Gezondheidszorg

MS-LogoGeneeskunst, ouderenzorg, verslavingszorg, …

[Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002)]

Antroposofische geneeswijze

Vorm van *alternatieve geneeskunde, ontwikkeld door Rudolf *Steiner in samenwerking met de Nederlandse gynaecologe Ita Wegman (1876-1943).


Ita Wegman
Wegman werd geboren in Java, en ging op aandringen van Steinermedicijnen studeren in Zürich, alwaar ze een praktijk opende in 1917. Vanaf 1921 was ze actief betrokken bij de ontwikkeling van de antroposofische geneeskunde en de oprichting (1924) van het antroposofische farmaceutische bedrijf Weleda. Vanaf dit prille begin van de antroposofische geneeskunde hebben de antroposofen gemeend dat uitsluitend personen die een volledige reguliere geneeskundige opleiding aan de universiteit hebben genoten (artsen dus), in staat zijn zich in de antroposofische geneeskunde te bekwamen. De antroposofische geneeskunde, zo luidt de theorie, wordt slechts ingezet als de patiënt volgens de arts over voldoende zelfhelend vermogen beschikt, met andere woorden, vanzelf ook wel beter wordt. In andere gevallen wordt de reguliere geneeskunde toegepast. Antroposofen geven echter bij voorkeur geen inentingen tegen kinderziekten zoals mazelen, bof en rode hond, en vermijden ook koortswerende en antibacteriële therapie. De reden is dat zij ziekten als zinvolle processen in het totale leven van de mensen zien, en kinderziekten schijnen daar nu eenmaal bij te horen.

De antroposofische therapie hoort samen te gaan met antroposofisch inzicht in de wijze waarop ziel en geest inwerken op de diverse organen van het lichaam.

De therapie wordt begeleid door een soort vegetarisch *dieet, door kunstzinnige activiteiten, ritmische gymnastiek en intensieve gesprekken met de arts. Daarbij passeren uiteraard het hele leven inclusief de sociale omgeving en mogelijk zelfs de vorige levens en het *karma van de zieke de revue.

De antroposofische medische theorie vertoont enkele eigenaardigheden, en het vreemdst is wel de theorie van het bloed. Volgens Steiner is het menselijk bloed iets heel bijzonders. Het beweegt vanzelf. Het hart is slechts nodig om het bloed telkens even te laten stilstaan, en dat is weer nodig omdat in een organisme waarin de sapstroom ononderbroken is, geen bewustzijn kan ontstaan. Desgevraagd verklaren de antroposofen dat het bewustzijn ontstaat door een dynamische dualiteit tussen de bovenpool (denken, dood, nee zeggen) en de onderpool (handelen, dadendrang, ja zeggen) en dat daarom bloed om en om stilstaat en stroomt. Dat de menselijke bloedsomloop, een gesloten circulatie met kleine lekken en één hart, net zo in elkaar zit als die van alle andere gewervelde dieren, en dat geleedpotigen en weekdieren ook voorzien zijn van pompende harten, schijnt er in dit verband weinig toe te doen.

Deze theorie van de bloedsomloop is een wezenlijk onderdeel van de antroposofische geneeskunde. Ze gaat al terug op een zekere K. Schmidt die (in 1882) het hart zag als een zogeheten waterram: een eenvoudige pomp die de kinetische energie van snelstromend water via een kleppenstelsel gebruikt om water op te pompen (een vondst uit 1796). Bij een waterram gaat er dus snelstromend water in en komt er energie plus langzaam stromend water uit, terwijl het hart energie gebruikt om het langzaam binnenstromende bloed met grote kracht en snelheid door de kleine en grote bloedsomloop te persen. Steiner nam het idee over zonder zich af te vragen hoe een en ander natuurkundig in elkaar zat. Hij dacht niet in termen van machines en energiebehoud. De energie van de waterram (uit snelstromend beekwater) ging uiteindelijk terug op de zon, net zoals uiteindelijk de geest het bloed voortstuwt. Volgelingen van Steiner, met name de artsen Leon Manteuffel-Szoege en Paul Vogler hebben geprobeerd bewijzen te vinden voor deze bloedtheorie. Nog in de jaren ’60 en ’70 verschenen er talrijke artikelen over deze onzinnige theorie in een antroposofisch medisch tijdschrift, Beiträge zu einer Erweiterung der Heilkunst.

Bloed speelt nog een andere rol in de antroposofische geneeskunde, namelijk bij de diagnostiek. In de reguliere geneeskunde is bloedonderzoek schering en inslag, in de antroposofische geneeskunde wordt een drupje bloed met koperchloride uitgekristalliseerd of in een vloeipapiertje opgezogen, en de grillige patronen die zo ontstaan worden occultistisch geïnterpreteerd (*signatuurleer). Een vaak gestelde diagnose is ‘precancerose’, een voorstadium van kanker dat slechts met onwetenschappelijke methoden vast te stellen is.

Uiteraard worden vele patiënten door deze diagnose danig van hun stuk gebracht, maar geen nood, de redding is nabij, want met regelmatige injecties met Iscador, een door Steiner aanbevolen extract van maretak, kan de gevreesde ziekte op een afstand gehouden worden. De toepassing van maretak is, net als andere antroposofische middelen, geïnspireerd op de *homeopathie. Maretak (mistletoe) is een parasiet die langzaam op bomen groeit, en ‘dus’ geschikt is tegen kwaadaardige gezwellen. Uit klinisch onderzoek is niet gebleken dat maretak werkzaam is tegen kanker, en deze behandeling wordt dan ook sterk afgeraden door de American Cancer Society. De reeds genoemde Ita Wegman was de eerste die een patiënte behandelde met injecties met maretakextract. Het ging om een vrouw die in 1914 geopereerd was voor borstkanker, en in 1917 voor metastasen, en die zich erg beroerd voelde door de aansluitende bestralingen. De vrouw genas, maar of de maretak er wat mee te maken had is onduidelijk.

Sommige antroposofische middelen worden bereid uit planten die gedurende drie jaar hebben gegroeid op grond waaraan bepaalde zware metalen zijn toegevoegd (kwik bijvoorbeeld voor longmiddelen), zodat de kosmische krachten van het kwikproces in de plant worden opgenomen. Bij de bereiding van antroposofische middelen uit de grondstoffen gaat men vaak op dezelfde manier te werk als in de homeopathie, namelijk door een combinatie van schudden en verdunnen. De gedachte erachter lijkt nog het meest op het oorspronkelijke idee van *Hahnemann: geneeskracht is geestelijke kracht, en die kan los van het materiële middel bestaan.

In Nederland waren in het begin van de jaren ’90 ongeveer 70 antroposofische artsen actief, in Duitsland echter 6000. De enige antroposofische kliniek in Nederland, de Willem Zeylmans van Emmichoven-kliniek te Bilthoven, werd november 1993 gesloten toen het ziekenhuis waar deze kliniek bijhoorde failliet ging. Sindsdien wordt er naar een nieuwe ziekenhuispartner gezocht.

Literatuur
Federspiel, K., en V. Herbst, Die andere Medizin. Berlijn, 1992 (4de druk 1996).
Habermann, E., ‘Kein Freibrief für die Mistel’, Skeptiker 1995a, vol. 8 (2), p. 65-66.
Husemann, F., en G. Husemann, ‘Der hydraulische Widder und die Herzbewegung’, Beiträge zu einer Erweiterung der Heilkunst 1974, Jg. 27, Heft 4, p.115-136.
Verbrugh, H.S., ‘Over de zogenaamde antroposofische geneeskunde’. In: Religieuze bewegingen in Nederland 17. Antroposofie. Amsterdam, 1988.
Wachsmuth, G., Das Wirken Rudolf Steiners 1917-1925 (heruitgave). Dornach, 1987.

[Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002)]

Meer over antroposofische geneeskunde vind je hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *