in een bekende en hoogst normale verpakking aan de man wil brengen;’
Wat met de ‘eigenzinnige’ pentatoniek in de waldorfpedagogie bedoeld is, is de vraag: (Willen jullie de totale harmonie?’ Of anders gevraagd: ‘Willen jullie je leven in een slaapachtige toestand doorbrengen?’ Nu wordt dat de kinderen niet gevraagd. Omdat, zoals de muziekleraren en euritmisten op de informatieavond van de Johannes-Schule uiteenzetten, het menskundig (d.w.z. volgens Steiner) zo is ‘dat kinderen pas vanaf het 9de levensjaar openen, het hart daarvoor nog een bloesem is. Of anders gezegd: het de kinderen voordien aan vaardigheden ontbreekt, zowel wezenlijk als op zielsgebied.
3)’ Zeven-jaar-leer’: Rudolf Steiners esoterische indeling van de individuele ontwikkeling van de mens in fasen van zeven jaar. Naast de ‘temperamentenleer’ voor de praktijk van de waldorfpedagogie het belangrijkste aspect van Rudolf Steiners esoterische menskunde. In de waldorfpedagogie is een viergelede onderverdeling in fasen van zeven jaar gebruikelijk: van 0-7j. wordt het fysieke lichaam ontwikkeld, van 7-14 j. het etherlichaam, van 14-21 j. het astraallichaam, vanaf 21 j. wordt het ‘IK’ gevormd. Pas dan is de mens een volwaardige mens.
Het resultaat is een ‘mens’ die volgens een modulair kastensysteem is samengesteld. Hoe houterig en onpedagogisch Steiners ontwikkelingspsychologie voorkomt, de geliefde slogan ‘holistisch’ is nog minder waar.
Voor de onderwijspraktijk betekent de zeven-jaar-leer dat de waldorfleraar enkel die vaardigheden mag aanspreken die de leerling (volgens Steiner) overeenkomstig zijn leeftijd al bezit. Voorbeeld: een leerling van de eerste tot de achtste klas, de leertijd komt overeen met de tweede zeven-jaar-fase, beschikt nog niet over een volledig gevormd ‘astraallichaam’ en helemaal geen ‘Ik’. Wat moet de leraar met zo’n onvolledige leerling aanvangen? Juist, hij geeft ‘frontaalonderricht’. En wel in zijn extreemste vorm: de leerling moet nabootsen, nabootsen, nabootsen…
Luisteren we in verband met de zeven-jaar-fasen naar de antroposoof professor Wolfgang Schad, die in het ‘Seminar für Waldorgpedagogik Berlin’ (nvdr. opleidingcentrum voor steinerschoolleraren) als een ‘deskundige in waldorfpedagogie’ werd voorgesteld. In ‘De ommekeer in de rijping – Levensprocessen en zielsgeboorte’ verklaart Schad: ‘Het is een oneindige hulp voor de hele biografie wanneer het kind en de jongere dit zeven-jaar-ritme via de pedagogie aangereikt krijgt. Hij is niet klaar met een diagnostisch resultaat mee te geven, omdat het een THERAPEUTISCHE OPGAVE [sic! Vet benadrukt ook in het origineel].
Door van het zeven-jaar-ritme af te wijken, toont het kind zijn karmische individualisering. Maar wanneer door hulp van volwassen opvoeders de aansluiting bij het zeven-jaar-ritme wordt teruggevonden, dan kan het individuele lot weer in betrekking komen met wat alle mensen met mekaar verbindt: met het menselijke. Dat is het diep werkende therapeutische. Dit zeven-jaar-ritme zou er voor iedere mens in de menselijke orde zijn, wanneer de tegenmachten Lucifer en Ahriman niet in de wereldorde zouden hebben ingegrepen. Leiden we de ons toevertrouwden naar het zeven-jaar-ritme terug, dan helpen we ze bij het omgaan met de tegenmachten tegen al het menselijke.’
Met andere woorden: de waldorfpedagogie zou bij Wolferl (Mozart) toch nog de flauwekul hebben uitgedreven.
4) Houten kooklepel: alles in de waldorfschool is op aangeven van Rudolf Steiner, zo ook de opgave ‘houten kooklepel’ voor het handwerkonderricht in de 6de klas. Uit een ruwe houtklomp wordt een kooklepel gesneden. Daaraan moet in het bijzonder het mislukken het mislukken worden geleerd: deze taak vergeeft geen fouten.
Ik wil hier niet op de ‘menskundige’ achtergrond ingaan (geluk gehad, beste lezer!), maar me op de praktijk richten. Vraag: welke zesdeklasser kan, ondanks een verbod op gebruik van moderne media in de waldorfschool, nog niet bij Google ‘houten kooklepel’ ingeven? Juist, de meesten zullen het wel kunnen. En wat vinden ze dan? ‘Houten kooklepel, 34 cent.’ Zou het kunnen dat de een of de ander zich afvraagt wat hij vier weken lang gedaan heeft?
‘Maar dat is toch iets uniek. Dat is toch iets totaal anders!’
Zie het kerkhof van knuffeldieren, excuseer, kerkhof van hobbelpaarden in de Rudolf Steiner Schule Dahlem. De leraar kunst, meneer B., toonde me zijn kelder: tientallen door leerlingen afgegeven hobbelpaarden…allemaal uniek, moeizaam door de leerlingen gemaakt.
Voor wie de Duitse taal machtig is: zie ook onderstaande artikels op Ruhrbarone.
Wie gut sind Waldorfschulen? Ervaringsbericht van een moeder
Ich würde mein Kind nie an einer Waldorfschule anmelden. Een gewezen steinerschoolleerkracht blikt terug
Waldorfschule: Vorsicht Steiner Interview met Andreas Lichte
*Namen veranderd