Tussen occultisme en fascisme

Het controversiële onderwerp antroposofie en racisme dat al decennialang tot verhitte discussies leidt, is weer volop onder de aandacht. Antroposofen zijn nog niet bekomen van Helmut Zanders onderzoek – Anthroposophie in Deutschland –  of er duikt alweer een lijvige wetenschappelijke publicatie op waarin antroposofie kritisch tegen het licht wordt gehouden. Het is voor vertegenwoordigers van de antroposofische beweging spitsroeden lopen.

Een hedendaagse Duitse historie

Aanleiding is onder andere een artikel van de Duitse steinerschoolcriticus Andreas Lichte met de niet mis te verstane titel ‘Hitler, Steiner, Mussolini – Antroposofie en fascisme, gisteren en vandaag’[1], waarvoor hij zich heeft gebaseerd op ‘Between occultism and fascism: Anthroposophy and the politics of race and nation in Germany and Italy, 1900-1945’, de dissertatie die Peter Staudenmaier – ondertussen professor Moderne Duitse Geschiedenis – schreef voor het behalen van zijn doctorstitel. Staudenmaier is voor het Engelstalig publiek wat Helmut Zander voor het Duitstalig publiek is: een absolute autoriteit aangaande antroposofie. Met het finaliseren van zijn dissertatie en zijn intensieve deelname aan het debat, waarin hij zelfs een op deze weblog verschenen artikel betrekt, zorgt Staudenmaier ervoor dat het publiek, niet het minst met zijn essays op de website van het Institute for Social Ecology,  meer en meer kennis krijgt over de antroposofische beweging.

Oneindig verhaal

Het einde van het debat, dat ook hier vier jaar geleden uitvoerig werd gevoerd, is nog lang niet in zicht. Dit ondanks dat in 2000 door een Nederlandse onderzoekscommissie ‘Het vraagstuk van de rassen’ (louter bestaande uit antroposofen), al  een kleine toegift is gedaan door in het Van Baarda Rapport te concluderen dat in het werk van Steiner 16 passages als discriminerend KUNNEN worden opgevat (men laat in het midden of  ze ook effectief discriminerend zijn), blijft de kritiek op Steiners racistische uitlatingen onvermoeibaar doorgaan. Oud-steinerschoolleerling Ansgar Martins, die met regelmaat kritisch publiceert over het antroposofisch racismedebacle, heeft het op  zijn Waldorfblog dan ook terecht over ‘die unendliche Geschichte.

Antroposofisch verzet

Critici verwijten antroposofen niet verder te komen dan te zeggen dat Steiners uitlatingen ‘discriminerend zouden kunnen zijn’ en het niet over hun lippen krijgen om over een door Steiner uitgesproken zin te zeggen dat die discriminerend IS, laat staan dat Steiners leer racisme bevat. Zo heeft Stephan Geuljans, kernredacteur van het antroposofisch tijdschrift de Aardespiegel, op 22 maart j.l. nog een keer geprobeerd om Steiner vrij te pleiten van racisme door het zo voor te stellen alsof niet Steiners werk racisme bevat, maar dat dat erin wordt gezien wanneer er met een ‘darwinistische bril’ naar wordt gekeken. Stephan Geuljans’ eerdere pogingen werden niet alleen door critici op de korrel genomen, ze werden zelfs in eigen rangen gecounterd, bijvoorbeeld door de Antroposofische Vereniging. Ook deze keer zal Geuljans er niet gemakkelijk vanaf komen: Floris Schreve, die reeds enkele essays over racisme in Steiners leer (pdf) publiceerde, kondigde in een reactie op Stephan Geuljans artikel aan uitvoerig op het stuk in te gaan.

Niet de man, maar de leer

Hoewel Schreve scherpe kritiek heeft op de antroposofie, brengt hij in verband met zijn studie van het racisme bij Rudolf Steiner geregeld de nodige nuances aan: volgens hem had Steiner bijvoorbeeld geen racistische intenties. Het is overigens niet de persoon Rudolf Steiner die ter discussie staat, maar wel delen van zijn werk die discriminerend zijn[2]. En precies met het maken van dat onderscheid hebben antroposofen de grootste moeite: ze zien Steiner en zijn werk als een onafscheidelijk geheel. Wie beweert dat zeggen dat Steiner racistische uitlatingen deed  een racist van hem maakt, gaat te kort door de bocht.

