Studie UA: ‘Meer leerproblemen en lagere scores voor Nederlands en wiskunde’

  • 23% kans maakt een steinerleerling om het eerste universitair jaar te overleven, voor een aso-leerling Grieks-wiskunde is dat 85%
  • 13,3% van de wiskundeleerlingen in steinerscholen heeft een leerprobleem, in reguliere scholen is dat 5,2%
  • 10% van de steinerpupillen heeft een jaar overgedaan, bij de doorsnee middelbare scholieren is dat 2%

Meer leerproblemen en lagere scores voor Nederlands en wiskunde

Zesdejaars uit het secundair steineronderwijs behalen slechtere resultaten dan hun leeftijdsgenoten uit het aso. Ze scoren beduidend lager op wiskunde en Nederlands. ‘De steinerscholen beginnen een vergaarbak te worden van kinderen met leerproblemen.’

Een afstuderende leerling uit het middelbaar steineronderwijs legt een slechter rapport voor dan leerlingen uit het regulier secundair onderwijs. Dat blijkt uit een masterscriptie van Maarten Goossens, student opleidings- en onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen.

Goossens voerde zijn onderzoek onder begeleiding van pedagoog Peter Van Petegem en vergeleek de schoolprestaties van 1.200 zesdejaars aso met 90 leeftijdsgenoten uit de steinerscholen. Zij behalen gemiddeld beduidend slechtere resultaten in de vakken Nederlands en wiskunde.

Creativiteit

De steinerscholen leggen minder nadruk op de klassieke, cognitieve vakken. In de plaats is er meer aandacht voor creativiteit. Zo krijgen leerlingen onder meer les in houtbewerking. Goossens: “Jongeren gaan daardoor liever naar school, maar het wiskundeonderwijs is daardoor minder goed. Er wordt ook amper geclausuleerd in steinerscholen. Aan het einde van het jaar is er geen cijferrapport, enkel een schriftelijke beoordeling.”

Ook wordt duidelijk dat de steinerscholen meer leerlingen tellen met een leerachterstand. Uit eerder doctoraatsonderzoek bleek dat deze vaak al in de lagere school wordt opgelopen. “Steinerleerlingen zijn beduidend vaker blijven zitten op de basisschool”, zegt Goossens. “Twee procent van de doorsnee middelbare scholieren heeft een jaar herhaald tegenover 10 procent van de steinerpupillen.”

Kinderen die in het aso een B-attest hebben behaald, komen volgens Goossens sneller en vaker terecht in een steinerschool.” Die begint daardoor een vergaarbak te worden van kinderen met leerproblemen. Denk daarbij aan adhd, dyslexie en dyscalculie. Zo heeft 13,3 procent van de wiskundeleerlingen in steinerscholen een leerprobleem. In de reguliere scholen is dat slechts 5,2 procent.”

De slaagkansen in het hoger onderwijs liggen dan ook onder druk. Terwijl een aso-leerling Grieks-wiskunde 85 procent kans heeft om het eerste universitair jaar te overleven, bedraagt dat slechts 23 procent voor een steinerleerling.

Ontwikkelingspsycholoog en onderwijsdeskundige Wim Van den Broeck noemt de cijfers dramatisch.” Dit is een signaal voor de steinerscholen om meer in te zetten op wiskunde. Als zij dat niet doen, beperken ze de keuzevrijheid van hun leerlingen drastisch. In dat geval zorgt hun sterk geloof in de eigen ideologie ervoor dat ze uit het oog verliezen wat maatschappelijk belangrijk wordt geacht.”Van den Broeck meent dat ouders moeten weten dat steinerscholen niet uitblinken in wiskunde. “Wat ik het belangrijkst vind, is de informatie die ouders krijgen. Als hun kind burgerlijk ingenieur wil worden, is een steinerschool gewoon niet de beste optie. En ik weet niet zeker of dat voor alle ouders altijd even duidelijk is.”

Griet Van Raemdonck, leidinggevende van het secundair onderwijs van de Federatie Steinerscholen Vlaanderen, stelt dat ouders en leerlingen weten dat de scholen niet georiënteerd zijn op wiskunde. “Als enkel naar het resultaat voor wiskunde wordt gekeken, worden we afgerekend op iets waar we eigenlijk niet op mikken. We zouden dan ook alleen vergeleken moeten worden met reguliere secundaire scholen die ook vier uur wiskunde geven. Als leerlingen aan de universiteit een studie willen kiezen waar meer wiskunde voor nodig is dan ze gehad hebben, raden wij hen aan om nog een extra jaar wiskunde bij te volgen. Dat er gemiddeld minder van onze leerlingen in het eerste jaar aan de universiteit slagen, komt onder meer doordat ze vaak eerst op verkenning gaan in de wereld.”

Bron: De Morgen 03/08/2013, via website van het IACSSO

Artikel in De Morgen

facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *