Is het omdat steinerscholen zich baseren op een vrijheidsfilosofie dat men er leraren aantreft die zich zowat alles menen te kunnen veroorloven? Het lijkt er verdacht veel op. Soms gaat het zo ver dat wandelaars die langs de school passeren en er even halt houden om een ‘creatieve vondst’ van een leraar te bekijken, worden aangesproken alsof ze iets in het schild voeren.
Een van die wandelaars is ondergetekende. In mijn gezelschap was één van onze noorderburen die vorige week naar aanleiding van mijn publicaties over steinerscholen naar België was afgezakt. Deze verre buur mocht van dichtbij kennismaken met de manier waarop ik zoal benaderd wordt wanneer ik de steinerschool van Leuven, die overigens langs de openbare weg ligt, passeer.
Wat gebeurde? Wij hadden even halt gehouden aan een bord dat een van de leraren had opgehangen om jongeren af te schrikken en ik vertelde mijn gezel dat het triest is dat een leraar dreigende taal gaat gebruiken om zijn punt duidelijk te maken. Ik schreef in september van vorig jaar al in Intimidatie:
Het is in de ene steinerschool al wat erger dan in de andere, maar intimideren gebeurt er zo frequent dat het misschien als extra vak in het curriculum kan worden geplaatst.
Dat schreef ik dus naar aanleiding van de tekst op het bord waar ik en verre buurman naar stonden te kijken. Die tekst luidde als volgt:
Geniet van deze oase, maar respecteer andermans goed. Wie denkt te kunnen doorgaan met het ongestraft negeren en vernielen van poorten en afsluitingen, kan maar beter uitzien naar een goede (levens-) verzekering en/of dikke spaarpot.
Voor steinerschool xxxxxxx
Als er publiek zo wordt gecommuniceerd alsof het de gewoonste zaak van de wereld is, dan hoeft men over niet al te veel verbeelding te beschikken om zich voor te stellen hoe het intern aan toe gaat. Mijn bemerking bij die tekst was toen (en is dat nu nog):
Het gaat me er niet om dat men enkele buurkinderen van het schoolterrein wil houden, want dat zou nog enigszins te begrijpen zijn. Nee, het gaat over de manier waarop en dan vooral dit: ‘… kan maar beter uitzien naar een goede (levens-) verzekering…’ Subtiel, maar dom. Want waarom heb je een levensverzekering nodig? Juist, voor wanneer je doodgaat. Dat zal wel indruk maken op die kindertjes. Het is nog net niet zeggen: ‘Jullie gaan eraan als je nog een keer het terrein betreedt!’
Terwijl we bij dat bord stonden, werden we plotseling aangesproken door een leraar die een klasje zes- of zevenjarigen voorging. Er ontspon zich een vreemd gesprek tussen de leraar, hier voor het gemak ‘MD’ genoemd, en mij en mijn gezel, hier voor het gemak ‘W’ genoemd.
MD: ‘Kan ik jullie helpen?’
Dat waren de woorden, maar het kon, denk ik, ook begrepen worden als: ‘Wat zoeken jullie hier?’ De toon was niet van die aard dat we dachten te worden geholpen.
W: ‘Dat hangt ervan af met wat je wil helpen? Waarom vraag je dat?’
MD: ‘Ik dacht dat jullie misschien binnen wilden.’
W: ‘Neen, want ik heb geen levensverzekering.’
MD: ‘Hoe bedoel je?’
W: ‘Dat staat daar toch geschreven. Vind jij dat niet een beetje schandalig om zo’n bord op te hangen om kinderen af te schrikken? Zoiets kan toch ook op een fatsoenlijke manier worden geformuleerd.’
Er volgde een uitleg die erop neerkwam dat er met dat bord niks mis is. De school was al meermaals het slachtoffer geweest van een groepje vandalen. Ja, wat moet je dan doen?
Ik weet het niet, maar dreigen vind ik niet dadelijk een optie. Wij waren niet overtuigd van de zwakke argumenten van deze leraar. De kinderen blijkbaar ook niet, want die zwermden achter de rug van hun meester naar alle kanten uit. Ik vroeg me af hoe lang het zou duren voor er een paar op de weg zouden sukkelen en had meer oog voor hen dan voor hun meester. Een kind dat waarschijnlijk ongeduldig werd, kwam iets aan meester vragen, maar kreeg onmiddellijk lik op stuk: ‘Meester is aan het praten!!’
Ja, meester was aan het keuvelen met twee passanten die niet goed begrepen waarom meester niet gewoon bij de kinderen bleef en les ging geven. Maar de leraar had ogenschijnlijk een missie en zette zijn bewering nog wat kracht bij.
MD: ‘ Dat bord hangt daar trouwens op advies van de politie.’
Mijn kompaan spitste de oren. Dit was nieuws.
W: ‘De politie? Wie was dat dan geweest? Politie Wilsele of politie Leuven? Want dat kunnen we moeilijk geloven?’
MD: ‘Het was de wijkagent.’
W: ‘Dus de wijkagent heeft advies gegeven om zo’n bord op te hangen?’ Goed, dat vragen we hem.’
MD: ‘Als jullie je daarmee bezig willen houden.’
W: ‘Natuurlijk, voor journalisten is zoiets interessant.’
Wij vonden het wel welletjes geweest en vervolgden onze weg richting kop koffie. Het chaotische groepje kinderen verzamelde zich uiteindelijk achter een schijnbaar misnoegd man. Hopelijk zijn de kinderen hier de dupe niet van geworden. Het zou niet de eerste keer zijn dat er Spartaanse of Romeinse toestanden plaatsvinden in een steinerschool.
Oh ja. Ik heb het plaatselijk politiekantoor gecontacteerd en hen gevraagd of ze de steinerschool geadviseerd heeft het betreffende bord op te hangen. Buiten dat men de tekst nogal cru vond, wist men me niet verder te helpen. Men wist van geen bord en men voegde eraan toe dat de politie het plaatsen van borden niet stimuleert, omdat dan na verloop van tijd alles vol hangt. Dat is de bedoeling niet. Bovendien is het bij een school duidelijk dat het geen publiek toegankelijke ruimte is. Dan is een verbodsbord sowieso overbodig. We hebben het hier nog maar over wettelijk toegelaten borden, niet over bedreigingen. Maar daar denkt men in de steinerschool blijkbaar anders over. Het is me wat: samenleven. Niet?
Ramon DJV