Of  Rudolf Steiner als kind van zijn tijd al dan niet een racist was, is in feite ondergeschikt aan wat hij uitdroeg aan ideeën. Want het zijn die ideeën die voortleven en ook vandaag nog ingang vinden in de samenleving. Niet de persoon Steiner is het probleem – want al in zijn tijd stond hij buiten het filosofisch/wetenschappelijk discours [3][4] –  maar wel dat aanhangers zijn gedachtegoed zonder enige kritische uiteenzetting aan de man brengen als waarheid en wetenschap.

________

Voetnoten

[1] Vertaald artikel verschijnt kortelings op deze weblog.

[2] Steiners werken ‘De missie van de volkszielen’ en ‘Geesteswetenschappelijke menskunde’ zijn door de Bundesprüfstelle für jugendgefährdende Medien bestempeld als ‘aanzettend tot rassenhaat of als rassendiscriminerend’  en mogen enkele nog worden gedistribueerd met annotatie. http://hpd.de/files/MIZ307-Steiner.pdf

[3] Op 8 april 1911 mocht Rudolf Steiner tijdens het 4de Internationale Congres van de Filosofie een voordracht geven. De lezing werd een fiasco en had tot gevolg dat men de spot met Steiner dreef en hem uitlachte. http://www.allaricercadellio.com/de/home.aspx

[4] In augustus 1922 gaf Steiner tijdens een zomercursus in het Manchester College in Oxford negen voordrachten over onderwijs. Steiner kreeg het grotendeels academisch publiek tegen zich en moest uiteindelijk toegeven ‘dat de antroposofie niet aan de gangbare wetenschappelijke norm kan voldoen’.  Opvoeding en onderwijs- spirituele grondslagen, Vrij Geestesleven, nawoord p. 190

________

Verwante artikels op deze site

Racismedebat – Steiner hat gesagt – Vraagstuk 2 – Repliek – Vieze neger – Strafzaak tegen uitgeverij Rudolf Steiner – Nieuwe aanklacht racisme

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

1 comment for “Tussen occultisme en fascisme

  1. 08/05/2012 at 9:43 pm

    Op Waldorfblog verscheen een interview met professor Peter Staudenmaier over Steiners racisme en antisemitisme en de plaats ervan in de toenmalige esoterie, evenals de ideologische overlappingen met het nationaalsocialisme.

    (…) Staudenmaier: Steiners Rassenbegriff war zugleich im populärwissenschaftlichen Umfeld der Jahrhundertwende verwurzelt und durch unverkennbar theosophische Züge gekennzeichnet, welche im deutschsprachigen Europa jener Zeit teilweise innovativ bzw. befremdend wirkten. Ausgehend von Blavatskys entwicklungstheoretischem Ansatz baute Steiner eine Evolutionslehre der Völker- und Rassengruppen auf, wonach die menschliche Seele durch aufeinanderfolgende Verkörperungen in immer „höheren“ Rassen geistig wie leiblich fortschreitet. Diese Stufenleiter der Rassen steht im Mittelpunkt von Steiners esoterischem Verständnis der Gesamtentwicklung der Menschheit, vom Verhaftetsein in der Materie hin zur geistigen Vervollkommnung.

    Martins: Diese anthroposophische Rassenlehre entstand in einer Zeit, in der Eugenik und politischer Rassismus populär wie akademisch weit verbreitet waren. Wie radikal waren Steiners Theoreme vor diesem Hintergrund, welche Übereinstimmungen und Differenzen gibt es?

    Staudenmaier: Radikal war Steiners Rassenlehre in dem Sinne nicht, eher im Gegenteil, vor allem im Vergleich etwa zur Ariosophie oder Evola usw. Steiners Ideen lagen vielmehr im Mainstream der damaligen Esoterik…(…)

    http://waldorfblog.wordpress.com/2012/05/07/staudenmaier/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *